Met zoveel woorden zegt Schulting het niet. Maar als je tussen de regels door luistert is het duidelijk: de talentvolle shorttrackster mikt bij haar tweede EK op medailles. “De top vijf zou reëel zijn. Op elke afstand finale rijden, dat is het doel wat je moet zetten”, aldus de jonge Friezin. En voor het bereiken van die beste vijf in het klassement is een afstandsmedaille noodzakelijk.

Schulting bereikte dit seizoen al twee keer de finale in de wereldbeker en greep in Sjanghai met het zilver op de 1000 meter haar eerste wereldbekermedaille. Toen versloeg ze regerend Europees kampioene Elise Christie in de halve eindstrijd. Vandaar de logische conclusie van Schulting: “Als je wereldbekerfinales rijdt, dan mag het bij het EK niet zo zijn dat je geen finales bereikt. Dan is er iets mis in je manier van schaatsen.”

Toch gaat Schulting vrij onbevangen het toernooi in. “Sjinkie zal onbewust meer druk voelen, omdat hij zijn titel moet verdedigen”, lacht ze, om nuchter ter vervolgen: “Maar dat neemt niet weg dat ik ook mijn doelen heb. Ik ga lekker schaatsen en dan rolt het er wel of niet uit.” De Europees kampioene van 2014, Jorien ter Mors, verwacht dat haar ploeggenote hoog kan scoren. “Als ze haar kop er goed bij houdt, dan kan ze podium rijden. Als je het bij de wereldbekers kan, waarom niet bij het EK?”

Na vijf wereldbekers weet Schulting in het mondiale speelveld inmiddels wat ze waard is. “Je weet wat je kan maken en wat je niet kan maken. Maar in die wedstrijden heb ik meer tegen de Canadezen en Koreanen gereden. Christie en Anna Seidel ben ik weinig tegengekomen. Het EK is veel onvoorspelbaarder. Je zult in de race moeten anticiperen.”

Met de aflossingsploeg treedt Nederland in Sotsji op volle sterkte aan. Ook Jorien ter Mors, die al vier keer de titel won en al eens tweede was bij het WK op dit onderdeel, maakt weer deel uit van het team. Het doel is dan ook duidelijk: het heroveren van de Europese titel. “We gaan gewoon voor goud. Dat is het enige waar we met dit team tevreden mee kunnen zijn”, stelt Schulting, die vorig jaar als debutante in Dordrecht met het team naar het zilver schaatste.

De ploeg legde dit seizoen voor de eerste keer in drie jaar weer beslag op een medaille bij de wereldbeker. “We zijn allemaal heel sterk en snel. We moeten lekker rijden en geen foutjes maken of over benen struikelen”, aldus Schulting, die Rusland als de grootste concurrent voor de titel ziet.

Een week na het Europees kampioenschap mag Schulting gelijk weer aan de bak. Ze reist maandag vanuit Sotsji direct door naar Sofia voor de wereldkampioenschappen voor junioren. De volgende competitie die met rood omcirkelt in haar agenda staat. “Dat toernooi is net zo belangrijk voor mij”, stelt de A-juniore. Maar hoe fit ze uit Sotsji komt is nog even de vraag. “Allrounden is zwaar, ook mentaal omdat je veel ritten schaatst. Ik zie wel hoe ik ervoor sta bij het WK, het is het proberen waard.”

Bij het mondiale juniorentoernooi mikt Schulting op een podiumplaats. Dat is niet makkelijk als Europese in de door Zuid-Korea gedomineerde competitie. Een voorspelling vooraf is lastig. “Je rijdt tegen schaatsers die je nog nooit hebt gezien. Degene met de beste intuïtie en skills bereikt de finale”, stelt Schulting.

“Bij een wereldbeker weet je soms dat de rijder voor je in de laatste drie rondes stilvalt. Nu kun je niet op anderen rijden. Als je wilt winnen moet je uitgaan van eigen kracht en heel alert zijn.” Eén zekerheid is er bij het WK junioren wel: dat de Koreaanse deelnemers ijzersterk zijn. Het Aziatische land wist vijftien jaar op rij het toernooi te winnen bij zowel de jongens als de meisjes en bezette vaak het volledige podium.

Toch wil Schulting daar geen rekening mee houden bij het uitstippelen van haar tactiek. “Bij de wereldbekers dacht ik dat ook. En ze waren sterk, maar ik kon ze wel hebben. De wereld komt steeds dichterbij. We hoeven niet meer bang voor ze te zijn.”