Sanne in ’t Hof verscheen in Tomaszów Mazowiecki als eerste van de favorieten aan het vertrek van de drie kilometer. Nadat zowel de Noorse Ragne Wiklund als de Belgische Sandrine Tas onder haar tijd van 4.05,91 was gedoken, dacht ze dat ze naast het podium zou belanden. “Met nog twee rondjes te gaan zag ik dat Martina Sablikova 33’ers ging rijden. Ik zei tegen Ben (coach Ben Jongejan, red.): huh, heb ik hem toch?"
"Iedereen spreekt van een gedevalueerd toernooi, maar met onder anderen Wiklund en Sablikova vind ik dat niet gelden voor de drie kilometer", vervolgt In 't Hof. "Daarom ben ik heel blij met mijn eerste internationale medaille.”
Die had ze te danken aan haar raceplan, zo legt ze uit. “Ik had met de coaches afgesproken dat ik net als op de training van donderdag zou rijden: alleen op mezelf letten en mijn taken uitvoeren. Ik wil altijd te graag op een drie kilometer, waardoor ik verkramp. Nu besloot ik hem aan te vliegen alsof het een vijf kilometer was. Daardoor schaatste ik harder.” Dat vraagt om meer uitleg. “Ik bewaarde meer rust tijdens mijn race. Elke slag wachtte ik iets langer met afzetten, waardoor ik hem beter raakte zonder te verkrampen. Normaal gesproken ben ik zo gretig dat ik te vroeg afzet en mezelf opblaas.”
Het is een mooie revanche na het mislukte Olympisch Kwalificatietoernooi, waar ze als vijfde (drie kilometer) en zesde (vijf kilometer) eindigde. Fysieke malheur lag volgens In ’t Hof ten grondslag aan die tegenvallende resultaten. “In aanloop naar het toernooi was mijn vorm groeiende. Tot ik drie dagen voor mijn race wakker werd en me leeg voelde. Ik herstelde niet en was na twee ronden op de vijf kilometer kapot. De rest van de race heb ik moeten vechten, want ik had de energie niet. Dat was een verschrikkelijk gevoel. De medaille van vandaag spoelt de teleurstelling niet weg, maar ik wil er ook niet in blijven hangen. Ik wil genieten van mijn eerste internationale plak.”
Zoals gezegd ging het goud naar Wiklund, in een nieuw baanrecord (4.00,54). De Noorse vertrok met lef en kon het verval beperkt houden. “Ik vond mezelf tot nu toe te voorzichtig in de internationale wedstrijden. Op nationaal niveau heb ik weinig te verliezen en dan lukt het me wel om erin te vliegen. Mijn doel was daarom agressiever rijden. Na een rappe eerste ronde (30,3) bleef ik snelheid maken in de bochten, om vervolgens wat te ontspannen op het rechte eind. Dat heb ik een ronde langer kunnen volhouden dan verwacht. De laatste 800 meter waren wel behoorlijk zwaar.”
Louis Hollaar, Wisse Slendebroek en Kars Jansman hadden nog nooit samen een ploegenachtervolging gereden. De afgelopen twee jaar reden ze zelfs alle drie geen internationale team pursuit. Toch kwamen de drie vrijdagavond als nummer twee over de streep. “Italië was op volle oorlogssterkte, die reden een fantastische tijd”, blikt Jansman terug. De Nederlandse equipe eindigde daar bijna vijf seconden achter. "Maar ook wij hebben een heel goede rit laten zien.”
Pas aan het begin van deze week kregen de mannen te horen dat ze geselecteerd waren voor het EK en de ploegenachtervolging mochten rijden. Ze legden de agenda’s bij elkaar en trainden driemaal gezamenlijk. “We hebben er alles aan gedaan om hier zo goed mogelijk aan de start te staan. Ik ben er trots op dat het ons gelukt is”, aldus Jansman.
De rijder van Essent was de derde man in de trein, die aangevoerd werd door Hollaar. Slendebroek nestelde zich in het midden en kon zelfs bijna de gehele race de hand van zijn voorganger vasthouden. “Dat is de meest stabiele manier om de snelheid door te geven. Met mijn ploeg Albert Heijn Zaanlander hebben we daar ook veel op getraind. Ik voelde me hier comfortabel bij en Louis volgens mij ook.” Voor Slendebroek is zilver een heel mooie beloning na zijn eerste internationale langebaanwedstrijd. Hij start dit weekend ook nog op de vijf kilometer.
De Nederlandse teamsprintvrouwen hadden een grote kans op eremetaal, alleen al omdat er slechts vier teams aan de start stonden. Maar door een val van Isabel Grevelt op het rechte stuk viel Nederland buiten de prijzen. Opvallend was de zilveren plak van België. Het team had zich donderdag op het laatste moment ingeschreven, zodat er genoeg ploegen deelnamen om het onderdeel door te kunnen laten gaan. De ploegenachtervolgingstrein Fran Vanhoutte, Isabelle van Elst en Sandrine Tas liet uiteindelijk naast Nederland ook Duitsland achter zich en debuteerde zo met zilver.