Na de prijsuitreiking strijkt de Nieuw-Zeelander voldaan neer in het gras, naast de skeelerbaan in Heerenveen, in het voorjaarszonnetje. “Het was een goede dag”, zegt hij. “De trainingen vooraf waren eerlijk gezegd niet zoals ik had gehoopt. Ik trainde wel, maar het gevoel op de skeelers was niet goed.” Hij omschrijft het als wankel. Instabiel, alsof zijn lichaam nog niet helemaal wist wat het moest doen.
Die onzekerheid hangt samen met zijn winter. Michael reed naar eigen zeggen een degelijk schaatsseizoen op de langebaan. “Ik ben weer beter geworden dan het jaar ervoor, maar het was niet genoeg voor de Spelen. Daar baalde ik natuurlijk van.” In de periode daarna besloot hij zich te richten op techniek en conditie. Rondjes maken, blijven draaien. “Na het ijs is het lastig om dat gevoel terug te vinden op wielen", legt hij uit.
Alsof de voorbereiding nog niet ingewikkeld genoeg was, liep hij vorige week de halve marathon van Berlijn, in de regen. Daarna volgde een autorit van zeven uur naar huis. “Toen ik terugkwam, voelde ik me nog instabieler. Ik train met de jongens van Gewest Fryslân en zei tegen hen: Ik weet niet hoe mijn vorm gaat zijn. Natuurlijk wilde ik winnen, maar of ik dat zou kunnen, was een ander verhaal.”
Op de piste was daar aanvankelijk weinig van te zien, want Michael viel vroeg aan in de 5000 meter puntenkoers. “Ik ging eerder dan ik wilde”, zegt hij. Hij had gedacht dat het beter zou zijn om te wachten, om zijn moment later te kiezen, maar het peloton maakte een onrustige indruk op hem. “Het was de eerste wedstrijd van het seizoen. Iedereen was nog een beetje gespannen.”
In het tweede deel van de koers reed hij, samen met Teun de Wit en Chris Berkhout, ongeveer honderd meter voor het peloton. De drie koplopers testten elkaar met korte versnellingen en lieten het tempo telkens weer iets terugvallen. Even laten rollen, even ademhalen, en dan opnieuw aanzetten.
In de slotfase kwam alles samen: het rekenen, het positioneren, het aanvoelen. Michael wist dat hij er goed voor stond en dat hij niet per se hoefde aan te vallen. Toch bleef hij bewegen. “Ik dacht: ik kan het, dus ik doe het.” Pijn zou er toch komen, was zijn gedachte. Hij dichtte een gat op Berkhout, liet bewust een punt lopen en koos daarna zijn moment. Het lukte. Peter Michael won zo de eerste puntenkoers van het seizoen.
Hij omschrijft de wedstrijd als een kat-en-muisspel, waarin hij overduidelijk de rol van de kat aannam. Ook bij het publiek viel zijn vermogen om steeds weer op te staan op. “Hij blijft maar reïncarneren", klinkt het langs de kant. “Mijn oude Italiaanse coach noemde me de katman”, zegt hij lachend bij het horen van die observatie. “Omdat ik volgens hem negen levens heb. Tijdens wedstrijden riep hij soms naar andere rijders dat ik al ‘dood’ was, waarna ik weer tot leven kwam. Daar was iedereen dan gefrustreerd over”, lacht hij.
Die veerkracht komt ergens vandaan. “Mijn vader zei altijd: 'de race is pas voorbij als hij voorbij is'.” Michael groeide op met die gedachte en vond bevestiging in films als Rocky. “Het gaat er niet om hoe vaak je geraakt wordt, maar hoe vaak je weer opstaat. Je kunt maar beter diepgaan, want pijn doet het toch wel.”
Op de vraag hoeveel levens hij vandaag verbruikt heeft moet hij lachen. “Veel minder dan ik had gedacht."
Glenn Nijenhuis: chaos als wapen, goud als resultaat
De 500 meter werd gewonnen door Glenn Nijenhuis. “De eerste wedstrijd van het seizoen, dus je kijkt even waar iedereen staat en hoe je zelf de winter uitgekomen bent”, zegt Nijenhuis er zelf over. “Ik heb vandaag kunnen winnen, dus ik denk dat het wel goed zit.”
Die conclusie kwam niet direct uit de kwalificaties. “Ik had niet de inhoud om de laatste ronde goed door te trekken en viel een beetje stil. Vanaf de kwartfinale moet je racen, dat is een heel andere wedstrijd. Ik heb mijn start als wapen. Als die goed gaat, kan ik de race bepalen.” In de finale pakte dat goed uit. “Ik wist dat die andere jongens meer inhoud hebben dan ik. Dan moet je een beetje chaos creëren. Dat deed ik door de eerste bocht in te houden. Zo kon ik ook mijn energie sparen.”
In de winter deed Nijenhuis iets rustiger aan. “Ik heb tot half december mijn huis verbouwd”, lacht hij. “Ik was eigenlijk elke avond bezig. Trainen deed ik vooral in het weekend. Maar nu sta ik weer vijf dagen in de week op skeelers. Dan begint het bouwen pas echt.”
De verbouwing van zijn huis is af, dus nu kan Nijenhuis weer volop werken aan zijn vorm. "Het is natuurlijk mooi om dit seizoen weer een titel te pakken op het NK, me te plaatsen voor het EK en het daar beter te doen dan vorig jaar", waarmee hij doelt op zijn zesde plaats op de 100 meter.