Wie haar zaterdag op het Daikin NK Sprint zag rijden, zag geen sporter die net een olympische klap had verwerkt. Je ontdekte ontspanning en soepelheid. Alsof de rondes vanzelf onder haar door schoven. Daar, vlak na de streep, kwam de ontlading. Ze gooide haar armen omhoog, keek met grote ogen naar het scorebord en brulde het uit. Geen ingehouden glimlach, maar pure opluchting. Het resultaat: twee stevige persoonlijke records.
“Die stonden ook al een hele geruime tijd”, zei ze na afloop. En dat klopt. Haar persoonlijk record op de 1000 (1.13,97) meter stond al vijf jaar. Vijf jaar lang reed ze er net boven. Soms tikte ze het niveau aan in trainingen, maar nooit in een wedstrijd. “Dus het mocht wel een keer", is haar conclusie.
In Milaan reed Schulting nog 1.15,46. Met de 1.13,81 van dit NK had ze daar olympisch brons gepakt. Bij die rekensom haalt ze hoofdschuddend haar schouders op. “Het heeft niet zo heel veel zin. Dat is een andere ijsbaan, andere omstandigheden. Dat is een andere wedstrijd.”
De grootste winst zat deze keer niet in haar benen, maar in haar hoofd. “We hebben zo’n hectische periode gehad. Er is zo verschrikkelijk veel gebeurd." De Spelen hakken erin, zegt ze. “Bij iedereen. Ook als je wint.” Dus na Milaan deed ze iets wat voor een topsporter met winnaarsmentaliteit bijna onnatuurlijk voelt. Ze liet de verwachtingen los. “Deze week had ik zoiets van: weinig verwachtingen. Als het goed gaat is het mooi meegenomen. Mijn doel was om met goede ritten van het ijs af te komen. En dat ik blij over de finish kon komen.” Dat lukte. Twee keer.
Op de 500 meter dook ze naar 37,24. Een forse verbetering van haar oude 37,61. “Dat is echt een flink pr.” Op de 1000 meter reed ze niet alleen snel, maar ook gecontroleerd. Voor het eerst in lange tijd had ze een directe tegenstander naast zich. “Ik zat op de Spelen in de eerste rit. Toen moest ik ‘m alleen schaatsen. Ik heb nu voor het eerst sinds een hele tijd een heel mooie tegenstander gehad. En ja, dat scheelt hoor.”
Opvallend was ook hoe fris ze oogde na afloop. “Zo voelt het ook”, zei ze op de opmerking dat ze leek te zweven. “Ik ben ook weleens over de finish gekomen en dan was ik echt naar de klote.” Nu niet. “Maar goed, als je wint dan ben je altijd een stuk minder moe”, lacht ze. Wat het geheime ingrediënt was om weer op te laden na de energie slurpende Spelen? “Gewoon even thuis zijn. Op de bank hangen of zo.”
Volgens Schulting was dit niveau er het hele jaar al, alleen kwam het er in wedstrijden niet uit. “In de trainingen rijd ik heel makkelijk snelle rondetijden, maar op een gegeven moment gooi je die gedachte overboord. Ik heb alweer een snelle tempo gereden, maar wat zegt dat nou? Het moet er in de wedstrijd een keer uitkomen.” Vandaag was die dag.
Het NK sprint wordt door sommigen 'gedevalueerd' genoemd vanwege de afwezigheid van Femke Kok en Jutta Leerdam. Schulting weigert daar veel gewicht aan te hangen. “Je moet ook realistisch zijn. Femke en Jutta staan allebei niet aan de start. Maar uiteindelijk ben ik vooral heel, heel, heel erg blij dat ik twee keer een pr heb gereden”, zegt ze. “En stel dat ik met deze twee pr's derde was geworden, dan was ik nog steeds heel erg blij geweest.” Minder krampachtig, minder alles-of-niets, minder verwachtingen, maar meer resultaat.
Ondertussen hangt er nog een andere puzzel boven haar hoofd. Een nationale titel en het zilver betekenen een ticket voor het WK Sprint. En enkele dagen later begint in Montreal het WK Shorttrack. Twee toernooien, twee disciplines, twee piekmomenten in korte tijd. “Ik wil heel graag naar Montréal”, zegt ze. Ze sprak er al over met bondscoach Niels Kerstholt. Maar de situatie is ingewikkeld. “Er zijn twee startplekken op de duizend meter. En twee op de vijfhonderd meter. Omdat TeamNL vorig jaar niet een fantastisch WK heeft gereden, is er op die twee afstanden een startplek minder dan op de Olympische Spelen.”
Of ze mee kan naar Canada hoort ze kort na dit weekend. Tot die tijd blijft ze bij haar basis en wil ze niet op de feiten vooruitlopen. “Zondag is nog een dag. En ik wil weer een goede 500 en een goede 1000 neerzetten.”