Op het zomerijs in Thialf trok hij daarom naar Koen Verweij toe en trainde samen met de Noord-Hollander onder het toeziend oog van Rutger Tijssen. Swings: "We zaten toen min of meer in hetzelfde schuitje: allebei op zoek naar een ploeg. Koen was een goede trainingspartner, maar we zijn er helaas niet uitgekomen."
Verweij koos voor Team Corendon en voor Swings was het nog even zoeken naar mannen die hem konden bijstaan. Al vrij vroeg had hij contact gelegd met Haralds Silovs uit Letland en Alexej Baumgärtner. "Vorig jaar heb ik het al eens met Haralds en Alexej over een samenwerking gehad en nu valt dat allemaal in elkaar."
Swings is bijzonder content met de samenstelling van de ploeg. "Het is een ploeg met heel veel diversiteit, een hele hechte groep", zegt hij en hij vindt dat ook belangrijk. "Ik heb vooraf nog wel even schrik gehad: hoe gaat het uitpakken? Het draait namelijk niet alleen om sterke trainingspartners, maar ook om het gevoel, want je leeft toch een half jaar met elkaar."
Daarbij is het voor de relatief nog onervaren schaatser van groot belang dat hij zich kon omringen met schaatsers waaraan hij zich op kan trekken wat de schaatsslag betreft. Dat vindt hij in zijn huidige ploegmaats meer dan in die van vorig seizoen, toen hij omringd werd door landgenoten die net als hij vanuit het inline-skaten kwamen.
Die Belgische ploegmaats van vorig jaar, zijn broer Maarten Swings en Ferre Spruyt, maken dan ook geen deel meer uit van de ploeg. Dat was een keuze waar Swings even aan moest wennen. "We hebben lang samen getraind, al jaren, maar allen zijn op een ander pad gestapt. Zij focussen zich nu bijvoorbeeld op het WK inline-skaten."
Dat WK inline-skaten laat Swings dit jaar links liggen. Omdat het WK pas in november wordt gehouden, en bovendien in het Argentijnse Rosario, valt het niet in te passen in zijn langebaanprogramma. Hij heeft lessen getrokken uit het vorige seizoen toen hij, zij het in september, nog wel voor de medailles streed op het WK in eigen land.
"Vorig jaar heb ik een heel lang skeelerseizoen gehad. Ik heb daar geen spijt van, maar ik was alleen op mijn best tijdens de zomer en de Olympische Spelen", blikt hij terug. En slechts één piek in de winter is te mager, meent hij.
Daarbij komt bovendien dat Swings het zich niet kan veroorloven om tijd op het ijs aan zich voorbij te laten gaan. "Het is misschien een na-olympisch seizoen, maar ik wil het schaatsen weer snel oppakken. Ik ben drie jaar geleden pas begonnen en ik kan het me niet permitteren om eruit te stappen. Op weg naar 2018 is elk seizoen belangrijk."
Dat de gebroeders Mulder wel naar het WK gaan verbaast Swings niet, maar een sprinter kan volgens hem nu eenmaal eenvoudiger wisselen tussen beide disciplines. "Sprinten is uiteindelijk toch sprinten", legt hij uit.
Zowel op het ijs als op de wieltjes draait het om explosiviteit. Bij de duurnummers waar Swings in uitblinkt is er een groter verschil tussen het inline-skaten en het langebaanschaatsen. "Bij de puntenkoers en de afvalkoers draait het om intervallen en daar is te specifieke training voor nodig om het met het schaatsen te combineren."