Even schitterend als hilarisch. ‘Teun, je moet gaan shorttracken, joh!’ Zomaar een losse flodder van een trainer bij de Nijmeegse Schaatsvereniging die op zondagmorgen een talentje dacht te hebben ontdekt. Vader Martijn, lekker met het hele gezin elke week baantjes aan het trekken, had direct een antwoord klaar. ‘Dat kan hij wel willen, maar dat gaan we nog niet doen, want Teun is net begonnen met zwemles om zijn tweede diploma te halen’.
Het eind van dit liedje was natuurlijk dat kleine Teun een half jaar later op shorttrack zat. “Hij is eerst doorgegaan met zwemles hoor. Teun had zijn A-diploma, maar wilde ook B en C hebben, samen met zijn broertje. Dat leek ons ook het handigst, met vier zonen, anders kregen we dat organisatorisch niet voor elkaar. Dus eerst zwemmen, daarna mocht Teun shorttracken. Ach, zo serieus ging het er allemaal niet aan toe. Plezier hebben stond voor ons op de eerste plaats De eerste tijd had Teun niet eens een coach, maar in zijn eerste wedstrijdje in Eindhoven, om de Benelux Cup of zoiets heette dat in 2010 (zie video), eindigde hij zowaar op het podium. Moet ik hem nu een talent noemen, hahaha? Nee, het stelde allemaal niet veel voor in de beginjaren van Teun Boer", zegt Martijn.
“Teun deed in die tijd tijdens de kerstvakantie mee aan een zogenoemde intensief-cursus schaatsen van Duosport, zodat hij gedurende die periode drie keer het ijs op kon. Aan het einde ontving hij een oorkonde waarop werd vermeld dat-ie talentvol was. Ja, zeiden mijn vrouw en ik tegen elkaar, dat schrijven ze bij iedereen erop. Leuk hoor, en mooi positief, hahaha! Of hij nou echt uitblonk? Nee. Hij vond het leuk, beleefde er plezier aan. Langzamerhand kwamen er meer wedstrijden waaraan hij meedeed.”
Teun schaatst sinds zijn vijfde. Deed nog anderhalf jaar aan judo, voetbalde twee seizoenen bij de D’tjes, en mocht zich shorttracker noemen op zijn negende. Ik kan me niet meer herinneren of hij blij was met zijn bronzen medaille. Teun kan goed relativeren, weet ook dat anderen beter zijn. Het ging en gaat er bij hem om dat hij het beste uit zichzelf wil halen. Het hoeft niet per se winnen te zijn, omdat hij beseft dat het dan redelijk frustrerend kan worden. Dat heeft hij altijd gehad. Ik vind dat best gezond en belangrijk voor een rijder die op de relays stabiel moet zijn. Stel dat je last hebt van een emotionele achtbaan, dan sta je heel anders op het ijs.”
Teun begon zich langzamerhand te manifesteren als shorttracker. “Wij hadden dat niet zo in de gaten. Hij haalde de limiet om aan de KNSB Cups en andere leuke toernooien te mogen meedoen. Daar ging hij heen met een clubje dat hem vanwege de gezelligheid aansprak. Hij wilde wat meer bereiken. Op een gegeven moment reed hij het NK, waarna Benny Bruggemans hem en ons uitnodigde voor een gesprek om bij het KNSB Talent Team (KTT) te komen. Hij zat nog op de middelbare school en zou dan in Dordrecht moeten trainen. Ja, Dordrecht, dacht ik, dat is twee uur rijden en met de trein schiet dat evenmin op. Dat gaan we nog niet doen, besloten wij. Hij mocht wel een keer mee op trainingskamp en Benny wilde hem zo nu en dan best coachen tijdens een Starclass-wedstrijd, maar verder lukten die plannen niet, omdat het niet in onze gezinsagenda paste. Dus we bedankten Benny voor de belangstelling. We zouden het seizoen erop wel weer kijken. Teun snapte dat ook. Ik stond voor de klas, kon niets betekenen qua vervoer.”
