Rond drie uur op nieuwjaarsdag komt het verdict van de Selectiecommissie Langebaan naar buiten: Marcel Bosker wordt aangewezen voor de olympische ploegenachtervolging in Milaan. Een keuze die ten koste gaat van Tim Prins, die als tiende man buiten de selectie valt.
Bondscoach Rintje Ritsma had Bosker aangedragen, want hij wil in februari kunnen beschikken over vier mannen voor de ploegenachtervolging. “Het olympisch format is anders dan in de World Cups. Je hebt een kwartfinale, halve finale en een finale. Die laatste twee zijn bovendien op dezelfde dag, vlak achter elkaar. Als je beschikt over vier rijders, kun je iemand sparen. Daarom is het belangrijk een reserve te hebben. De kans is heel groot dat Jorrit die vierde man wordt.”
Jorrit Bergsma en de olympische ploegenachtervolging waren in het verleden geen gelukkig huwelijk. In 2014 schaatste hij geen enkele ronde, waardoor hij een gouden medaille misliep. In 2017 werd de stayer nog wel wereldkampioen met Douwe de Vries en Jan Blokhuijsen. Na ruim zes jaar zonder ploegenachtervolging maakte hij in maart 2025 zijn rentree, met een derde plek in de World Cup tot gevolg. De kans is groot dat zijn volgende optreden in februari is, wat dan teven zijn olympisch debuut zou betekenen.
Met Chris Huizinga, Stijn van de Bunt, Bosker en Bergsma acht Ritsma zich zeker niet kansloos op het olympisch speelveld. Tussen de pain train uit Amerika en de Italiaanse thuisrijders gelooft hij erin dat Nederland mee kan doen om het eremetaal. “Juist met eenlingen uit verschillende ploegen kan het een heel mooie wedstrijd worden”, aldus Ritsma.
Naast Prins is er nog een schaatser die moeilijk kan verkroppen dat hij niet geselecteerd is voor de Winterspelen: Bart Hoolwerf. Na het Daikin NK Marathon, waarin hij viel, legt hij in een woest relaas zijn standpunt uit.
“Ik ben boos. Ik heb me vier jaar lang volledig ingezet. Alle World Cups gereden, met verschillende mensen. De laatste twee jaar schaatste ik met Jorrit. Ik denk dat we allebei een aanwijsplek meer dan verdiend hadden. Zonde dat mijn inzet niet beloond wordt. Ik heb niks tegen Stijn (die nu geselecteerd is voor de mass start, red.), hij is een hartstikke goede schaatser op de vijf en tien kilometer. Maar hij heeft internationaal nog nooit een mass start gereden.
“Dat dit onderdeel eerste staat in de matrix, is niet alleen te danken aan Jorrit of alleen aan mij, dat hebben we samen gedaan. Hij heeft er deze winter twee kunnen winnen omdat ik in het peloton zat. Jongens als Bart Swings houden dan rekening met mij en rijden niet blind het gat naar Jorrit dicht. Ze weten immers dat ze nog een sprinter bij zich hebben. In Milaan hadden we ook die kaart kunnen spelen. Nu wordt het voor Jorrit een heel zware kluif. Op voorhand zegt de KSNB dat we voor de grootste kans op goud gaan. Uiteindelijk zie je dat individuele kansenbelangen groter zijn. Ze durven geen keuze te maken voor goud.
“Ik heb er vier jaar keihard voor gewerkt, met Roy (coach Roy Boeve, die eerder deze week al opkwam voor zijn pupil, red.). Ik ben loyaal geweest, heb deelgenomen aan alle trainingen van de team pursuits, vloog de wereld over voor de mass starts en heb me soms in een moeilijke positie bevonden. Maar ik stond er altijd. Op het moment dat het moet gebeuren, mogen andere mensen het plekje invullen. Dat is heel zuur. Ik heb vier supermooie jaren gehad en prachtige dingen meegemaakt. Het is zuur dat mijn olympische droom niet uitkomt.”
“Tim Prins wordt door iedereen gezien als het kind van de rekening, maar ik ben dat net zo goed. Tim is natuurlijk een groot talent en had ook zeker recht gehad om daar te rijden. Maar ik heb jarenlang World Cups gereden, klassementen binnengehaald en meerdere malen podia gehaald. Met Jorrit heb ik ervoor gezorgd dat de mass start op de eerste plek in de matrix stond.”
“Het is ook zuur dat de media, vooral de analisten die oud-langebaanschaatsers zijn, voorkeur hebben voor de traditionele afstanden. Zij hebben invloed op de kijkers. Ik word in één klap vergeten, ben de vreemde eend in de bijt. Dat maakt me heel verdrietig. Ik krijg geen erkenning voor al het werk wat ik heb verricht. Van buitenaf ziet een mass start schaatsen er heel makkelijk uit, maar ze hebben geen idee hoe het is om zestien rondes tempo te maken.”
“Het zal wel een weekje duren voordat ik dit verwerkt heb. Het is een behoorlijke domper. Vanochtend hebben Roy en ik tranen gelaten. We hebben er al die jaren zo hard voor geknokt. Het team, mijn familie, iedereen baalt mee.”
Ritsma legt uit waarom hij Van de Bunt naast Bergsma opstelt in de mass start. “Dat is een weloverwogen besluit geweest, gebaseerd op statistieken. Die laten zien dat in mass starts op de Spelen of een WK wegrijden eigenlijk de enige kans op goud is. Dan zijn we gebaat bij een wedstrijd waarin we veel aan kunnen vallen. Daarom is de keuze gevallen op een stayer naast Jorrit in plaats van een sprinter.”
Hoolwerf stelt dat het goed is om een sprinter te hebben in het peloton die de andere landen ontmoedigt om een ontsnapte Bergsma terug te halen. Ritsma ziet dat anders. “Sprinters zoals Bart doen tijdens de race niets, zij zijn volgelingen. Dan is het lastig een wedstrijd te winnen. Om een zege te kunnen pakken, moet je de baas zijn over iedereen. Een sterk land als Nederland kan dat. Met twee stayers willen we voor die strategie kiezen.”
De Ritsma die we hier aan het woord horen, was dezelfde man die Hoolwerf de afgelopen vier jaar keer op keer opstelde voor het teamonderdeel. “In de World Cups was Bart er altijd om het af te maken. Dat heeft hij niet altijd even goed gedaan. Er had meer ingezeten. Als Bart twee wedstrijden had gewonnen, had hij de aanwijsplek gekregen in plaats van Jorrit.”
In plaats van de ervaren Hoolwerf wordt nu Van de Bunt opgesteld, die zowel op de Spelen als op de mass start bij de senioren debuteert. “Het is geen risico om een nieuweling op te stellen, want je maakt duidelijke afspraken van tevoren. Stijn heeft het uithoudingsvermogen en de snelheid als hij eenmaal op gang is. Hij beweegt makkelijk en neemt de ervaring van het skeeleren mee. Net als Jorrit kan hij bovendien snel anticiperen op actie. Ze passen goed bij elkaar.”