De internationale competitie zit erop. Drie World Cups en het WK in Inzell zijn achter de rug. De resultaten van de beste junioren in ons land waren wisselend, maar verbeterden zichtbaar naarmate het WK eraan kwam.
“Ik kijk er met een goed gevoel op terug. De eerste wereldbeker in Milaan was een taaie voor ons, mede door het feit dat we er laat naartoe zijn gereisd. Het was met recht een testevent voor de Winterspelen, want er werd volop gesleuteld aan de ijskwaliteit. De entourage van een groot toernooi dat aanstaande was, was indrukwekkend voor de jeugd en had impact. Maar goed, daar leerden ze ook mee omgaan, wat nuttig kan zijn voor de toekomst.
“World Cup 2 in Collalbo ging al een stuk beter, dat lieten de uitslagen zien. Op de langere afstanden reden de mannen en vrouwen prima mee vooraan. De wereldbeker in Inzell, het weekend voor het wereldkampioenschap, hebben we benaderd als een trainingswedstrijd waarin we keken wie in de selectie wat nodig had als laatste prikkel naar het WK.” Lachend: “Thijs Wiersma had wel een missie. Die riep na twee dagen dat hij zich hartstikke goed voelde en wilde proberen een wereldrecord te rijden op de drie kilometer. Nou, dat gebeurde ook in 3.50,19. Daarna zei hij: ‘Laat de zondag maar zitten, ik hoef niets meer te doen tot volgende week’. Prachtig!”
De uitmuntende recordrace van de Friese tiener bevestigde indirect dat de door Kolder en hoofdcoach talentontwikkeling Jetske Wiersma bedachte aanpak effect sorteert. Met de focus op de lange afstand worden er door het seizoen heen extra trainingskampen georganiseerd voor toppers onder de jongens en meiden van de KNSB Talent Teams. “Daar hebben we een speerpunt van gemaakt. Goed te constateren dat het langzamerhand wat oplevert. Verleden jaar zagen we dat gebeuren met Sil van der Veen, Mats Bendijk en Mika Kolder, en nu gold dat voor Thijs, Sem Spruit en Ede Kortlever van TalentNED. Zeven jaar geleden waren er twee mannen die onder de zeven minuten konden rijden bij de junioren. Als ik nu een lijst uitdraai van de junioren, dan zullen er zeker tien zijn die 6.40 of sneller schaatsen. Daaraan is de ontwikkeling af te lezen.”
Ik neem aan dat die aandacht te maken heeft met het feit dat onze stayers bij de senioren momenteel tekortschieten?
Kolder: “Zeker, wij zien heel veel dingen veranderen in de schaatswereld. De junioren doen meer dan in het verleden, dat is een bewuste keuze. Toen ik terugkeerde van mijn periode bij TalentNED, hebben we meteen gezegd: allemaal leuk en aardig dat de internationale bond (ISU) een allroundtoernooi maakt van een 1000 meter en een vijf kilometer, maar dat is een doodgewoon sprinttoernooi. Dat was afgelopen weekend weer duidelijk met Finn Sonnekalb die de allroundtitel veroverde. Hij had op de kortere afstanden genoeg voorsprong genomen om de vijf kilometer op z’n gemak uit te ‘toeren.’ Thijs Wiersma had een senioren-wereldrecord moeten neerzetten om nog van die Duitser te winnen. Onmogelijk.
“Wij willen niet zo selecteren en houden een NK met een drie en een vijf kilometer, omdat op dat vlak meer valt te halen qua ontwikkeling. Stukje bij beetje zien we dat alle jongens daar rekening mee houden. Ze moeten die lange nummers beheersen, want met alleen de korte disciplines komen ze er niet.”
Dat betreft de rijders van de KTT. Jij bent ook met atleten van TalentNED internationaal op pad – Ede Kortlever, Nathan Pijl, Mette ten Cate, Naomi Kammeraat. Ik neem aan dat je hen op die toernooien ook begeleidt.
“Absoluut. Dat gaat hartstikke goed naast elkaar. Het is een feit dat TalentNED zijn eigen koers vaart, zonder wat samen te doen met de bond. Wij trekken als KNSB ons plan. Maar we organiseren ook trainingen met elkaar, TeamNL-trainingen voor heel grote groepen waarbij we geen uitzonderingen maken. Dit jaar zijn er zeven gezamenlijke sessies geweest. Ik ken de andere sporters allemaal, en zij leren mij gaandeweg kennen. Bij zo’n eerste World Cup is het dikwijls aftasten, vooral voor de nieuwelingen. Rond een wedstrijd in het buitenland stem ik met iedereen af, ongeacht uit welk KTT ze afkomstig zijn of voor TalentNED rijden. Rekening houdend met ieders persoonlijke programma rolt er een schema uit voor de voorbereiding. Ik denk dat twintig procent eigen keuze is, de overige tachtig zit zo dicht bij elkaar en dan wordt het samen trainen. Het is trouwens ook handig dat, wanneer je aan een teamonderdeel meedoet, ervoor wordt geoefend. Dat doen we veelvuldig.”
De oogst van de World Cups en het WK, wat valt daar over te zeggen, wetend dat er een zekere Finn Sonnekalb meedeed, een Kazachstaanse (Kristina Shumekova) die iedereen wegreed, en een oersterke Japanner (Taigo Sasaki) die flink huishield?