Tiener Teun was bang spijt te krijgen. Hij wilde toch ingaan op het aanbod en reisde vervolgens twee keer per week op en neer met de trein naar Dordrecht. Een nacht kon hij blijven slapen bij het gastgezin van tante Jannie, en soort Airbnb, met ontbijt en avondeten inbegrepen. Hoewel de stek hem niet helemaal beviel, leek hem het beter dan steeds heen en weer te reizen, en dat wilde zijn moeder ook niet. Hij hield het een seizoen vol. De situatie werd wat eenvoudiger toen hij als 17-jarige overstapte naar de Young Talent Academy in Nijmegen, waar sporten voorrang kon krijgen. Vanaf dat moment belandde hij op kamers met Jesse Speijers (tegenwoordig langebaanrijder bij IKO-X2O, red.).
“Ze hadden het prima samen. In die periode begon Teun ook internationaal te schaatsen. Zijn ambitie nam toe, dat hoorden we of lazen we in interviews, want zelf vroegen we er niet naar. Wanneer hij in de weekends thuiskwam, was het niet aan tafel zo van wat wil je nou bereiken? Wil je naar de Olympische Spelen? Nee, nee, nee. Wij wilden weten of hij het goed en naar zijn zin had in het KTT, hoe de trainingen verliepen en of hij met Benny kon opschieten. Dat soort dingen vroegen we. Teun moest lol hebben, dat telde. Natasja keek en kijkt nooit naar zijn wedstrijden, alleen naderhand de videobeelden. Die vindt het allemaal doodeng."
Teun Boer in z'n jonge jaren
- Eerste keer op het ijs
Met het hele gezin Boer op het ijs van het Triavium in Nijmegen. - Eerste vereniging
Nijmeegse Schaatsvereniging. - Eerste coach
Theo Wegman 'ontdekte' de kunsten van Teun; na het behalen van zijn zwemdiploma's mocht hij onder diens leiding beginnen met shorttrack. - Martijns wens: "Schaats met plezier en geniet van de Spelen."
“Verder ging het nooit over schaatsen. Teun deed shorttrack, zijn broer Gijs schaatste maar onze jongste draaide zich demonstratief om wanneer dat het gespreksonderwerp werd. Toen hebben we bepaald dat we na het eten wel over de sport zouden praten. Er was meer in de wereld aan de hand. Had-ie ook gelijk in. Af en toe was het te veel, al zagen we ze liever sporten dan in een kroeg rondhangen.”
Wat Boer-senior schetst is een warm, ongecompliceerd gezin waar sport als een prettige bijkomstigheid werd beschouwd. Toch bikkelde Teun zich naar de top op shorttrackgebied. “Dat is bijzonder, en om eerlijk te zijn zou het als voorbeeld kunnen dienen voor anderen. Je hoeft niet als vader langs de baan te staan bij elke training. Of je kind steeds te stimuleren. Wél faciliteren. Joh, wat wisten wij nou hoe het zat met het eten van een atleet? Wij zeiden gewoon: Als je klaar bent met trainen, eet dan maar even een Mars voordat je naar huis fietst, dan krijg je weer wat energie binnen. Dat was natuurlijk niet de beste manier, dat werd later duidelijk. Mars, dat hoorden we via de reclames, daar zat energie in. Zouden we nu nooit meer doen, hè.
“Teun en wij leerden gaandeweg wat gezond is na sport. Elk KTT had wel een diëtist die meedacht en -praatte. Via Topsport Gelderland waren er ook bijeenkomsten voor ouders waar werd verteld hoe het een en ander in de praktijk werkt. Teun had het voordeel van het samenwonen dat hij een moeder van een andere jongen heel erg hielp bij het adviseren van goed eten.”
