Volgens het oude model worden de junioren opgeleid binnen het gewest. Van een c-selectie stroomt het talent door naar de baanselectie om verder te gaan naar een gewestelijke selectie. Daaruit worden de beste gescout en opgenomen in KNSB Jong Oranje. Via dat traject is het jarenlang gegaan en gaat het grotendeels nog steeds.
De KNSB wil dit echter, mede op initiatief van het NOC-NSF, veranderen. De overkoepelende sportbond wil namelijk dat de KNSB net als een aantal andere sporten de switch maakt naar een aantal RTC's (Regionaal Talentencentrum), dit in samenwerking met de gewesten en gemeenten. "Een RTC is een centraal punt waar een professionele trainer de talenten begeleidt en werkt volgens een vast idee dat vanuit de KNSB komt", zegt disciplinemanager langebaan Emiel Kluin.
"Vijf RTC's verdeeld over Nederland zou volgens ons ideaal zijn. Dat hebben we vastgesteld na bestudering van het aantal licenties en spreiding in het land", aldus Kluin. Ook Jong Oranje-coach Erik Bouwman voelt zich nauw betrokken bij het ontwikkelen van de regionale centra. "Het opleidingstraject van schaatsers richting Jong Oranje en/of commerciële ploegen kan echt een stuk worden verbeterd. De RTC's zouden een hele grote stap in de goede richting kunnen betekenen", zegt Bouwman.
Welke fase van de opleiding in handen van de RTC’s komt, daar wordt nog over nagedacht. "We willen de schaatsers niet te vroeg het stempel talent geven. Daarom halen we nog geen c-junioren richting de RTC's, misschien zelfs geen b-junioren. Zoals het er nu uitziet worden het a-junioren, talentvolle neo-senioren en een enkele uitblinkende b-junior", is de gedachte van Kluin.
Een punt waar Bouwman en Kluin het ook over eens zijn is het combineren van disciplines. "We moeten af van het idee dat je van kleins af aan langebaner, shorttracker of iets anders bent. Het zou mooi zijn als je begint met de sport schaatsen. Elke week een keer shorttrack, langebaan en inline-skaten. De keuze voor een discipline komt later wel", legt Kluin uit.
"Het zou de sport en al onze disciplines enorm verrijken. Het gebeurt natuurlijk wel eens dat de langebaners shorttracken en andersom. Alleen het zou nog veel vaker moeten gebeuren", vindt ook Bouwman.
De Groninger begint aan zijn vierde jaar als trainer van de juniorenselectie en is erg begaan met de toekomst van de schaatssport. "De afgelopen jaren is het nog goed gegaan met de talenten, maar we moeten nu echt wel stappen gaan maken om niet achterop te raken. De versnippering binnen het schaatsen is groot en het is tijd dat een nieuwe structuur met daarin de RTC's op poten wordt gezet."
De financiering van de centra zal deels bij de schaatsbond komen te liggen. Al zou Kluin graag zien dat de grote merkenteams zo'n talentencentrum adopteren. "De commerciële ploegen plukken er uiteindelijk de vruchten van. Zij zouden daar best in kunnen investeren. Wellicht moeten we daar in de toekomst wel een deel van de licentiegelden van merkenteams voor gebruiken."
Een concrete datum voor de opening van het eerste RTC durft Kluin nog niet te noemen. "Er zijn een aantal regio's zeker in de goede richting, maar wanneer die aan alle voorwaarden kunnen voldoen is nog even de vraag. Al hoop ik wel dat we in mei 2014 ergens binnen kunnen stappen en zeggen dat we in een RTC zijn." In 2016 moeten volgens de plannen van de KNSB alle vijf de RTC's zijn geopend.