De ruim twee meter lange man, direct op het verkeerde been gezet. Een onderzoekende blik. Hij denkt: Weer een interview over de sport, het schaatsen, de Canadese ploeg. Mis. Remmelt Eldering: “Waar wil je het dan over hebben?”

Over je andere talenten, of bezigheden. Een Nederlandse coach die ook over andere zaken kan vertellen.
“Dat is ook heel mooi.”

Ik heb je in een langer interview op internet bezig gezien op een schilderdoek. De artiest in Eldering, dacht ik direct. Hoe is dat ontstaan?
“Mijn pake (opa, red.) Jacob – of Jaap - was een schilder. Of beter, en dat zal mijn vader me niet in dank afnemen, een beetje een prutsschilder die graag wat mocht pielen. Hij schilderde het altaar in de kerk na, maakte hier en daar een schilderijtje. Ik heb thuis in Canada ook een schilderij van hem hangen. Ik kwam als klein jochie geregeld bij hem thuis in Noardburgum waar hij op de bovenverdieping een grote kamer had vol schilderijen aan de muur en tekeningen kriskras over de vloer verspreid lagen. Ik vond dat kunstenaarsachtig en tegelijk prachtig.

“Pake leerde me toen hoe ik een landschapje moest tekenen, met perspectief, met een sloot, de horizon en een molen op de achtergrond. Dat heb ik wel honderd keer gedaan als ventje van acht of negen jaar. Echt lagere-schoolwerk hè. Mijn moeder kon het erg waarderen, want zij bleef het ook aanmoedigen. Tijdens de periode op de middelbare school werd het wat minder, maar nadat ik vanwege het schaatsen in Canada belandde, stuurde ze me een schilderset. Ze dacht waarschijnlijk die jongen moet daar ook wat leuks te doen hebben.

“Ik ben er ook weer mee begonnen in 2018… Dat tekenen, waar ik het net over had, ben ik altijd blijven doen. Net zoals schrijven: gedichten, korte verhaaltjes. Destijds in schriftjes, tegenwoordig op mijn telefoon. Ik ben veel onderweg. Soms schrijf ik alleen op waar ik ben en hoe het gaat. Het zou leuk zijn als ik er uiteindelijk een keer een boek van kan maken, met eigen illustraties. Is wel grappig in dit verband: in de tijd dat ik bij het schaatsteam van DSB zat met Jeroen Otter (oud-bondscoach shorttrack, red.) zei die tegen mij: ‘Remmelt, jij wordt later kinderboekillustrator’. Wie weet, haha. Voorlopig ben ik druk met schaatsen. Daarnaast piel ik er heerlijk op los.”

Niet bewust bezig om je te verbeteren op een bepaald terrein van de kunst? Of wil je net als pake een prutser blijven?
“Ik wil net als pake prutsen, ja. Daar ben ik nul komma nul over beledigd en neem er genoegen mee. Het is heerlijk.”

Heb je het nodig?
“Een beetje wel. Het is lekker je hoofd te legen. Even afzwaaien naar de kunstkant van mij. Ik wilde vroeger de kunstacademie doen. Daar had ik een heel portfolio voor gemaakt met allemaal tekeningen en ontwerpen van sportschoenen. Vervolgens begon ik te schilderen, de ene periode wat hartstochtelijker dan in een andere fase. Nu doe ik er ook wat aquarellen bij.”

Ik wil net als pake prutsen. Heerlijk!
Remmelt Eldering
Atelier Remmelt
Het atelier thuis in Calgary. | Foto: Remmelt Eldering
Lekker pielen
Een fazantje in leuke kleuren. | Foto: Remmelt Eldering

Maar waarom is het geen kunstacademie geworden?
“Misschien zat het sportleven een beetje in de weg. Want ik was die sporter, maar wilde ook die kunstenaarsachtige richting op. Het was a of b. Als coach kan ik nu mijn artistieke kant enigszins projecteren op mijn atleten.”

Hoe dan?
“Nou, door zo nu en dan te zeggen dat…..”

Het prutswerk is!

Hij grijnst instemmend. “Soms wel, ja. Of dan zeg ik: jongens, er zit ook wel wat magie in de lucht, het hoeft niet altijd alleen maar werk te zijn. Laat het een beetje rondgaan en laat de magie van het schaatsen ook naar je toe komen. Het is per slot van rekening een beweging die niet zoveel voorkomt.”

