De eerste schaatsmeters van kleine Joep waren op natuurijs, pal naast huize Wennemars in Dalfsen. “We wonen naast de natuurijsbaan”, vertelt Renate. “Die kinderen konden gewoon het dijkje oversteken. Als het koud genoeg was, werd er ’s avonds training gegeven. Van zes tot zeven.” Geen schema’s of doelen, maar ijs, lichtmasten en een paar winters achter elkaar waarin alles samenkwam.

Maar ook onder het dak van Thialf beleefde Joep een van zijn eerste momenten op het ijs. Rondom de trainingen van vader Erben zat Joep op de kussens langs de baan. Soms mocht hij het middenterrein op om wat te krabbelen. “Hij was vier of vijf”, zegt Renate. Het idee dat je kampioen kúnt zijn, speelde toen nog niet. “Hij zag Erben op televisie schaatsen, maar hij zag gewoon zijn vader. Geen schaatser, geen kampioen.”

Schaatsen hoorde bij de omgeving. Bij de familie Wennemars, maar ook bij Dalfsen. Erbens ouders draaiden mee in de IJsclub Stokvisdennen, 'een hele actieve ijsclub'. Dus toen Joep en zijn broer Niels oud genoeg waren, ging het vanzelf. “De omgeving en opa en oma vonden dat ook heel leuk”, zegt Renate. “Het zou me niks verbazen als zij hun eerste lidmaatschap hebben betaald.”

Vrijdagmiddag vijf uur werd een vast ritueel. Een touringcar vol kinderen en ouders vertrok vanuit Dalfsen naar Deventer. Broodtrommels, appeltjes, ouders die hielpen met veters en pakjes. “Ze vertrokken om vijf uur en waren om half negen weer terug”, aldus Renate. Het was een avondvullend programma waar de broertjes Wennemars van genoten.

Joep Wennemars VJTG
Mini -Joep mag een rondje schaatsen in Thialf bij het afscheid van Erben, na het WK Allround in 2010. | Foto: Soenar Chamid

Het vrije krabbelen maakte langzaam plaats voor competitie. “Wat ik me nooit had gerealiseerd, is dat je dan vrij snel op het punt komt dat er wedstrijden zijn. En op het moment dat die om de hoek komen kijken, wakkert dat bij sommige kinderen iets aan.” Bij Joep gebeurde dat. “Joep was altijd best serieus over die wedstrijden. Hij vond het spannend en hij wilde graag winnen.”

Ze zag het aan alles. “Rondom wedstrijden raakte hij al jong een beetje in zichzelf gekeerd. Wanneer het niet goed ging, was hij gefrustreerd.” Het hoorde bij zijn karakter. “Hij is serieus van aard en wil het graag goed doen.”

Daar kwam nog iets bij, iets waar Renate grappend kritisch over is. “Er was ook een soort perverse prikkel vanuit Erben, opa en oma”, zegt ze. “Dat je bijvoorbeeld een euro kreeg voor een persoonlijk record. Ik vond dat echt niet kunnen. Je moet zorgen dat een kind een sport blijft doen omdat hij het leuk vindt, niet omdat hij er geld mee verdient.” Ze lacht erom, maar haar punt is duidelijk: motivatie is kwetsbaar, zeker in een gezin waar topsport normaal is.

Joep Wennemars VJTG
In 2019 zat Joep al helemaal in competitie modus bij het NK junioren. | Foto: Soenar Chamid

Had Joep toen al door dat hij Wennemars was? Dat hij ‘de zoon van’ was? Renate denkt van niet. “Niet per se bewust. Maar mensen vroegen het wel. Op de ijsbaan: 'Ga je net zo goed worden als je vader?' En daarbuiten: 'Zit jij ook op schaatsen?' Ze denkt dat Joep er lang weinig last van had. Tot later. “Pas toen hij vorig jaar wereldkampioen op de 1000 meter werd, realiseerde hij zich dat het toch een last is geweest. Dat mensen altijd verwachtingen hadden.”

Die wereldtitel voelde als een ontlading. “Je zag het letterlijk gebeuren”, zegt Renate. “Er viel iets van hem af. En ergens ook wel van ons als gezin. Dat eeuwige beeld dat Joep een soort kopie van Erben moest zijn.” Ze formuleert het scherp: “Nu was Joep gewoon Joep 1.0. En dat is veel comfortabeler dan Erben 2.0.”