Spelenderwijs het vak onder de knie krijgen, dat is een beetje het verhaal van Teun, de derde qua leeftijd in het rijtje van vier Boers. Hij groeide uit tot een sprinter die zich opmerkelijk genoeg in het tweede World Cup-weekend van zijn leven (oktober 2022, red.) al naar een bronzen medaille vocht op een voor hem niet alledaagse afstand (1000 meter). Winnen op een individuele discipline lukte hem nog niet; des te mooier is de reeks prijzen in de teamnummers, met name de gemengde aflossing en de mannenrelay. Wereldkampioen in 2023, Europa’s beste ploeg in 2024 en 2026, en meer dan een handvol medailles in de World Cup en World Tour.
Martijn: “In juichen uitbarsten doen we bij ons thuis niet gauw, eigenlijk nooit, maar de manier waarop de mannen in november verleden jaar de zege pakten, vond ik fantastisch. Teun moest het karwei afmaken als slotrijder – wat doorgaans de taak van Jens van ’t Wout is, maar die was geblesseerd – en het lukte hem. Hoe hij de andere rijders wist af te houden. Een superactie! Zo vaak haalt hij geen goud. Het podium zit er geregeld bij, de eerste plaats niet. Ach, wat maakt het uit. Ik zie dat Teun ervan geniet. Ondanks alle stress die de selectiewedstrijden elk jaar opleveren, wanneer ze zich moeten plaatsen voor de World Tour. Soms denk ik dan maak je niet zo druk. Tegelijkertijd zien we aan hem hoe groot de opluchting is als hij er doorheen rolt. Maar ja, die toernooitjes bepalen bijna het hele seizoen. ”
Moeder Natasja aan de wandel als Teun schaatst
Moeder Natasja Peters verheugt zich net zo erg als haar man Martijn op het olympisch spektakel van Teun, maar er is een groot verschil. Zij zit niet in het stadion als haar zoon moet rijden. In plaats daarvan maakt ze een grote wandeling op de parkeerplaats bij de shorttracklocatie in Milaan. “Ik vind het veel te spannend en de angst dat Teun valt, is groot. Dan kan ik wel proberen daarvan af te geraken, maar dat doe ik niet. Dus een kaart kopen van 280 euro om op de parkeerplaats rondjes te lopen? Nee, dat is te gek.”
Beide ouders betreuren het dat er vanuit de olympische organisatie niet wat meer wordt gedaan. Martijn: “We hebben van de Staatsloterij twee toegangsbewijzen gekregen, voor een wedstrijd. Bij de World Tour ontvangen de rijders drie kaarten per toernooidag. Ik snap er niets van dat het IOC ook niet zoiets regelt. Dankzij al die ouders halen die sporters de Spelen. En dat je dan niets… Het is misschien egoïstisch gedacht, maar ik vind het heel vreemd. Het zou bijna een soort beloning zijn voor de jarenlange investeringen die we als ouders hebben gedaan.”
Ze laten het plezier er niet door vergallen. “De ene zoon komt kijken, een ander de tweede week, en wij zijn de gehele periode in Milaan. Dit evenement zou ik niet willen missen.”
Het leek eind vorig seizoen nog even verkeerd te gaan met de aanschaf van de juiste tickets. “Toen kochten we de kaarten voor de 500 meter en de relays, niet wetend hoe de start van het nieuwe seizoen zou verlopen. Doordat Teun zich niet plaatste voor de sprint en in de World Tour de 1000 meters moest rijden. Nou zitten we straks in Milaan bij de verkeerde individuele afstand was meteen de gedachte. Gelukkig viel het mee en komt hij ook op de 500 meter in actie."
“Het is sowieso een prachtig stadion. We zijn vorig jaar naar de World Tour geweest”, voegt Natasja toe. “Het ging er bij die generale repetitie heel gemoedelijk aan toe. Een grote hal, daar kunnen veel mensen in hoor.”