Het Nederlandse team werkt de laatste trainingen af voor de kampioenschappen beginnen. Aan de voorbereiding kan het niet liggen. Sinds ruim een week voor de start van het toernooi bivakkeert het team in het unieke decor tussen de Tiroler bergen. Bondscoach Desly Hill kijkt tevreden naar de verrichtingen van Ronald Mulder dit seizoen. “Ik denk dat ik hem nog nooit zo snel heb gezien.”
De EK zijn allesbehalve bijnummer in het zomerschema. De wereldkampioenschappen worden in november gehouden, tijdens de World Cups schaatsen in Salt Lake City en Calgary. Die World Cups willen Ronald en Michel Mulder niet missen, (“Straks wordt daar de eerste 33’er gereden en ben ik er niet bij.”) dus laten ze het WK voor wat het is. “De Europese kampioenschappen zijn mijn enige toernooi deze zomer. Ik heb me er de laatste maanden dus volledig op gericht.”
Terwijl teamgenoten van hem zich in Inzell voorbereiden op de komende winter, strijdt hij komende week iets zuidelijker, in Oostenrijk, om de titels op wielen. In juni ging hij er met de Nederlandse selectie al heen om er een week te trainen en ruim een week voor de start van het toernooi is het team er weer neer gestreken.
“Het is belangrijk om de piste te leren kennen”, legt Mulder uit. De eerste drie dagen van het toernooi worden afgewerkt op de piste van Wörgl, die 250 meter lang is. “In eerste instantie zeiden mensen dat het een vrij makkelijke piste zou zijn, maar daar kom ik toch wel op terug. De lijnen die je moet rijden zijn toch wel anders. Het is echt wel een technische baan. Daarom hebben we er veel op getraind.”
Om meerdere redenen ligt er veel focus op het pistetoernooi. “Normaal gesproken zijn we beter in het tweede deel van het toernooi, op het wegparcours. Maar dat parcours is erg krap en kort dit jaar, terwijl de piste langer is dan normaal. Langere bochten en langere rechte stukken, waar we onze kracht goed kwijt kunnen. Het zou dus wel eens zo kunnen zijn dat de piste ons beter ligt dan de weg.”
Hij moet vooral zijn gevoel volgen, als het gaat over het inschatten van zijn niveau en zijn kansen, want veel meetmomenten zijn er niet geweest. Veel baanwedstrijden vielen dit jaar letterlijk in het water. “Daarom hebben we vooral in de training veel competitie gehad. We hebben een sterke groep dit jaar en er zijn momenten geweest dat we ons snelpak aangedaan hebben en alles gegeven hebben.”
Onder andere meervoudig wereldkampioen en fenomeen Joey Mantia voegde zich bij het team. “Hij is niet de snelste meer, maar hij is technisch zo goed. Dat maakt wel het verschil in trainingen.”En verder wordt hij op de hielen gezeten door de jonge talenten Rémon Kwant en de Belg Matthias Vosté. “Die jongens zitten in onze nek te hijgen”, spreekt hij ook namens Michel. “Maar dat is eigenlijk alleen maar lekker. Dan weet je gelijk waar je staat.”
Ronald Mulder is 29 en rijdt al zo’n twaalf jaar op het hoogste niveau. In 2010 greep hij zijn eerste Europese titel en in totaal staan zeven titels op zijn palmares. Dat moeten er eigenlijk nog meer worden. “Ik heb het gevoel dat ik ieder jaar nog sterker wordt. Dus zo lang ik in dit toernooi nog geen goud heb, zal ik toch niet helemaal tevreden zijn. Al ligt het ook heel sterk aan hoe een wedstrijd is verlopen. Maar als ik mijn niveau inschat, denk ik dat ik zeker om de prijzen moet kunnen meedoen.”
Wetende dat de strijd weer van het allerhoogste niveau zal zijn. “Voor veel meer atleten geldt wat voor mij geldt, dat ze op dit EK willen pieken. Het wordt dus een mooi toernooi.”Naast de grote sprinters Ioseba Fernandez, Gwendal Lepivert en Darren de Souza, is de Duitser Simon Albrecht dit seizoen een niet te onderschatten concurrent geworden. Vorig jaar was hij nog junior, maar brak hij al senioren wereldrecords.