De schaatsende missionaris? Nee, liever niet zo’n stigmatiserende omschrijving, zegt de vriendelijke McAnuff, want zijn geloof wordt zo snel verward met andere religies. “Technisch gezien ben ik dat natuurlijk wel, maar ik noem mezelf liever een medewerker van een christelijke organisatie uit Canada. Ik ben een christen van huis-uit, mijn ouders namen me altijd mee naar een Baptistenkerk in Sherbrooke. Naderhand, toen ik ging studeren, nam ik zelf het besluit erachter te komen waarom ik een relatie zou hebben met deze God. Daar kwam de manier uit waarop ik nu mijn huidige leven heb opgebouwd, vooral in dienst van Hem”, verduidelijkt McAnuff na een ochtend van herkansingen op het Odido EK Shorttrack die – dat is niet anders – hem niets hebben opgeleverd. Hoewel hij zichzelf intussen een jaar of tien shorttrackprofessional mag noemen, blijft het beperkt tot duelleren met de ‘mindere goden’ van het circuit. Zijn hoogtepunt: de negentiende plaats op de 500 meter tijdens het EK van 2023.
Ook dit seizoen heeft hij zich binnenstebuiten gekeerd op trainingen om in de World Tour olympische kwalificatie af te dwingen. Een niet-geslaagde missie, erkent hij, zowaar met een vleugje teleurstelling in zijn stem. Hij is er echt voor gegaan, sinds hij met zijn vrouw Jessica rond de corona-epidemie in 2020 vanuit Canada naar Hongarije is verhuisd.
“Via de sport ontstond er een vriendschap met enkele Hongaren die me uitnodigden om met hen mee te trainen en voor te bereiden op de Winterspelen van Beijing. Helaas plaatste ik me niet, maar Jess en ik zijn wel in Boedapest gebleven. In de periode van ons vertrek naar Europa vroeg onze kerkgemeenschap onze werkzaamheden daar voort te zetten. We hielpen in Canada studenten door gratis maaltijden te verstrekken en bijeenkomsten te organiseren waarop ze zichzelf konden ontdekken en doorgroeien. Jess en ik dachten: waarom niet? Mijn vrouw is een koffietentje begonnen en daarin ben ik haar werknemer wanneer ik niet hoef te shorttracken, hahaha. Mijn dagen starten daardoor soms al om vijf uur ’s morgens… Geen probleem hoor, je krijgt er veel dankbaarheid voor terug.”
Omzien naar anderen, klaarstaan voor de medemens: het schuurt nogal met de instelling van de gemiddelde topsporter die bijna leert dat alleen haar of zijn eigen pad belangrijk is. “Het is een interessante gedachte: wat als ik niet al die liefdadige dingen zou doen naast het shorttracken? Ik zou waarschijnlijk een betere atleet zijn wanneer ik zes dagen per week zou trainen, meer zou fietsen, of vaker in de gym zou zitten. Alleen zijn die zaken niet het voornaamst in mijn bestaan. Het Hongaarse team houdt me er denk ik bij omdat ik ook op een andere manier van waarde kan zijn. Ik breng een ander aspect mee: ik moedig aan, beur anderen op als het minder gaat, en van mijn opofferingen of ondersteuning profiteert de rest. In grote lijnen is het belangrijkst dat ik het eeuwige leven heb en dat kan delen met andere mensen. Ja, dit conflicteert met de instelling van een atleet, maar ik heb er geen seconde spijt van dat ik het zo aanpak.”
Integendeel, McAnuff koestert de vriendschappen die hij overhoudt aan de zwerftocht langs ijsbanen. “Die zijn me dierbaarder dan welk succes ik ook heb behaald op het ijs, want die duren levenslang. Wat de Heer betreft: ik word heel erg uitgedaagd om een atleet te zijn én een christen. Want sport kan snel omslaan in een ideaal dat ik nastreef, wat zou betekenen dat ik me zou gaan focussen op de typische kijk die sportmensen hebben. Dan draait het om mij, mijn resultaten, oftewel het egoïsme steekt de kop op. Ik moet dit, ik wil dat en wat jij denkt, interesseert me niet. Daaraan denkend, weet ik dat het verkeerd is, dat ik me anders moet opstellen, ten dienste van anderen. Mijn vrouw als eerste, naast de Heer. Dat vind ik prachtig. En ik moet zeggen dat mijn karakter in dat opzicht enorm is veranderd.”
Voor McAnuff is het volstrekt normaal dat de dag met het gebed aanvangt. “Nee, de hele dag door doe ik dat, net zo goed voor anderen. Ook voor goede resultaten in de wedstrijden. Natúúrlijk. Sommigen denken dat ik niet wil winnen omdat ik een christen ben. Fout gedacht. Ik wil hetzelfde als iedereen: eerste worden, records rijden. Die competitiedrang moet in je zitten, dat is een gift van God.”