Snappen je schaatsers dat dan? Want de normale coaches komen van een opleiding en hebben een ingestudeerd stramien van presenteren.
“Ja, en ook met nummers, of getallen, de data. Het is ‘Deze tijden’ en ‘Die wattages’, dus niet altijd met kunst te verweven. Terwijl schaatsen een gevoelssport is waarin magie schuilgaat. Het is niet zomaar dat een plus een twee is in deze sport. Met kunst, of art, of aanpielen, is dat evenmin het geval. Ik doe ook maar wat op zo’n doek, waarvan ik daarna denk oh, dit ziet er goed uit. In sport beweeg je ook niet alleen maar van a naar b in een rechte lijn.” Eldering zwaait een arm op en neer en van links naar rechts. “Een schaatscarrière gaat ook een beetje zo.”

Wanneer je op pad bent met de Canadese ploeg, bezoek je in andere landen dan veel musea?
“In Japan heb ik dat gedaan. In China ook, maar het gebeurt niet altijd. Als ik met de sport bezig ben, zit ik tussen de atleten die me dan nodig hebben. Het gaat beter wanneer ik thuis ben, even tot rust kom. Dan heb ik daar wel zin in.”

Zijn er bepaalde kunststromingen die je meer aanspreken?
“Vincent van Gogh is een van mijn favorieten, ook omdat hij een vrij turbulent leven had. Ik vind het mooi omdat hij ondanks zijn ellende iets moois heeft voortgebracht. Er zijn genoeg mensen die door hun eigen beroerde bestaan niet meer de bloemen of de pracht van het leven zien. Hij had dat wel. En iedereen, iedere man en waarschijnlijk ook iedere vrouw - maar ik vind het meer iets van mannen - gaat door ellende. Dat moet je accepteren en dat moet je op je nemen. Alleen, vergeet niet dat de wereld nog steeds schitterend is. Zo diep als Van Gogh in de shit zat, met z’n syfilis, drankgebruik en dat afgesneden oor van hem, zo prachtig is de kunst die hij heeft vervaardigd.”

Paradijsvogel
Een pauw tegen de achtergrond van de skyline van New York. "Gewoon, omdat ik dat mooi vind." | Foto: Remmelt Eldering
Soms zeg ik tegen de schaatsers: laat de magie ook naar je toekomen
Remmelt Eldering

Eldering toont een foto op zijn telefoon van een zelfgemaakt schilderij waarop een fazant staat met een achtergrond die hij omschrijft als een starry night, een sterrennacht. “Dit is gebaseerd op een Van Gogh. Tenminste, die achtegrond. Ik kan het misschien niet zo goed, maar ik heb die vogel erin gezet omdat ik van vogels houd.” Hij scrollt door, er verschijnt een beeld van een pauw, met achter het dier, niet al te eenvoudig te herkennen, de skyline van New York. Dat doek vond ik zomaar op straat, heb ik meegenomen en thuis beschilderd met een pauw. Die gedachte kwam in me op. Leek me gaaf. Het schilderij hangt in mijn huis.”

Om zich uit te leven heeft Eldering niet per se linnen en lijsten nodig. Hij wandelt in Calgary graag langs de Bow, een rivier niet ver van waar hij woont. “Wanneer het hoogwater is geweest, ligt er veel aangespoelde zooi op de oever. Stukken hout, bijvoorbeeld. De mooiste neem ik mee om te beschilderen.” Hij lacht. “Of aanpielen, zo kun je het net zo goed noemen. Bij een stuk hout dat jaren door de rivier heeft gedreven, hoort een verhaal. Ik maak er iets op met wasco, een berglandschap of iets dergelijks. Wat me op dat moment te binnenschiet. Goh, wat vind ik nog meer bij het water? Vogelschedels ook. Die maak ik schoon en beschilder ze. Ik heb ook een paardenhoofd dat in de tuin is begraven omdat het nog niet helemaal schoon was na een eerste wasbeurt. Onder de grond doen de dieren nu dat werk, zodat ik die schedel straks kan beschilderen.”

Hij zoekt opnieuw in een fotomapje op zijn telefoon. In snel tempo swipet Eldering langs de plaatjes van kleurige voorwerpen die hij nader duidt. “Dit is een stierenschedel, hier heb je – denk ik – een karkas van een schaap, dit is de kop van een pestvogel (een waxwing in het Engels) die ik heb nageschilderd op een toen hij in mijn tuin zat. Die hangt aan de muur.” Hij geniet er zichtbaar van. “Ik ben een soort schilderstrandjutter”, merkt hij hard lachend op. “Zo was mijn jeugd in Friesland ook: ik ging altijd de bossen in, was dikwijls aan het vissen en vond elke dag van alles.”

En wat dat schilderen betreft: je noemde Van Gogh, van wie je vast de overtuiging hebt dat je dat nooit zou kunnen. Maar zou je zo’n iemand willen zijn?
“Ik wil niet zoals hij zijn.”

