Een selfie van Jesper Hospes met Thialf op de achtergrond is als een kind met zijn dierbaarste knuffel: die blijven aan elkaar verbonden. Voor de 27-jarige sprinter van Team Beslist.nl speelt het ijsstadion in Heerenveen een grote rol in zijn leven. Sinds jongs af aan is Hospes er bijna iedere dag op te vinden. Zelfs tijdens de kerstdagen reed hij vroeger samen met jeugdvriend Sven Kramer rondjes.
Toch heeft het schaatsen niet altijd op nummer één gestaan bij de sprinter. “Nee, dat was voetbal. Als jongetje keek ik vaak naar mijn zus die in Thialf wedstrijden reed, maar daarna stond ik een balletje te trappen tegen de muur van het stadion. Ik moest daar zelfs op een gegeven moment mee stoppen, want de start werd erdoor onderbroken, ha.”
Hospes kreeg te maken met een fikse tegenvaller, door een knieblessure leek een voetbalcarrière er niet in te zitten. “Toen heb ik een jaar lang thuis gezeten, maar daar kon ik mijn energie niet kwijt. Mijn vader zette mij toen maar op schaatsen. Ik heb zelfs even aan shorttrack gedaan en ben bij het ijshockey wezen kijken. Maar uiteindelijk ging ik dus op jeugdschaatsen. En zo is het balletje gaan rollen.”
Vanaf zijn dertiende is hij niet meer weg te denken uit Thialf. “Het is mijn tweede thuis, ik woon er zowat tegenover.” Hospes heeft Thialf al een aantal keer gerenoveerd zien worden. “De vorige verbouwingen heb ik ook allemaal meegemaakt. We gingen vroeger altijd met de familie langs om te kijken. Ja, ik heb veel dingen rigoureus zien veranderen.”
Als je een kijkje neemt in de hal, zie je weinig verschil met het oude Thialf. Maar dat komt volgens Hospes omdat het nog niet af is. “Het ijs – met de nieuwste technologie – is wel af. De kussens hebben dezelfde kleuren als voorheen, maar die zijn wel degelijk nieuw. En er komt een nieuwe tunnel aan de andere kant, maar die kunnen we nu nog niet gebruiken. Ze hebben dit jaar benoemd als tussenjaar.”
De officiële (her)opening was vorige week vrijdag. En raad eens wie de eerste 500 meter in het nieuwe Thialf mocht rijden? Juist. ‘Thialf-ambassadeur’ Jesper Hospes. Tegen zijn ploeggenoot Pim Schipper. “Het was voor mij een enorme eer om dit te mogen doen onder het toezicht van veel genodigden van de KNSB. Als kind van Thialf is dat heel bijzonder. En ik won ook nog!”
Hoewel Hospes liever in Noord-Amerika had gezeten voor de eerste twee World Cups, was hij blij dat hij de opening mocht doen. “De ijsmeester, Beert Boomsma, zei laatst: ‘Als je niet naar de World Cup gaat, kun je hier wel testrijden.’ Toen heb ik hem opgebeld en gezegd dat ik dat wilde doen.” Ging dat zo makkelijk? “Ha, ik heb hier een dagje op de werkplaats meegeholpen. Ik heb wat platen op de dweilmachine geschroefd. Tja, je zoekt wat ontspanning in een periode waarvan je denkt: ik had ergens anders moeten zijn.”
Zonder dat iemand het wist, reed Hospes al eerder op de nieuwe ijsbaan. “Ik heb hier dinsdag twee weken geleden stiekem geschaatst met Beert. Iemand moet het toch proberen, hè? Het ijs was wit opgespoten en klaar om in gebruik te nemen. En het was de eerste dweil. Ik zag de ijsmeester op zijn tenen lopen van euforie. Ze hadden namelijk een nieuw mes op de dweilmachine. Nadat ze hem geschaafd hadden, leek het net of het ijs al gedweild was. Die mensen vonden dat prachtig. Ik vond het alleen maar fantastisch dat ik mocht schaatsen en dat ik de eerste schaatser was die op het nieuwe ijs is geweest.”
“Eerst mocht de buitenwereld het niet weten,” vervolgt Hospes, die een schaatspak en zijn oude schaatsen aan de ijsmeester gaf. “Een neefje van Beert heeft alles gefilmd. En ja, de boarding is meteen maar getest. Beert ging hard onderuit, ha.”
Filmpjes van zulke evenementen plaatst hij maar al te graag op social media. Dat liever dan een selfie, al is hij daar ook niet vies van. “Maar over het algemeen heb ik vaak zoiets van: ik kan wel een selfie maken en vertellen dat ik fantastisch heb getraind vanochtend, maar wie zit daar nou op te wachten? Het is veel leuker om zo’n filmpje erop te zetten van de opening. Of een foto waar een verhaal achter zit, zoals deze selfie.”
Op de vraag of Hospes nog een selfie met iets of iemand wil maken, moet hij het antwoord in eerste instantie schuldig blijven. “Nee, ik zou niet weten wat.” Plots verschijnt er een glimlach op zijn gezicht. “Ik zou wel graag een selfie met een medaille in mijn hand willen maken. Vooral als je iets gewonnen hebt, is het mooi om dat te laten zien.”