Het telefoontje moet kostelijk geweest zijn. ’Ik zoek een eigenwijze klootzak met een eigen mening, en dat ben jij.’ Zo ongeveer luidde de eerste zin van het belletje dat Jillert Anema pleegde naar de totaal verraste Yoeri Lissenberg. ’’Dat was wel een beetje de strekking, ja. En ik was verbaasd dat Jillert me belde’’, zegt Lissenberg met een lach.
Anema benaderde hem op een moment dat al meerdere ploegen bij Lissenberg aan de bel hadden getrokken. Maar de voormalig Nederlands kampioen op kunstijs had nergens toegehapt. ’’Ik was er na de manier waarop ik vertrekken moest bij AB Vakwerk zo zat van dat ik nergens zin in had. Ik wilde gewoon een seizoen lekker kijken.’’
Maar uitgerekend Anema trok hem in dat bijzondere telefoongesprek over de streep. ’’We hebben het wel even over het verleden gehad. Jillert merkte nog op dat er toch niet veel jongens zijn die hem een drinkbus naar z’n hoofd durven te slingeren. We hebben onze ruzies gehad, maar waren wel altijd duidelijk naar elkaar. We draaiden er allebei niet echt omheen, en nu blijkt dat Jillert dat altijd toch wel mooi vond. Dat hij mij bij zijn ploeg wilde hebben verbaasde me, dat hij mij zijn ploeg toevertrouwt als hij er niet is, verbaasde me nog veel meer.’’
Want daar ging het om. Anema zocht een vervanger voor de weken waarin hij met rijders naar de langebaan is of op trainingskamp gaat. ’’Iemand met een eigen mening die tegengas durft te geven. Nou, dan zit hij goed. Ik heb nog wat gesprekken gehad met Ingrid Dijkstra en uiteindelijk besloten het te doen. Ik zou er toch zijn, en dit lijkt me leuk. Bovendien wil ik geen afscheid nemen van de sport op de manier waarop ik er vorig seizoen uit ben gegaan.’’
Het zijspoor en uiteindelijk de achterdeur die bij AB Vakwerk zijn deel was, zit Lissenberg nog steeds hoog. Hij wil er niet te veel over kwijt, alleen dat hij het wel een beetje verwerkt heeft, maar het nog steeds raar vindt zoals de dingen zijn gegaan. ’’Ik heb wel vaker rare dingen meegemaakt, maar zoals dit, daar lusten de honden geen brood van. Al die komedie, daar moet je bij mij nou net niet mee aankomen. Je kunt me beter zeggen hoe het zit, er niet omheen draaien. Doe ik ook niet.’’
Hij staat nu weer met plezier langs de kant. ’’Er wordt ook niet zo heel veel van me verwacht. Ik ben er elke zaterdag en neem het over als Jillert er niet is. En als hij er wel is, wil hij graag dat ik naast hem sta. Vertelt hij dat ze het meestal ‘zo en zo’ doen. Vraag ik of ik het ook zo moet doen als hij weg is. ‘Kijk maar’, hoor ik dan.’’
Dat hij nog van Anema leert, zal Lissenberg niet rechtstreeks zo zeggen. ’’Maar ik merk wel dat we qua trainingen op één lijn zitten. We hebben allebei het idee dat een aantal ploegen niet alles doet. Zondag rust nemen omdat je zaterdag hebt geschaatst, dat snap ik niet. Juist als je geen prof bent, moet je die dag investeren. Vier, vijf uur op de fiets zitten. Als je hard wil schaatsen, moet je hard trainen. Zorgen dat je conditie op peil blijft. Wij denken dat heel veel ploegen te voorzichtig trainen. Op het ijs zie je precies wie hard trainen. Dat zijn de jongens die nu winnen.’’
Bij A-ware heeft Lissenberg nu te maken met toprijders. Dat merk je, zegt hij, niet aan alles. ’’De jongens vorig jaar waren op hun manier ook honderd procent bezig. Verschil is dat Jillert Anema honderd procent controle heeft over die gasten. In een semiprofploeg of een gewone ploeg heb je altijd te maken met een gewestelijk trainer of een baanselectietrainer met een mening over hoe je moet trainen. Dan heb je alweer een conflict, want dat strookt nooit. Rijders raken dan verward. ‘Die zegt dit, die zegt dat’.’’
,,Bij een professionele ploeg als A-ware weet Jillert precies wat er gebeurt. Dat zie je terug in de resultaten. Kwalitatief heeft dit team absoluut de beste rijders. Ook de verdienste van Jillert. Want hij krijgt ze niet zo, hij máákt ze zo. De wedstrijden wie we hebben verloren, zijn naar mijn mening ook verloren op tactiek, niet op kwaliteit.’’
Er klinkt respect in zijn woorden, en dat klopt, beaamt Lissenberg. ’’Ik heb Jillert Anema altijd gerespecteerd, ook al hadden we vaak ruzie. Het is anders dan met Henk Angenent. Jillert is geen slecht mens. Hij heeft zijn manier en zijn mening en als je het daar niet mee eens bent, dan heb je pech. Da’s ook een kwaliteit. En hij is er altijd voor zijn jongens, dat zie ik ook.’’
Lissenberg bezorgde ‘de baas’ al twee overwinningen. In Haarlem met Bob de Vries, in Hoorn met Simon Schouten. En dat altijd met een beperkte ploeg. ’’Jillert vindt dat mooi. Hij zei al: ‘Ik blijf op Tenerife, het gaat goed zo’. Vind ik mooi.’’
In de Vierdaagse neemt Lissenberg vier avonden de honneurs waar. Vanavond staat hij in Utrecht weer langs het ijs, morgen in Breda en zondag in Alkmaar. Zijn enige rijder: Bob de Vries. ’’Maar eens kijken wat er mogelijk is.’’