Hij is inmiddels 38 jaar, Jens Zwitser. Heeft mooie overwinningen op zijn palmares staan, zoals die ene uit 2012: de winst in de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. De elektriciën viel twee jaar terug weg uit het peloton van de Topdivisie, nadat een jaar eerder zijn al net zo bekende broer Ralf stopte. Jens Zwitser kon het niet meer opbrengen als deeltijdschaatser om zich te meten met de ruim betaalde professionals, en koos voor de stap terug naar de Eerste Divisie.

Daarin zorgde Jens Zwitser zaterdag voor een opvallende mijlpaal in zijn loopbaan. Zijn tweede plaats achter winnaar Christiaan Grigoleit betekende namelijk een podiumplaats. ’’Op kunstijs nog wel’’, vulde Zwitser zelf al in. ’’Dat is op landelijk niveau voor het eerst in mijn loopbaan. Ik heb best regelmatig op het podium gestaan, maar altijd op natuurijs.’’ Lachend: ’’Mooi dat ik dit na bijna twintig jaar nog mag meemaken.’’

In Haarlem liet Zwitser zien nog steeds sterk te zijn. Want het verhaal achter zijn tweede plek was eigenlijk heel eenvoudig. ’’Gewoon doorrijden. Ik heb niet meer de explosie om echt weg te komen, maar als je gewoon blijft doorrijden, zie je dat ze het ook niet meer dichtrijden.’’ Winnaar Christiaan Grigoleit kon hij niet bijbenen. ’’Dat hield ik niet meer. Ik train minder dan andere jaren. Voor mij is het echt overleven en kijken wat er nog uitkomt. Dat is dan nu een tweede plaats. Maar tweede is ook bloemen.’’

Zwitser werkt vier dagen in de week. ’’Dan is het nog één dag papadag. Blijft er nog tijd over om elke week twee keer op het ijs te staan. Daarnaast probeer ik twee keer te fietsen en keertje hard te lopen. Da’s genoeg voor de Beloften, maar als ik op natuurijs nog wat wil, moet ik meer doen.’’ En, dat mag duidelijk zijn, hij wíl nog wat op natuurijs. ’’In ieder geval de Alternatieve Elfstedentocht en liefst de echte, maar dat laatste wordt heel lastig. Tot de Weissensee heb ik nog iets meer dan twee maanden. Dat moet lukken.’’

De Katwijker is van een uitstervend ras, namelijk dat van de echte liefhebber. Zwitser lacht, maar knikt bevestigend. ’’Ik rijd inderdaad nog steeds omdat ik het leuk vind, omdat ik schaatsen leuk vind. Ik train nu met jonge jongens, heb nog steeds lol.’’ In dat team van Ormer ICT is Zwitser uiteraard de absolute routinier. Best een mooie rol, vindt hij. ’’Schaatsend kun je meer overbrengen dan langs de kant. Ze kijken naar je, vragen, en ik kan veel vertellen. Zo’n finale als zaterdag in Haarlem, daar leren ze veel van.’’ De jonge honden houden Zwitser ook jong van geest. ’’Maar dat heb ik van mezelf ook al. Ik ben dan misschien 38, zo voel ik me absoluut niet.’’