“Het aantal medailles voor Nederland en het niveau zijn in het verleden hoger geweest. Wat we niet mogen vergeten is dat er af en toe supertalenten opduiken. Tegen hen loop je aan, en dat kun je pech noemen. De Japanners die in Inzell verschenen, zouden beter aan de Spelen hebben meegedaan, want ze schaatsten sneller dan de senioren in Milaan.
“Waar we een beetje doorheen moeten kijken: we weten niet precies welke (fysieke) belasting op de jeugd in het buitenland zit. Wij kiezen altijd een meer voorzichtige weg. School is belangrijk, de opleiding telt zwaar, de techniek weegt mee. In landen als Kazachstan of Polen worden jeugdige schaatsers meer belast dan bij ons. In Korea en Japan hetzelfde verhaal. Onze jongens en meiden doen genoeg, maar het is wel zo weinig dat er nog groei in zit. Het is altijd afwachten in hoeverre iemand het volhoudt.
“Bij Chinese junioren weet je dat ze zo snel mogelijk willen scoren. Of ze nou kapotgaan of de carrière slechts een paar jaar duurt, dat maakt ze niet uit. Onze benadering is iets anders: wij willen een mooie loopbaan van een jaar of tien, vijftien. Dan hebben we een ander idee over de opleiding bij de KTT’s, en ik denk ook bij TalentNED. Zo goed mogelijk getraind zijn, met zo weinig mogelijk doen, aangezien we er ons van bewust zijn dat er straks nog een stapje bij moet. Dat vraagt om balanceren.”
'Thijs Wiersma vindt schaatswereld leuker dan wielerwereld'
De lente breekt aan en dat wordt altijd spannend met de diamant in de juniorenselectie: Thijs Wiersma. Hij schaatst niet alleen snoeihard, zijn talent als wielrenner is ook allang ontdekt door de scouts van de grote profformaties. Volgende maand leeft de Fries uit Sintjohannesga zich alweer uit op de kasseien van Parijs-Roubaix, als coureur van de opleidingsploeg Visma – Lease a Bike. En wie bovengemiddeld aanleg heeft, kan zo op een goedbetaald contract rekenen.
Peter Kolder is niet zo bang voor een overstap. “Mijn gevoel zegt dat Thijs de schaatswereld leuker vindt dan de fietswereld. Bovendien denk ik dat hij niet zo heel gevoelig is voor geld. Wat hem interesseert is vooral dat hij zo goed mogelijk wil worden, en daar is-ie hard mee bezig”, aldus de Groningse bondscoach van de KNSB.
Wiersma verbeterde tijdens het WK voor junioren zijn persoonlijk record op de 1500 meter met bijna drie seconden naar 1.46,36. “De manier waarop was geweldig. Hij reed het clubrecord van Tim Prins aan stukken, op deze leeftijd. Bizar!”
Wat Kolder ook mooi vindt, is het onderlinge contact tussen de rijders in de selectie. Hij noemt Ede Kortlever van TalentNED, met wie Wiersma stevig kan duelleren op het ijs. “Ze jagen elkaar zo naar grote hoogte. Dat geldt voor meer jongens, de groep is aardig aan elkaar gewaagd en enthousiast voor elkaar wanneer er goed wordt gepresteerd. Toen Thijs vorige maand in Inzell het juniorenwereldrecord brak op de drie kilometer, had je moeten zien hoe blij die andere gasten voor hem waren op de inrijbaan, terwijl ze niet eens bij hem in het KTT zitten. Maar ze hadden ook een gezamenlijk belang, en dat was de team pursuit. De Japanners bleken te goed. Het Nederlands record verbeteren met vier seconden mocht er ook zijn.”
Ook met het programma voor de junioren, drukke weekends in de wereldbeker en op het WK.
“Ja, vijf, zes afstanden zijn belastend, vooral als je slechts vijf rijders mag meenemen. Daarom pleiten we als KNSB op het Congres deze zomer om dat aantal uit te breiden tot zes schaatsers bij de mannen en de vrouwen. Er zijn zoveel onderdelen te vullen. Het is vervelend als je een half uur na de team pursuit al een teamsprint op het programma hebt. Omdat je vijf mensen beschikbaar hebt, weet je dat er een sowieso dubbel moet rijden. Andere landen maakten een keuze. Japan deed niet mee aan de teamsprint omdat men de achtervolging belangrijker vond. Dat bleek ook wel, want die ploeg reed even het wereldrecord voor junioren uit de boeken.”
En de balans in de ploeg: er waren dit seizoen steeds vier rijders van TalentNED mee, naast de anderen uit de verschillende KTT’s. Was dat bewust, of houd je daar rekening mee?
“Nee, daar houd ik geen rekening mee. Evenmin met de andere KTT's. Absoluut niet. Het is heel simpel: we houden een selectiewedstrijd waarin iedereen zo hard mogelijk moet rijden. Daarna kijk ik welke mensen ik nodig heb voor een team pursuit. Welke mensen heb ik nodig voor een teamsprint? Dat is het enige wat ik doe. Ik maak een advies voor de Selectiecommissie en ik zeg: ik wil het liefst deze drie mee voor de team pursuit, ik wil deze drie mee op een teamsprint en ik wil deze twee jongens en twee meiden mee hebben voor een mass start. Mijn voorstel is op basis van de teamnummers. De Selectiecommissie heeft net als bij de senioren een matrix. Er wordt gekeken op welke afstanden we de meeste kans op goud maken. Soms is er een flinke discussie met Freek van der Wart, maar uiteindelijk neemt de commissie een besluit waar ik me verder niet meer mee bemoei."