We gaan terug naar februari 2014. In Sochi, Russische badplaats aan de Zwarte Zee, houden de Nederlandse schaatsers een ongekend succesvolle medaillejacht. TeamNL, dat dan nog gewoon Nederland heet, is alleenheerser in de Adler Arena en scoort de ene na de andere clean sweep. Zelfs op de 500 meter bij de mannen, waar ‘we’ nog nooit goud hebben gewonnen, kleurt het hele podium oranje met de tweelingbroers Michel (1) en Ronald (3) Mulder en Jan Smeekens (2).
De oogst van de Nederlandse equipe groeit tot 24 medailles: acht keer goud, zeven zilver en negen keer brons. Een ongekende score, de hoogste ooit. Van die 24 medailles wordt er eentje behaald door een shorttracker: Sjinkie Knegt scoort brons op de 1000 meter. Dat is een unieke prestatie, nooit eerder won een Nederlandse shorttracker een olympische medaille. Maar in Sochi halen de professionele schaatsvolgers er bijna hun schouders over op. Het brons van Sjinkie verdrinkt in een zee van goud.
Shorttrack is dan in Nederland nog een kleine sport, waarvoor bij de media bar weinig belangstelling bestaat. De KNSB investeert sinds 2006 serieus in het shorttrack, met Wilf O’Reilly (disciplinemanager) en Jeroen Otter (bondscoach) als kartrekkers. De NOS heeft deze spectaculaire tak van de schaatssport al wel omarmd, maar overige media kijken er in 2014 nog nauwelijks naar om. Jorien ter Mors krijgt de meeste exposure, omdat zij in Sochi langebaan en shorttrack combineert...
Journalisten van de landelijke dagbladen - ik was er zelf één, werkzaam voor het AD - tikken tijdens de Spelen hun vingers blauw over het schaatssucces op de langebaan. Sven Kramer en Ireen Wüst zijn dan nog de onbetwiste boegbeelden van hun sport, maar goud gaat ook naar Jorrit Bergsma, Michel Mulder, Stefan Groothuis én Jorien ter Mors. Zelfs op de ploegenachtervolging winnen ‘we’ goud bij zowel de mannen als vrouwen, mede dankzij een ton bonus per team van hoofdsponsor KPN.
Van de Adler Arena is het slechts vijf minuten wandelen naar het Iceberg Skating Palace, waar het olympische shorttrack plaatsvindt. Toch komt het zelden voor dat Nederlandse verslaggevers die route nemen. Maar er is één uitzondering: de mannen van bondscoach Otter hebben zich geplaatst voor de relayfinale. Daar ligt een serieuze kans op een medaille, misschien wel van goud, waarvan journalisten graag ooggetuige willen zijn voor het volgende succesverhaal in hun kolommen.
Binnen de Nederlandse shorttrackploeg is reikhalzend uitgekeken naar deze olympische finale. Hier kunnen de mannen de kroon zetten op acht jaar noeste arbeid. Ze zijn onderaan de ladder begonnen in een tak van sport die dan nog wordt geregeerd door Aziaten en Noord-Amerikanen. In hun dagelijkse trainingen geldt de relay als basis van alle arbeid. Tienduizenden rondjes maken ze samen op de ijsvloer in een opblaashal naast Thialf. Beuken tot je nek eraf ligt. Kneiterhard werken om je droom te realiseren.
Op 21 februari 2014 is het zo ver, de dag van de olympische A-finale, met aan de start: Rusland, Amerika, China, Kazachstan en Nederland. Namens Oranje verschijnen op het ijs: Freek van der Wart, Niels Kerstholt, Daan Breeuwsma en Sjinkie Knegt. Een geoliede machine, die internationaal echt meetelt. De sfeer in het bomvolle IJsberg Schaatspaleis is uitbundig. Het Russische publiek maakt heel veel lawaai voor het thuisteam, met de tot Rus genaturaliseerde Koreaan Victor An als kopman. De verwachtingen in het Nederlandse kamp zijn hooggespannen. Groeien de shorttrackers vandaag uit van zero naar hero? Komt vandaag de beloning voor al die uren, dagen, weken afzien op de trainingen?
De droom spat echter al na vier seconden uiteen. Direct na de start, in de eerste bocht, gaat Van der Wart onderuit, samen met zijn Chinese opponent. Volgens de regels moet de race dan worden afgefloten en komt er een herstart. Maar dat gebeurt niet, om nog altijd onduidelijke reden laat de scheidsrechter gewoon doorgaan. De Nederlandse equipe ligt meteen in kansloze positie. In shorttrack is alles mogelijk, maar de kans op goud is verkeken.
