Na zijn beste vijf kilometer ooit geschaatst te hebben, haastte Peder Kongshaug zich anderhalve week geleden naar de tribunes. Daar was een plekje voor hem vrijgehouden naast koning Harald V. De olympisch kampioen ploegenachtervolging van 2022 nam de koning mee in de wereld van het schaatsen en werd wild van enthousiasme toen zijn goede vriend Sander Eitrem het goud opeiste. Het was het tweede bijzondere moment voor Kongshaug deze Spelen, na eerder de vlag gedragen te hebben bij de openingsceremonie. De ploegenachtervolging eindigde minder gelukkig. Door afwezigheid van de zieke Eitrem eindigden de uittredend olympisch kampioenen als zesde.
Kongshaug hoopt dat het absolute hoogtepunt van zijn tweede Spelen nog moet komen: de olympische titel op de 1500 meter. “De laatste twee jaar heb ik alles gedaan voor goud in Milaan. Het winnen van een individuele afstand is mijn grote doel. Natuurlijk zal ik nerveus zijn, maar niet angstig, want ik kan mezelf niks verwijten. Alles heb ik eraan gedaan om hier de snelste versie van mezelf te zijn.”
Toch had het niet veel gescheeld of Kongshaugs toekomst had heel ergens anders gelegen. Opgegroeid in een sportgekke familie – ‘het is mijn tweede natuur om te sporten’ - heeft hij op jonge leeftijd veel sporten beoefend. In de weekenden verbleef het gezin in de bergen, waar weinig werd stilgezeten. “De allereerste sport die ik heb beoefend, is skiën. Ik stond al bijna op de ski’s voordat ik kon lopen. Ik heb het nooit op professioneel niveau gedaan, alleen voor het plezier.”
Kongshaugs vader zeilde, waardoor Peder ook veel op de boot te vinden was. “Maar ik was heel slecht in zwemmen”, vertelt Kongshaug. “Mijn ouders stuurden me vervolgens niet naar zwemles, dat was saai, in plaats daarvan lieten ze me duiken. Springen in de zee en vervolgens jezelf zien te redden. Ik heb het een paar jaar gedaan en hoewel ik er niet heel goed in was, heb ik ervan genoten.”
Op zesjarige leeftijd begon hij met een sport die hij wel op serieus niveau zou beoefenen: voetbal. “Net als alle andere jongens. Ik speelde met al mijn vrienden in een team. Het begon met heel veel plezier, daarna werd het serieuzer en besteedde ik er meer en meer tijd aan.” Vanwege de lengte van zijn ouders werd de jonge Kongshaug op doel gezet. Hij was talentvol, speelde bij Viking FK – afgelopen seizoen kampioen van Noorwegen – en werd daar geselecteerd voor alle jeugdelftallen. “Ik ben zelfs op mijn dertiende bij Ajax op trainingskamp geweest.”
Als keeper had hij veel idolen. “Edwin van der Sar was er een van, net als Kasper Schmeichel. En ik ben Manchester United-fan, dus David de Gea ook.” Hoewel hij een geweldige tijd beleefde met zijn vrienden, had hij het op het veld niet altijd naar zijn zin. “Ik moest altijd in de buurt van het doel blijven. Omdat we zo’n goed team waren, had ik daar weinig te doen.” Er kwam nog een probleem bij: Kongshaugs groeispurt liet op zich wachten. “Op mijn veertiende dacht ik: of ik moet gaan groeien of ik moet stoppen omdat ik zo klein ben.”
Gelukkig had Kongshaug nog een sport die hij redelijk onder de knie had: schaatsen. “Bij het voetballen speel je in een specifiek systeem, er is weinig ruimte voor eigen invulling. Daarom houd ik zo van het schaatsen, waar je zelf kunt bepalen wat je wil doen.” De contacten met zijn oude teamgenoten zijn niet verwaterd. Integendeel zelfs. “Ik waardeer het enorm dat ik een vriendengroep buiten de sport heb. Met z’n tienen komen ze naar Milaan. Heel leuk. Eén vriend is afwezig, omdat hij nog steeds voetbalt bij Viking.” Donderdag zullen ze toekijken hoe hun vriend probeert om een van de laatste hiaten op zijn erelijst op te vullen.
Over Michelangelo, Einstein en Michael Jordan
Praat met Kongshaug over het schaatsen en hij neemt je mee in zijn filosofische gedachten. “Als schaatser ben je bezig met een eindeloze race naar de horizon. Daar, helemaal in de verte, is die perfecte ronde. Maar eigenlijk bestaat die helemaal niet. Die is nog nooit geschaatst en dat zal ook nooit gebeuren. Het is een illusie die we onszelf voorhouden om gemotiveerd te blijven, om nooit te stoppen met rennen naar die horizon. Onderweg zijn overal marges te vinden.”
“Maar de race naar perfectie kan je ook helemaal tot wanhoop drijven. Kijk naar de groten uit de geschiedenis, zowel in de sport als in het normale leven. Michelangelo, Einstein, Michael Jordan: allen waren ze een beetje gek door de manier waarop ze continu zochten naar verbeteringen. Op dit moment probeer ik ook alles eraan te doen om de snelste versie van mezelf te zijn, maar ik ben niet zoals zij. Er komt een moment dat ik even pauze moet nemen omdat dit mentaal zo zwaar is. Bovendien sport ik voor mijn plezier. Soms vergeet ik dat het doel van dit alles is om plezier te hebben.”
Daar werd hij halverwege dit seizoen nog even aan herinnerd. Omdat Kongshaug niet tevreden was over zijn vorm, ging hij op trainingskamp naar Collalbo. Niet met de nationale ploeg, maar met een groep talentvolle schaatsers tussen de 16 en 21 jaar. “Ik sport nog steeds voor mijn plezier, maar als je wereldkampioen bent en titels moet verdedigen, beleef je je sport op een andere manier. Die jonge rijders herinnerden mij eraan hoe leuk het schaatsen is. Zij keken naar mij op en dachten: het enige wat ik wil in mijn leven is wereldkampioen worden, Peder worden. Op mijn beurt dacht ik: wat een geweldige tijd was dat. Je voelt weinig druk, niemand verwacht grootse resultaten van je, maar je verbetert je wel continu.”