10 kilometer
Sven Kramer deed wat hij moest doen. Met 12.54,04 won hij de tien kilometer en sleepte een olympisch startbewijs binnen. In zijn race tegen marathonschaatser Jouke Hoogeveen zat hij zelfs lang onder zijn eigen baanrecord. "Ik ga geen polonaise lopen, maar natuurlijk ben ik blij." Kramer was vooral te spreken over de manier waarop hij zijn race reed, ondanks dat zijn fameuze versnelling uitbleef. "Het was een vlakke rit, ik heb zoveel mogelijk rondes 30,8 proberen te rijden. Ik weet gewoon dat ik die versnelling heb, maar op dit moment helaas niet."
Team Clafis duo Jorrit Bergsma en Erik Jan Kooiman kwamen in de laatste rit niet meer aan de tijd van Kramer, maar Bergsma wist door een nette versnelling in de slotfase van zijn race wél de tweede plaats veilig te stellen. Hij eindigde in 12.58,78. "De tien kilometer hoort bij mij, is me op het lijf geschreven. Nu krijg ik de kans om mijn olympische titel te verdedigen." Het was voor Bergsma zaak om zijn hoofd koel te houden nadat hij mis greep op de vijf kilometer afgelopen dinsdag. "Daar zat ik er niet bij, terwijl ik er wel thuis hoor. Dat was de zoveelste tegenslag. Ik dacht, misschien ga ik wel niet naar Korea. Ik heb geprobeerd om snel de knop om te zetten, maar dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan."
Ploeggenoot Bob de Vries eindigde dit keer aan de verkeerde kant van de streep, hij werd derde (13.01,12). Toch deed het wel een beetje zeer. "In Korea is de tien kilometer nog dunner bezaaid, die zou ik eigenlijk liever rijden dan de vijf kilometer." De Vries begon zijn race naar eigen zeggen wat te hard. "Er had iets meer ingezeten."
500 meter
Anice Das snelde naar 38,42 op de 500 meter. Niet normaal, vindt de 31-jarige sprintster na afloop. "Ik had verwacht dat er nog een paar onderdoor zouden gaan, dus ik kan het bijna niet geloven. Ik heb nationaal nog nooit iets gewonnen, maar dit is het perfecte moment."
Toch is alleen de nummer twee op deze afstand, Marrit Leenstra (38,52), al officieel zeker van haar olympische ticket op deze afstand. Dat komt omdat Leenstra zich eerder in het toernooi al plaatste op de 1000 meter, de 500 meter staat in tegenstelling tot die afstand laag in de selectievolgorde.
"Ik ben hier superblij mee", glunderde Leenstra na afloop in de catacomben van Thialf. "Ik stond tweede met ingang van de laatste rit, dus dan weet je dat je nog vierde kunt worden. Gelukkig was dat niet het geval en reed zowel Letitia (de Jong, red.) als Jorien (ter Mors, red.) langzamer."
"Het was echt zo spannend. Ik zat met een half oog te kijken naar de laatste rit en dacht: oh, laat ze niet harder gaan. Het zag er goed uit voor ze, had ook het gevoel dat ze onder mijn tijd zouden duiken, maar dat was gelukkig niet zo."
Leenstra meldde zich eerder deze week af voor de 3000 meter om zich volledig te focussen op de olympische tickets. Daardoor gaat ze niet naar het WK allround in Amsterdam, dat in maart wordt gehouden. "Ik heb al sinds oktober geen drie kilometer meer gereden, dus ik vond het een te groot risico. De 500 en 1500 moesten nog komen, dat vind ik belangrijker. Ik zou een groot risico nemen voor een heel klein kansje. Dat durfde ik niet aan."
Samen met Das zal Letitia de Jong (38,58), de nummer drie op deze 500 meter, nog even moeten afwachten wat de selectiematrix voor hen gaat betekenen. "Ik heb het niet in eigen handen", zegt de Jong. "Of ik blij ben? Blij is een groot woord. Ik had graag gewonnen, het is voor de matrix ook niet gunstig dat Anice er tussen zit. Maar er is weer een beetje lucht."
Jorien ter Mors stelde teleur met een negende plaats ( 38,91). "Ik kwam niet aan schaatsen toe", verklaart ze achteraf. "Ik had al in mijn achterhoofd om de 500 meter niet te rijden op de Olympische Spelen. De keuze is nu gemaakt, hoef ik er ook niet over na te denken."
Selectievolgorde na dag drie