In Groningen, tijdens de dertiende race van de KPN Marathon Cup, nam ze revanche. In de sprint klopte ze Mariska Huisman en Foske Tamar van der Wal. Huisman nam wel het oranje leiderspak over van Janneke Ensing.

Een sprint. Eenzelfde scenario als zes dagen eerder in Dronten. Irene Schouten besefte het maar al te goed. "Zo had het tijdens het NK moeten gaan."

Daar kwam ze niet aan toe. In een grootscheepse valpartij was zij het voornaamste slachtoffer. "Balen. Het ergst vond ik dat ik niet eens in de sprint kon meestrijden om die titel. Aan de andere kant was het een trieste week en kon ik daardoor ook meteen relativeren: er zijn veel ergere dingen."

Maar toen ze een dag later op de fiets zat, drong het tot de Andijkse door. "Ik had echt een enorme kans op die nationale titel gemist. Bijna alle sprints die ik dit seizoen heb gereden, heb ik ook gewonnen. En ik voelde me die week heel goed. Had lekker getraind, reed lekker, was in vorm. Met die valpartij heb ik de titel verspeeld, zo voelde het wel."

In Groningen liet ze nog maar eens zien waartoe ze in staat is. In een bloedstollende sprint met Janneke Ensing, Mariska Huisman en Foske Tamar van der Wal bleek Schouten toch de snelste. Bij het uitkomen van de laatste bocht knalde ze binnendoor bij Van der Wal en buitenom bij Huisman. "Er was een mooi gaatje waar ik in kon. En daarna heb ik zo hard mogelijk doorgeknald."

Zo nam Schouten revanche voor de titelstrijd in Dronten. "Zeker weten. Zo voelt het ook. En dit wilde ik. Winnen, laten zien dat ik de snelste ben. En dat ik ook nog Foske Tamar van der Wal aftroef op haar thuisbaan, maakt het natuurlijk wel extra mooi."

De Noord-Hollandse deed dat bovendien op een moment dat er niet eens zo heel veel van haar mocht worden verwacht. Schouten reed eerder op de dag immers nog een drie kilometer in Thialf. "Dat was vanmiddag. Ik ben meteen vanuit Heerenveen hierheen gekomen. Niet uitfietsen daar, niet inlopen hier, maar meteen het ijs weer op." Lachend: "Ik was toch nog warm."

Het kwam geen moment bij Schouten op de marathon in Groningen te laten schieten. Zeker niet zelfs. "Ik heb meteen gezegd dat ik niet alleen die drie kilometer wilde rijden, maar ook de marathon. Ik wilde hier laten zien dat ik in een sprint iedereen kon verslaan, zoals ik ook tijdens het NK had willen doen."

In de finale van de levendige koers stuitte ze op hetzelfde probleem dat Thom van Beek eerder in de Eerste Divisie bij de mannen signaleerde. "Het is alleen maar duwen en trekken, ongelooflijk. Het ging eigenlijk een beetje te langzaam, waardoor alles in elkaar schoof. En dan is het meteen mis. Er gebeurde van alles dat niet door de beugel kon. Ik werd zelf ook een paar keer gewoon klemgezet."

Desondanks kon ze in de finale haar stempel op de wedstrijd drukken. "Vijftien ronden voor het einde besefte ik dat het op een sprint zou uitdraaien. Daarna kon ik me alleen maar vastbijten in het idee dat deze voor mij moest zijn, dan ik deze moest winnen. En ik heb het laten zien."

In de schaduw van de strijd om de zege werd er ook gestreden om het oranje leiderspak. Dat kwam weer terug om de schouders van Mariska Huisman, die in Groningen weer aan de start verscheen. Huisman pakte in de tussensprints meer punten en bleef ook in de uitslag voor Ensing.