Rutger, hoe bevalt het hier in Hamar?
“Het bevalt hier altijd wel goed, het is hier gewoon relaxed. Het is een klein, maar gezellig dorpje. Toch moet je hier niet twee weken zitten, dan ga je je dood vervelen. Maar een paar dagen is mooi.”

Merk je al dat het WK hier gehouden wordt?
“Het gekke met EK’s en WK’s (sprint/allround) is dat het kleine wedstrijden zijn. Daarmee bedoel ik dat er maar 24 deelnemers zijn (plus een paar reserves). Op het ijs is het altijd rustig, dat voelt soms weleens leeg. Dat is typisch een WK: gewoon rustig, maar er staat wel iets op het spel. De spanning komt meestal pas als de loting is geweest."

Wat verwacht je van je pupillen?
“Van Ireen Wüst verwacht ik logischerwijs dat ze meedoet om de bovenste plek. Zo simpel is het. De laatste vele edities is er altijd strijd geweest tussen Ireen en Martina Sablikova. Het is geen abc’tje dat Ireen nu wereldkampioen wordt omdat zij ook de Europese titel won. Van Antoinettede Jong denk ik dat zij mee gaat doen voor het podium en dat ze er na drie afstanden nog kort bij staat. Maar er is veel concurrentie, ik hoop dat het een spannend toernooi gaat worden waarbij het alle kanten op kan gaan. Mensen moeten ouderwets met pen en papier op schoot kunnen gaan rekenen!”

En wat kan Jan Blokhuijsen op dit WK?
“Als Jan boven zichzelf uitstijgt, kan hij het Sven Kramer moeilijk maken. Maar dat zou echt een hele grote verrassing zijn. Jan moet gewoon vier goede afstanden rijden en dan kan hij op het podium komen. Maar er zijn meer kapers op de kust, ook Patrick Roest, Sverre Lunde Pedersen en Bart Swings zijn kanshebbers.”

Is Jan gretiger omdat hij nog geen WK heeft gereden dit seizoen?
“Zeker, hij wil zich heel graag laten zien. Zowel voor zichzelf, als naar de sponsor en de buitenwereld toe. Bij de WK afstanden reed hij de ploegenachtervolging (won goud, red.) maar dat was een lastig toernooi voor hem. Het klinkt gek, maar soms is het juist goed om wedstrijdkilometers te maken in plaats van uit te rusten. Het is spannend om te kijken waar hij nu staat.”

Wat vind je zo mooi aan allroundtoernooien?
“Dat je vier goede afstanden moet rijden. Het is heel anders dan bij een WK afstanden waarbij er iedere dag 1 afstand is. Bij het allrounden heb je eerst een 500 meter en korte tijd later de 3 km. Dan moet je de knop omzetten ongeacht wat er gebeurt. Het mooie is dat het toernooi over 2 dagen is. Een stukje herstellen, zowel fysiek als mentaal, van een afstand en er weer staan op de volgende.”

Jullie zijn hier met een grote ploeg (4 schaatsers plus een reserve). Hoe is dat?
“Dat is gewoon gaaf. Het geeft aan hoe wij als ploeg in elkaar steken op dit moment. Ik noem het een collectieve prestatie waarbij ik dan de scepter zwaai. Maar je doet het altijd met anderen.”

En wat is jouw rol hierin?
“Ik bepaal wat er onderaan de streep gebeurt. Dat is de lijn die ik voor hun neerzet waardoor ze goede prestaties neer kunnen zetten. En ze maken elkaar beter.”

Dat teamgevoel is een belangrijk principe voor jou he?
“Onwijs, een stukje sociaal aspect zit daarin. Ik sta met een trots gevoel op het ijs, maar aan de andere kant is het ook gewoon mijn werk. Ik vind het mooi om te zien dat een jonge ploeg (Antoinette, Marcel Bosker en Melissa Wijfje) omhoog kan kijken.”

Wat is dat sociale aspect?
“In ieder geval zorgen dat er een collectief ontstaat. Zo zijn we na de WK afstanden als groep naar Inzell gegaan voor een trainingskamp. Om te zorgen dat iedereen voelt dat hij belangrijk is en een steentje bijdraagt binnen het collectief. Het sociale deel doen ze zelf.”

Hoe dan?
“Dan spelen we net zoals de voetballers vaak doen een potje kaarten. Allerlei variaties, behalve klaverjassen. Het gaat niet om geld, dus er is geen ruzie om geld haha. Op die manier creëer je iets waardoor mensen sneller iets voor elkaar doen.”

Is het voor jou zwaar dat je meerdere schaatsers moet begeleiden tijdens zo’n toernooi?
“Nee, niet direct. Natuurlijk kan je je aandacht beperkter besteden aan iemand. De truc en de kunst van mij is om iedereen de aandacht geven die ze nodig hebben. De één heeft meer aandacht nodig dan de ander. Dat weten ze ook. Maar of het zwaar is? Ach, ik vind het leuk en heb het naar m’n zin.”

Hoe meer hoe beter?
“Ha, nou, van zo’n NK sprint en NK allround werd ik niet vrolijk. Op beide toernooien had ik wat zitten. Hoe ga ik dit overleven, dacht ik. Dat trekt je wel leeg, kost gewoon energie. Maar voor de rest is het hartstikke leuk om te doen. Ik hoop dat ik mijn enthousiasme op hun kan overbrengen. Misschien is dat wel de key. Dat we enthousiast zijn en heel graag willen.”

Wat voor type coach ben jij?
“Ik ben gestructureerd. Ik heb plan in mijn hoofd en over het algemeen is dat plan een plan en voeren we uit. Ik hou wel vast aan die structuur, hecht veel waarde aan vastigheden, aan herkenbare momenten voor sporters. Verder ben ik een sociaal en rustig persoon. Als sporters zenuwachtig zijn, probeer ik ze op hun gemak te stellen.”

Volgend jaar staan de Olympische Spelen op het programma. Ga je je daarop aanpassen?
“Ik ga het volgend jaar niet anders doen, omdat de Spelen eraan komen. Maar exact hetzelfde is moeilijk omdat de kalender anders is volgend jaar. Een grote blauwdruk van dit seizoen gaat volgend jaar zeker worden. De basis van heel veel sporters die ik heb, is allround. Dat tussenstuk is ons domein.”

Nog één toernooi na het WK, de wereldbekerfinale, en daarna is het seizoen alweer voorbij.
“Dat is heel jammer, want hier ben je vanaf begin april tot begin oktober voor aan het trainen. Aan de vooravond denk ik: prima als het voorbij is. Maar als het voorbij is denk ik: goh, jammer.”