Na de eerste omloop van de 500 meter in Salt Lake City voelde Mulder een pijntje in zijn lies. Toch startte hij ook in de tweede race op zondag. “Misschien had ik daar toen niet moeten rijden, maar ik was ervan overtuigd dat ik een Nederlands record kon rijden.”

Dat lukte niet en Mulder nam zich voor om de weken erna vooral rustig aan te doen. Hij heeft vaker last gehad van zijn lies en wilde voorkomen dat de kwetsuur zou verergeren. “We hebben met de ploegarts en fysiotherapeut constant de boel in gaten gehouden, bijna dagelijks gekeken of de spier een reactie gaf”, vertelt de sprinter van beslist.nl.

Gestaag ging hij vooruit. “Ik ben nooit een treetje teruggegaan.” Bewust hield hij wel de rem op zijn wedstrijdambities. “Ik had Heerenveen misschien wel kunnen rijden, maar ik wilde geen risico nemen.”

Waar zijn liesblessure vandaan kwam is moeilijk te zeggen. “Ik kan niet telefoneren met mijn lies en vragen: ‘Hee, waar komt het vandaan?’” Wel heeft Mulder heel bewust met oefeningen de spieren in zijn liezen versterkt en een iets scheef staand bekken recht laten zetten.

Volgens zijn coach Gerard van Velde is het iets waar Mulder waarschijnlijk mee moet leren leven. Het is zijn zwakke plek. “De één krijgt snel last van zijn knieën, de ander van zijn rug, daar moet je mee omgaan.”

Ermee omgaan betekent vooral accepteren dat het misschien weer zal gebeuren en er in training en voorbereiding alles aan doen om de spieren in goede conditie te houden. Rustiger starten om een verrekking in de toekomst te voorkomen is geen optie. Dan zou Mulder te veel kostbare tijd verspillen. “Je kan op honderdsten niet doseren. Dat kan op een 1500 meter, misschien op een 1000, maar niet op de 500 meter”, aldus Van Velde.

Voor zijn pupil is het vooral goed dat hij er weer bij is eind december. “Het is wel weer zijn eerste wedstrijd. De winst is dat hij er weer aan de start staat. En hij is goed.”

Dat vertrouwen heeft Mulder ook. Met de vorm zit het wel goed. Dat lieten de eerste twee World Cups van het seizoen ook duidelijk zien. Daar presteerde hij van de Nederlandse 500-meterrijders het beste. Toch kan hij niet rekenen op een ticket voor de WK Afstanden. Daarvoor is de concurrentie op het kortste nummer te groot. “Het zal niet gemakkelijk worden. Er zijn veel kapers op de kust, ook in mijn eigen ploeg.”