Pedersen is de Noorse allroundtroef voor de toekomst. De 24-jarige won vorig jaar brons in Calgary en kreeg in Berlijn het zilver omgehangen. “Ik heb het gevoel dat ik dichter bij Sven zit dan vorig jaar.”
Of de Noor erin zal slagen om Kramer echt van zijn allroundtroon te stoten is maar zeer de vraag. De Nederlander was tijdens het toernooi van afgelopen weekend zo goed als ongenaakbaar. Geen enkel moment leek hij zich bedreigd te voelen.
Hij was ontspannen en raapte tijdens de 5000 meter van zaterdag voor Pedersen zelfs nog wat blokjes weg die tijdens de val van Bart Swings in de bocht waren blijven liggen. De controle van Kramer was als vanouds.
Anders dan zijn oudere ploeggenoot Håvard Bøkko de laatste jaren, toonde Pedersen wel lef in Berlijn. Op de tien kilometer moest hij om Jan Blokhuijsen voor te blijven en het zilver veilig te stellen een tijd in de buurt van zijn persoonlijk record rijden. Brutaalweg ging hij mee met Sven Kramer.
Dat was meteen zijn redding, want in diens kielzog reed hij naar een prima tijd. “Het was een prima loting”, lachte Pedersen. “Ik heb hem na afloop ook bedankt dat ie me op sleeptouw had genomen.”
Met Kramer op een, Pedersen op twee, Blokhuijsen op drie en Bøkko op vier oogde de einduitslag als een ouderwetse Nederland versus Noorwegen. Volgens Bøkko was dat geen verrassing. “Het zijn de landen waar het allrounden leeft.”
Zelf was de ervaren Bøkko tevreden met zijn optreden. Hij kampte dit seizoen met knieproblemen, maar kon in Berlijn weer aardig meekomen, al was het gat met de top drie wel groot.
De sleutel tot een beter allroundtoernooi ligt volgens de Noor op de vijf kilometer. “Ik weet gewoon niet meer hoe ik die moet rijden. Op de Spelen lukte het nog wel, maar daarna krijg ik de snelheid en techniek niet onder controle.”