Dapper, maar een beetje als kippen zonder kop, gaan de mannen van Otter alsnog op jacht naar een podiumplek, maar die missie mislukt. De Russen winnen, met dank aan de weergaloze An, voor Amerika en China. Nederland finisht op de vierde plek, erger kan niet. Freek, Niels, Daan en Sjinkie zijn een illusie armer en een trauma rijker. Hier helpt geen therapie aan. De teleurstelling is immens, te meer omdat Oranje door de scheidsrechter van dienst duidelijk onrecht is aangedaan. Maar wat koop je ervoor?
Shorttrack is een sport van vallen en opstaan. Soms heb je nog geen half uurtje de tijd om de domper van een valpartij te verwerken, want dan wacht alweer de volgende strijd om goud. Eventjes uithuilen en snel opnieuw beginnen, dat zit in de aard van elke shorttracker. Zo gaat het ook met de relaymannen. Hun revanche komt binnen een maand: bij het WK in Montréal pakken ze de wereldtitel. Zoete wraak. Toch kan die het Trauma van Sochi niet wegnemen.
We zijn nu twaalf jaar verder. Het Nederlandse shorttrack heeft zich stevig genesteld in de wereldtop. De media-aandacht is enorm gegroeid. Iedere sportliefhebber kent nu Sjinkie Knegt en ook Suzanne Schulting, de te vroeg overleden Lara van Ruijven, de zusjes Xandra en Michelle Velzeboer en... de broertjes Melle en Jens van ‘t Wout. Shorttrack is niet langer het kleine, zielige zusje van langebaan, maar is veranderd in de prettig brutale broer die je serieus moet nemen. Nederlandse journalisten slaan in Milaan geen shorttrackwedstrijd meer over, want elke avond is er kans op goud voor TeamNL.
Alleen op de relays wil het bij deze Spelen vooralsnog niet lukken. In Pyeonchang (2018) behaalden onze vrouwen op miraculeuze wijze brons. In Beijing (2022) werd het zelfs goud voor de vrouwen van bondscoach Otter, die daarmee zijn magnum opus voltooide. Toch bleef en blijft er nog altijd iets knagen: met de mannen gaat het al vanaf Sochi elke keer mis op de relay. In 2018: gestrand in de heats vanwege een penalty. In 2022: op tweeduizendste seconde een finaleplek gemist...
Het is niet gek dat velen vandaag vol verlangen uitkijken naar die relayfinale. De sterren staan gunstig voor TeamNL, zo is de afgelopen week gebleken. Voor het eerst sinds Sochi staan onze mannen weer in de olympische eindstrijd. Jens van ‘t Wout, Teun Boer, Friso Emons en Itzhak de Laat hebben, met Melle van 't Wout als reserve, de halve finale vakkundig afgewerkt. De concurrentie is sterk, heel sterk. Maar waarom zou Oranje in zijn huidige flow Canada, Korea en de Italianen niet kunnen verslaan?
Drie van de vier relayrijders van Sochi zitten vanavond op het puntje van hun stoel, thuis voor de tv of in het stadion. Dat doen ze met klamme handjes, in gedachten bij hun race van 2014. Freek van der Wart is in Milaan als KNSB-disciplinemanager langebaan en Daan Breeuwsma als trainer van onder anderen Marijke Groenewoud en Jorrit Bergsma. Sjinkie Knegt wás op de Spelen als toeschouwer en prognostieker voor Schaatsen.nl, maar hij heeft Milaan intussen verlaten.
Alle ogen zijn gericht op hun vierde ploegmakker van toen: Niels Kerstholt. Die stopte in 2014 als shorttracker, werd goudhandelaar, maar keerde als coach terug in zijn sport. Via het KNSB Talent Team Midden werd hij in 2022 bondscoach van het Nederlandse team. Kerstholt staat vandaag dus zelf aan het roer om de ploeg naar het erepodium te loodsen. Als dat lukt, als zijn mannen een medaille winnen, zal zijn vreugde groot zijn. Wordt het goud, let op, dan vliegt hij als Superman vanuit het coachvak zo het ijs op. Dan is er eindelijk, eindelijk afgerekend met dat Trauma van Sochi.