Joep Wennemars
Ontlading en ongeloof, want wereldkampioen 1000 meter! | Foto: Soenar Chamid

Dat loskomen ging niet door afstand te nemen, maar door bewuste keuzes. Erben en Joep besloten op een gegeven moment geen gezamenlijke interviews meer te doen. “Omdat je daarmee dat beeld van Erben en Joep blijft voeden.” Tegelijk bleef Erben betrokken. “Joep vraagt hem nog steeds om raad. En Erben helpt hem met het prepareren van zijn schaatsen als dat nodig is.” Het gaat niet om afzetten, maar om gezien worden als individu met een eigen identiteit.

Over Joeps talent is Renate nuchter. “Erben heeft altijd gezegd dat Joep meer talent had dan hij. Maar we weten allemaal dat Erben niet per se talent had”, zegt ze grinnikend. Wat ze wél ziet, is toewijding. “Dat is ook een talent. Joep is gedisciplineerd en doelgericht. Niet alleen met schaatsen, ook met school.” Net als zijn vader kan hij pijn verdragen. “Zij kunnen omgaan met verzuring. Waar ik denk: dit is mijn grens, stoppen zij niet. Zij denken: dat is waar ik heen wil.”

Toch was er één moment waarop Renate ingreep. In Deventer werd een baanselectie nieuw leven ingeblazen, op initiatief van vader Wennemars. Met schema’s, een ‘pakje’ en een beetje status. “Als je dat pakje aan had, dan was je iemand op de ijsbaan.” Voor Renate werd hier voor het eerst een grens overgegaan. De optelsom werd Joep te veel: schooldagen, het reizen van en naar de ijsbaan en daarbovenop extra trainingen en wedstrijden in de selectie. “De balans was weg. Het was niet meer gezond.”

Ze ging met hem zitten. “Ik zei: Joep, ik denk dat dit te veel is voor je nu.” Tot haar verrassing was hij het meteen eens. “Ik zette me echt schrap, omdat ik dacht dat ik hem iets afnam wat hem heel dierbaar was. Maar achteraf bleek het bijna een opluchting, al zal hij dat nu niet zo zeggen.”

Joep ging uit de selectie, dus terug naar Stokvisdennen. Naar een club met verschillende niveaus, waar plezier en ontwikkeling hand in hand gingen. Trainingskampen naar Inzell, lange dagen met het team, hard trainen en lachen. “Het was een veilige omgeving”, zegt Renate. “Die club heeft ervoor gezorgd dat die jongeren in een bepaald spoor zijn gebleven. Gezond, fit, met ruimte voor iedereen.”

Joep Wennemars VJTG
Een van de fijne trainingskampen (Joep in het midden, gehurkt met roze zonnebril).

En daar was het coronahoofdstuk. WK Junioren in Innsbruck, op een open buitenbaan. Joep was mee met het gewest, in een voor hem nieuwe setting. “Het was een WK,” zegt Renate, “zonder eigen coach, zonder publiek, zonder sfeer. Allemaal nieuwe dingen.

“Het was in mij niet eens opgekomen om erheen te gaan. Ik voelde me nog bezwaard ook.” Maar Erben reed erheen. Het hotel lukte nog wel, maar eten en drinken was er niet vanwege de coronaregels, dus een koelbox vol met eten ging mee. “Hij mocht het terrein van de ijsbaan niet op, dus zat hij buiten, op een vuilcontainer.” Geen aanwijzingen, geen coaching, alleen aanwezig zijn. Zodat Joep in elk geval één vertrouwd gezicht had. Daar, in die stilte, werd Joep wereldkampioen bij de junioren. “Dat was een moment waarop hij dacht: hé, ik kan dit.”

Op twee weken voor Milaan, is Renates wens ongecompliceerd. “Dat hij aan de start kan staan met een fris en fit lichaam. En een fris en fit hoofd. En dat hij dan racet voor wat hij waard is. Dat hoop ik.” Ze glimlacht. “Natuurlijk hoop ik ook dat hij een medaille wint. Dat is toch tof.” Joep 1.0. In Milaan hoeft hij niets te bewijzen. Alleen te schaatsen voor wat hij waard is.