De Hel van het Noorden, zoals de bijnaam van Parijs-Roubaix luidt, is een verschrikking voor veel wielrenners. Kilometers afzien, al stuiterend over de kasseienstroken en hopen dat je geen materiaalpech krijgt. Maar dat afzien vindt Thijs Wiersma juist de charme van de klassieker. Voor hem is het, op het WK na, de mooiste eendagskoers die de sport kent. “Roubaix, met al die kasseien, dat is zó zwaar. Daarom zie je altijd de besten voorin.” Na zijn achttiende plek van vorig jaar wist Wiersma: deze koers wil ik volgend jaar winnen.
Tijdens het WK Junioren sprak hij die ambitie opnieuw uit, op de dag dat hij tweede werd in het allroundklassement. Zijn vier WK-medailles waren amper opgeborgen en de schaatsen zaten nog niet in het vet of Wiersma was al begonnen aan zijn eerste wielerkoers van het jaar. Met twee wedstrijden in de benen stond hij zondagochtend aan de start van Parijs-Roubaix. Alles had hij de afgelopen weken in dienst gesteld van de koers over ruim honderd kilometer.
Die focus bracht geen extra druk met zich mee. Integendeel zelfs. “Als ik heel erg gericht ben op een doel, kom ik in de goede zone terecht. Bij het schaatsen werkt dat precies hetzelfde.” Toch kon Wiersma niet voorkomen dat er een slordigheidje insloop. Een verkeerde afstelling van zijn fiets zorgde ervoor dat al voor de eerste kasseienstrook zijn ketting tweemaal van zijn fiets was gevlogen. De derde keer besloot Wiersma van fiets te wisselen en moest hij de achtervolging op het peloton inzetten. Daar had hij twintig minuten voor nodig. Na op adem te zijn gekomen in het peloton besloot de Fries weg te springen, op jacht naar de koplopers. Ook die leek hij van het lijf te schudden, tot er twee bij aankomst op de wielerbaan weer aansloten.
Landgenoot Gijs Winters nam de koppositie, Europees kampioen Karl Herzog zat daarachter en Wiersma volgde op de derde stek. “Zo werd ik niet verrast door de andere twee. Ik besloot vroeg aan te gaan en had al snel twee fietslengtes voorsprong op Herzog. Vijftig meter voor de finish kwam hij nog akelig dichtbij, maar ik hield gelukkig stand. Bizar dat het gelukt is. Sinds vorig jaar was dit al mijn doel. En dan ook nog op deze manier: eerst in de achtervolging, daarna in leidende positie, teruggehaald worden en toch de sprint winnen…. Ik kan het nog steeds niet geloven.”
“Het foutje met mijn fiets maakte de wedstrijd extra zwaar. Je doet toch een jasje uit bij een achtervolging van twintig minuten. Ik dacht onderweg: dit mag mij niet de koers kosten. Gelukkig is dat niet gebeurd. Uiteindelijk maakt het de overwinning nog mooier.”
Mooi genoeg om te overwegen de schaatsen voorgoed op te bergen? “Nee, nee, nee”, klinkt het stellig. Voor Wiersma is deze zege, gecombineerd met zijn WK-medailles én het wereldrecord voor junioren op de 3000 meter, juist het bewijs dat zijn aanpak werkt. “Ik heb een heel goed schaatsseizoen gedraaid en nu win ik deze wedstrijd.”
De komende weken krijgt Wiersma’s lijf rust. Even geen dagelijkse trainingen op de fiets of het ijs. Al wacht een andere belangrijke taak op hem: het binnenhalen van zijn havo-diploma.