Jane Ravestein keek in Utrecht eens om zich heen. Herinneringen kwamen als vanzelf boven. ’’Een jaar geleden stonden de meiden van het peloton hier met een spandoek voor me, nu kan ik er gelukkig weer mijn eerste wedstrijd rijden.’’ Precies een jaar eerder ging Ravestein in Thialf lelijk onderuit. Ze liep een gebroken ruggewervel op en ontsnapte net aan een mogelijke verlamming. Dat was het begin van een moeizaam en lang traject, dat haar dan zaterdagavond naar het ijs van de Vechtsebanen leidde.
’’De eerste wedstrijd. Tja, dat was raar. Waar ik vroeger niet nadacht over valpartijen en ijzers die in de rondte gaan, keek ik daar nu heel erg naar. Ik had zelf ook niet een heel breed zicht in het peloton, maar was vooral met mezelf bezig. Armen los om me iets steviger en zekerder te voelen. Ach, het is een begin.’’
Het was, erkent Ravestein, ook een emotioneel moment. Een overwinning voor haarzelf. ’’Vooraf sprak ik nog even met Martin van de Pol, die ook die avond ten val kwam en nog steeds revalideert. Daar kreeg ik wel een brok van in mijn keel. ‘Ga genieten’, zei hij tegen me. Dat was ook zo, wilde ik ook echt. Maar als je dan vrij snel een valpartij ziet, is het toch even slikken. Gelukkig zat ik zelf wat meer naar achteren en aan de binnenkant. Lekker veilig.’’
Het is de angst die nog moet slijten, dat beseft de rijdster van de nieuwe ploeg Sportvrouw.com zelf ook maar al te goed. Ze heeft nu vooral tijd nodig. ’’Ik moet het peloton weer overwinnen’’, noemt ze het zelf. ’’Me weer zeker voelen. Natuurlijk ga ik nog een keer vallen. Maar ook dat moet ik weer doen om dan te constateren dat er meestal niets gebeurt. Ik moet echt weer vertrouwen krijgen.’’
Ravestein liet de seizoenstart in Amsterdam nog noodgedwongen aan zich voorbij gaan. Ze was er nog niet klaar voor. Althans, formeel niet. Pas negen weken voor de opening op de Jaap Edenbaan gingen de schroeven uit haar rug. ’’Vervolgens had ik woensdag voor de race in Utrecht de laatste controlefoto. Die moest ik echt even afwachten om te zien of alles goed was. Maar mijn botten zijn weer net zo sterk als bij iedereen. Ik mocht weer los.’’
Dat gebeurde dus in Utrecht. Het was een persoonlijke bekroning op haar gevecht om terug te komen in het peloton. ’’Zeker. Ik wilde ook echt starten met te zien wat ik kan, om te weten waar ik nu sta. Ik weet nu dat ik mijn lichaam nog veel moet trainen om het sterker te maken, en dat het technisch gezien allemaal nog beter kan. Er moet nog veel gebeuren. Of ik mezelf verbaasd heb? Nee, niet eens. Ik wist op zich wel dat ik dit kon, dat heb ik in het verleden ook met Pfeiffer laten zien. Ik ben een knokkertje.’’
Ze sloot met haar start die lange en moeilijke periode af. ’’Heel moeilijk’’, geeft ze toe. ’’Ik ben door heel veel fases gegaan en het is altijd erg dubbel geweest. Gelukkig kan ik nu steeds meer achter me laten en de positieve dingen meenemen. Welke? Toch vooral dat ik mezelf en mijn lichaam heb leren kennen en daarin gegroeid ben. Je leert ook wat belangrijk is en wat niet, en om dankbaar te zijn voor de dingen die je wel kunt doen. En dan blijft schaatsen fantastisch.’’
Jane Ravestein haalde het einde in Utrecht niet. ’’Twaalf rondjes’’, had ze zelf geteld. Twaalf rondjes in een nieuwe start. Ze hoopt tegen het einde van het seizoen weer een beetje niveau te hebben, maar dat is nog ver weg. ’’Voorlopig vind ik het al heel mooi dat ik er weer bij ben.’’