“Ik had graag eerder hier willen rijden, maar het was dit seizoen nog niet gebeurd. Ik heb hier zelfs geen trainingswedstrijdje gedaan.”, vertelde ze. “Ik had het leuk gevonden als het nu al meer als thuis had gevoeld.”
Toch reed ze de 1000 meter alsof ze werd gesteund door een stadion gevuld met eigen publiek. Ze evenaarde het baanrecord van Ireen Wüst van 1.14,63.
Even leek het er zelfs op dat ze dat baanrecord te pakken had toen het stadionbord 1.14,62 toonde, maar die tijd werd gecorrigeerd. “Hoe vaak zie je dat nou, dat een tijd naar boven wordt bijgesteld”, vroeg Richardson zich hardop af. “Nu had ik een baanrecord voor tien seconden.”
Desondanks was de Amerikaanse dik tevreden met haar zege. In Berlijn had ze haar landgenote Brittany Bowe ruim voor moeten laten gaan, maar nu stak ze die voorbij. “Ik had voor het eerst dit seizoen de binnenbaan en mijn start was meteen al beter. Daar won ik zo al twee tienden ten opzichte van vorige week. Zo snel was ik dit seizoen nog niet.”
Wel denkt ze dat er nog werk aan de winkel is voor de laatste ronde, daar zakte ze naar haar gevoel zaterdag wat weg. “Het lijkt erop dat mijn snelheid niet zo gemakkelijk komt. Ik moet ervoor werken en dat kost me de kop in de laatste ronde.”
Dat zou kunnen komen omdat ze onder Jillert Anema wat meer op de 1500 meter is gaan trainen, een afstand die minder vanuit snelheid en al wat meer vanuit duurvermogen wordt benaderd, zeker voor een sprintster als Richardson.
Een probleem vindt de Amerikaanse dat niet. “Zo lang mijn 1500 meter sterk blijft ben ik sowieso tevreden”, lachte ze.