“Ik ben nog moe van de Spelen”, zegt Ragne Wiklund op woensdagochtend in Thialf, een paar dagen voor het WK Allround. “Ik denk dat ik nog een paar dagen nodig heb om me helemaal ready te voelen.” De vermoeidheid is niet alleen fysiek. Ook mentaal liggen er intense weken achter haar. Op de Olympische Spelen in Milaan gebeurde iets waarvan ze vooraf nauwelijks had durven dromen: drie individuele medailles, op de 1500 meter (zilver), 3000 meter (zilver) en 5000 meter (brons).
“Eigenlijk hoopte ik op één medaille”, vertelt ze. “Maar dat ik er op elke afstand één zou halen, had ik echt niet verwacht. Dat was ongelooflijk.” Een opvallend bescheiden hoop als je kijkt naar haar seizoen. Wiklund werd Europees kampioen op de 1500 en 3000 meter en stond in elke World Cup minstens één keer op het podium. Toch bleef ze realistisch. “Je weet het nooit op de Olympische Spelen. Er zijn altijd verrassingen. Ook als je het hele seizoen goed rijdt, kan er op de Spelen ineens iets anders gebeuren.” Daarom probeerde ze het toernooi mindful te benaderen. “Ik probeerde de lat niet te hoog te leggen voor mezelf. Ik wilde vooral genieten van dat ik daar was en de races los zien van de hele ervaring.”
Voor Wiklund is een olympische deelname meer dan alleen een uitslag. “Ik wil niet dat het resultaat bepaalt hoe ik terugkijk op de hele periode.” Toch voelde ook zij de druk. In Noorwegen zijn de Olympische Spelen enorm. Het hele land kijkt mee. “Daarom was ik blij dat ik na de eerste afstand al op het podium stond. Dan had ik in ieder geval een beetje aan de verwachtingen voldaan.” Wiens verwachtingen ze precies bedoelt? “Ik denk dat het vooral de Noorse verwachtingen zijn,” zegt ze met een vragende glimlach. “De fans en iedereen thuis. De Spelen zijn bij ons zo groot dat je iets wilt bijdragen en niemand wilt teleurstellen.”
Wat ook opviel, waren de kleine verschillen in tijd tussen de top-drie van de afstanden die Wiklund reed. Op de 1500 meter zat ze slechts zeshonderdsten achter Francesca Lollobrigida (goud). Ook op de 5000 meter ging het om centimeters: ze zat zeven honderdsten achter Merel Conijn (zilver) en zeventien achter Lollobrigida (goud). Voor Wiklund hoort dat bij het karakter van het schaatsen. “Ik denk dat sport zo hoort te zijn. En dat is ook wat schaatsen spannend maakt om naar te kijken. Natuurlijk hoop je dat de marges een keer jouw kant op vallen. Misschien een andere keer.”
De sportiviteit van de Noorse viel ook op tijdens de huldigingsceremonies in Milaan. Terwijl sommige nummers twee en drie zichtbaar teleurgesteld waren, in huilen uitbarstten of lachten als een boer met kiespijn, leek Wiklund juist te genieten van het moment. Op het podium stond ze te lachen en keek ze vrolijk naar haar concurrenten. Zelf vindt ze dat eigenlijk heel logisch. “Op de 1500 meter was ik heel blij dat ik zo dicht bij goud zat”, zegt ze. “En Antoinette is al sterk op die afstand sinds ik senior ben. Ze verdient het echt. Ik vond het een eerlijk podium.”
Die houding heeft ook te maken met de goede sfeer binnen het langeafstandsschaatsen. De vrouwen die elkaar week na week tegenkomen, kennen elkaar goed. “Natuurlijk willen we elkaar verslaan, maar de competitie is heel gezond.” Ze reizen samen de wereld over en leven min of meer hetzelfde leven. Dat schept een band. “We hebben dezelfde levensstijl en rijden dezelfde wedstrijden. Daardoor begrijpen we elkaar goed. Beter dan onze vrienden thuis ons begrijpen.”
Volgens Wiklund maakt dat de sport ook prettiger om te beoefenen. “Ik zou me niet op mijn gemak voelen in een omgeving waar het alleen maar om competitie gaat”, zegt ze. “Het is fijn dat we elkaar ook kunnen steunen.”
Voor Wiklund speelt nog iets mee. “Door de jaren heen had ik niet zo veel vrouwen in het team. Dan is het fijn dat er andere meisjes zijn op de wedstrijden.” Ze noemt namen van schaatssters met wie ze al jaren het internationale circuit deelt. Martina Sáblíková, Antoinette Rijpma - de Jong en Joy Beune. “Tegen sommigen rijd ik al wedstrijden sinds mijn juniorentijd.” Zijn dat inmiddels vriendinnen? “Ik denk het wel. Ik vind alle langeafstandsvrouwen echt heel leuk.”
Het zijn kleine momenten die het topsportleven lichter maken. Even praten bij de boarding, samen lachen in de warming-up of simpelweg begrijpen dat iemand zenuwachtig is. “Soms kunnen we ook tegen elkaar zeggen dat we nerveus zijn. En dan steun je elkaar.”
Dat betekent niet dat het altijd ontspannen is. Voor één onderdeel komend weekend voelt Wiklund nu al de zenuwen opkomen: de 500 meter. “Om eerlijk te zijn: ik haat de 500 meter”, zegt ze lachend. “Na de 500 meter begint het leuke deel. Dan probeer ik de andere meiden weer in te halen.” De zenuwen zijn niet overweldigend, maar ze merkt ze wel. “Kriebels in mijn buik”, zegt ze met een glimlach.
Ze behoort tot de kanshebbers voor het podium, maar Wiklund blijft voorzichtig. “Mijn beste resultaat op een WK Allround is vierde. Het is niet onrealistisch om te hopen op een podiumplek, maar het wordt wel moeilijk.” Na de Spelen nam ze eerst even afstand van het schaatsen. Terug naar Oslo. Naar huis. “Ik heb een beetje geskied. Met mijn hond hardgelopen. En ook buiten geschaatst.” Veel tijd bracht ze door bij haar ouders, met vrienden en met haar vriend. “Het voelde alsof ik even een kleine pauze had van alles.”
“Ik heb er zin in”, zegt Wiklund tot slot. Nog even opladen, en dan hoopt ze dit seizoen af te sluiten waar ze dit jaar vaker stond: op het podium, tussen de vrouwen met wie ze al jaren strijdt. Met een glimlach.