Sáblíková (38) is olympisch kampioen, meervoudig wereldkampioen en jarenlang hét gezicht van de 3 en 5 kilometer. Toch klinkt er op dinsdagochtend, een paar dagen voor het toernooiweekend, geen spoor van prestatiedrang. Na ziekte tijdens de Spelen in Milaan is haar lichaam niet hersteld. “Ik heb laatst een inspanningstest gedaan op de fiets, met ademmeting. Normaal haal ik daar waarden die bij topvorm horen. Nu zat ik daar ver onder. Ik kan niet normaal ademen en mijn spieren werken niet zoals gewoonlijk.”
Ze weet wat dat betekent. “Het resultaat zal dit weekend slecht zijn, maar ik wil hier schaatsen voor de mensen. Dit is mijn laatste wedstrijd. Ik wil hier zijn.” Omdat haar lichaam nog niet meewerkt, rijdt ze alleen zaterdag de 500 en 3.000 meter. Bij de gedachte aan de sprintafstand moet ze grinniken. “Dit wordt de eerste van mijn seizoen. De tijd zal echt heel erg slecht zijn.” Haar glimlach zegt genoeg. De prestatie is bijzaak. Wat telt, is dat ze nog één keer het Heerenveens ijs op stapt.
Vraag Sáblíková naar haar band met het Nederlands publiek en haar ogen lichten op. Thialf is voor haar geen gewone ijsbaan. “Hier in Nederland weet iedereen wat een goede tijd is op de 5 kilometer. En hoe moeilijk het is om hard te rijden, omdat iedereen hier zelf voor zijn plezier schaatst.” Dat begrip voelt ze. “Als je hier rijdt, maakt het niet uit of je 3,55 of 4,10 rijdt. Het applaus is ongelooflijk. Dat emotioneert me altijd.” Het voelt logisch dat ze juist hier haar carrière afsluit.
De emotie van dit weekend is niet los te zien van Milaan. Tijdens de Olympische Spelen moest ze zich terugtrekken voor de 3 kilometer. Voor het eerst in haar carrière stapte ze ziek uit een belangrijke race. “Als ik eerder ziek was, met 38 of 39 graden koorts, zei ik: oké, ik probeer het. Ik meldde me nooit af.” Deze keer mocht ze niet starten. “De dokter zei: 'Je kunt niet rijden. Het is te gevaarlijk'. En als ik de 3 kilometer zou rijden, kon ik de 5 niet doen.”
Wat volgde was een openbaar excuus op Instagram. “Voor de fans, voor iedereen die mij aanmoedigt. Ze willen mij aan de start zien en hebben tickets gekocht.” Ze slikt en kijkt weg. “Ik heb zo veel gehuild.”
Wat haar misschien nog meer raakte dan het niet rijden, waren de reacties daarna. Een golf van berichten. Steunbetuigingen. Liefde. “Ik had nooit gedacht dat zo veel mensen mij leuk vinden en steunen. Toen ik dat zag, dacht ik: wow. Dat is het mooiste wat ik kan voelen.” Ze zoekt naar woorden, blijft even stil en haalt haar schouders op. “Ik heb er geen woorden voor. Je zit daar en denkt: wat zullen de mensen zeggen? En dan: oh my god, ze vinden me leuk. Ze zeggen: het is oké, we steunen je.”
Voor een olympisch kampioen klinkt het bijna naïef. Alsof ze zelf nog steeds verbaasd is over haar eigen impact op de schaatssport. “Toen ik begon met schaatsen, had ik nooit gedacht dat ik zo veel verbinding zou hebben met zo veel mensen. Niet alleen fans, maar ook andere schaatsers. Dat is het belangrijkste wat ik uit deze sport haal. Dat ik zo veel vrienden heb.”
Door haar tranen heen vertelt ze hoe ze zich gedragen voelde. Voor de 5 kilometer in Milaan kwamen collega’s naar haar toe. “Ze zeiden: 'Oh my god, je bent terug. We zijn zo blij dat je rijdt'. Iedereen omhelsde me. Ik dacht: wat gebeurt hier?” Schaatsen is een individuele sport, maar ook een gemeenschap. “We rijden voor de eerste drie plaatsen, maar we zijn vrienden. Als iemand hulp nodig heeft, dan helpen we elkaar.”
In Hamar, bij het WK Afstanden in 2025, kondigde Sáblíková aan dat dit haar laatste seizoen zou worden. Sindsdien voelt elke wedstrijd als een klein afscheid. Salt Lake City. Calgary. Hamar. En nu Heerenveen. “Bijna voor elke race huilde ik. Ik heb overal zo veel herinneringen.” Ze begon op haar elfde. Nu is ze bijna veertig. “Het is te moeilijk om afscheid te nemen en je leven op deze manier te veranderen.” Ze pinkt weer wat tranen weg.
Toch ziet ze een toekomst in de sport. “Hopelijk als coach, maar ik weet het niet. Ik moet met de Tsjechische federatie praten. Met de atleten. Het is niet zo dat ik kan zeggen: ik word coach. We moeten eerst praten.” Eén ding staat vast. “Ik wil in het schaatsen blijven. Dit is mijn wereld.”
Als de fans haar straks moeten herinneren, hoe dan? Ze hoeft er niet lang over na te denken. “Gewoon als een Tsjechisch meisje dat altijd lachte en anderen steunde.” Geen verwijzing naar olympisch goud. Geen opsomming van wereldtitels. Misschien is dat precies waarom ze onder schaatsfans zo geliefd is. Omdat ze niet alleen rijdt voor medailles, maar voor gedeelde emotie.
Komende zaterdag loopt Sáblíková nog één keer door de catacomben, de trap op. Waar ze ooit als vijftienjarige bijna wilde omkeren, wacht nu een publiekszee die haar al jaren omarmt. Boven zal ze worden onthaald door het door haar zo geliefde Thialf-publiek. Een ding weet ze zeker: ze zal moeten huilen. Mooie tranen en verdrietige tegelijk. Omdat stoppen pijn doet. En omdat het zo mooi is geweest.