Ik doel meer op de artistieke kant.
“Die kent veel onzekerheden, waar ik overigens best mee uit de voeten zou kunnen. Het schaatsen is bijzonderder omdat je met mensen werkt. Als kunstenaar ben je meer op jezelf aangewezen. Dat trekt me wel, maar ik doe dit soort dingen voor mezelf. Het hoeft niet per se, zoals we het er nu over hebben, bekend te worden. Het is leuk hoor, want altijd maar over het schaatsen praten is ook wat. Maar schilderen om te verkopen, nee, dat hoef ik niet.”

Eldering haalt een gesprek aan met een journalist die bij hem thuis een interview kwam opnemen. De man zag de enorme hoeveelheid geverfde objecten en adviseerde de Nederlander subsidie aan te vragen voor zijn woning. “Hij vond het er zo kunstzinnig uitzien met al die skeletten. Mijn huis lijkt ook wel een half museum, zoveel ligt er overal. Ik heb geprobeerd wat geld los te peuteren, maar ik ken niet zo goed de weg op dat gebied. Plus: te veel gedoe, niet aan mij besteed.”

Audrie en Remmelt
Audrie ziet mij als mij en weet hoe ik ben
Remmelt Eldering

Zijn vriendin met wie hij intussen een kleine twee jaar een relatie heeft moet er wel tegen kunnen. “Ze zei al een keer tegen me: ‘Als we gaan samenwonen mag jij je eigen kamertje hebben voor alle spullen’. Daar heb ik natuurlijk niet genoeg aan. Ze vindt het leuk, maar ook erg hobbyachtig. Het is wat afwijkend gedrag. Audrie ziet mij als mij en ze weet hoe ik ben. Ik ben ervan overtuigd dat ze bij tijd en wijle zal denken: nou ja, moet dat allemaal zo? Ja, dat moet dus allemaal zo. Als zij zegt dat de troep aan de kant moet, doe ik dat.” Eldering begint te bulderen van het lachen. “Geheid dat ze na anderhalf jaar zal zien dat er langzamerhand weer spul naar binnen komt. Want zo gaat het gewoon.” Een geboren verzamelaar met een hart voor de natuur, en toch perfect functionerend in een strak georganiseerde omgeving.

Dan moet je ook heel erg gestructureerd kunnen zijn. Dat lijkt me moeilijk voor jou.
“Is het zeker”, klinkt het schaterend. “Je bent de eerste die me dat vraagt. Omdat je dit snapt.”

Dan is het des te knapper dat je het al zo lang volhoudt, met succes.
“Dank je wel. Je ziet dus dat de balans wel te vinden is. Soms lukt het me een rol aan te nemen in het schaatsen, al doe ik dat liever niet omdat het zoveel energie kost om je als iemand anders voor te moeten doen. Ik probeer meestal mezelf te zijn. Als men dat oké vindt, kunnen we heel goed ergens naartoe werken en resultaat boeken.” Er is nog wat dat hij kwijt wil. “Als je eerlijk naar jezelf bent, trek je automatisch naar de dingen waar je je goed bij voelt. Daar voel je je happy en senang bij en zo gaat dat. Hopelijk. Het schaatsen vind ik prachtig, net zoals het werken met mensen. Winnen is natuurlijk verslavend, dat zorgt voor een enorm goed gevoel dat we allemaal najagen. Echter, iets creëren is ook heel mooi. Misschien ben ik wel steeds op zoek om dingen te creëren, bijvoorbeeld een cultuur in mijn team. Dat heeft meer tijd nodig en het effect zie je mogelijk niet direct.”

Is dat de reden waarom je in Canada zit? Daar is misschien meer ruimte voor deze benadering.
“Nee. Ik was voor dit verblijf al een periode in Canada geweest, als coach bij een provinciaal schaatsteam. In 2017 stopte mijn relatie, waarna ik weer bij mijn moeder ging wonen. In februari waren de Winterspelen waarop Esmee Visser (begeleid door Eldering, red.) goud veroverde. Aansluitend kreeg ik een aanbieding van Canada om de nationale ploeg te coachen. Puur toevallig, want ik was bezig om journalist te worden en liep stage bij Omroep Fryslân. Het leek me echter de juiste move om weer te vertrekken. Sindsdien maak ik me geen zorgen meer over hoe mijn leven zou verlopen. Kijk, de sport heeft mij heel veel gebracht. Schaatsen heeft ook mijn leven echt gevormd. Daarom wil ik er graag in actief blijven. Al kan het net zo goed zijn dat we, als Audrie dat zou willen, naar Hongkong verhuizen, waar ze vandaan komt…”

Remmelt Eldering en Esmee Visser in 2018
In 2018 won Esmee Visser olympisch goud en daarmee werd in feite het Canadese avontuur van Remmelt gelanceerd. | Foto: Soenar Chamid