De Vries is met zijn 32 jaar vrij oud voor een debutant op een WK Afstanden. Dat geeft hij zelf ook toe. En af en toe gelooft hij het zelf bijna niet dat het hem nog gelukt is om zo ver te komen.
“Het is hartstikke vaag. Er zullen nu gasten thuis zitten die op hun 25e zijn gestopt en verbaasd opkijken. Ik ben altijd doorgegaan en altijd positief gebleven. Ik heb elk jaar stappen gezet. Er waren jaren dat ik overal net niet bij was en nu wel.”
De sleutel daarin waren de selectiemomenten die De Vries goed reed. Hij plaatste zich voor de WK Afstanden en wist in Hamar ook een ticket voor het WK Allround te veroveren.
“Als je die selecties eenmaal doorrolt kan je winnen. Maar daar doorheen komen is het moeilijkste. Het niveau in Nederland is zo hoog op die afstand. Ik wist dat als ik me zou plaatsen dat ik op het podium zou moeten kunnen komen”, legde hij uit.
Daarvoor moest hij zijn vorm wel vast weten te houden. Een flinke opgave, want ook bij de selectiewedstrijden was hij al in topvorm. “Ik ben blij dat ik toch nog heb kunnen pieken ondanks alle selectiemomenten.”
Die piek leidde tot de derde plek op de WK. “Dit was het maximale voor me. Ik ben er superblij mee. Denis Yuskov reed een hele goede rit en toen wist ik dat ik toch een van mijn beste vijf kilometers ooit moest rijden. Maar ik zag dat de rest ook wel snel reed.”
“Halverwege had ik het even zwaar, maar ik wist dat het weer harder moest. Het was rammen en vechten”, vertelde hij. Hij spande zich tot het uiterste in om zijn rondetijden weer omlaag te brengen. “Ik reed de hele tijd 30 laag, maar toen ik bij een doorkomst het gejuich hoorde wist ik dat ik de 29’ers in ging. En dan geef je alles dat je hebt.”
Veel meer dan brons had er dus voor hem niet in gezeten. Daarvoor is de achterstand op Bergsma en Kramer te groot en dat wist de rijder van Team LottoNL-Jumbo al van tevoren. “Zo zit het schaatsen in elkaar. Op een 1500 meter kan je nog wel verbazen, maar als ik rondjes 29,2 ga rijden op de vijf kilometer dan weet ik dat tegen een muur op rijd en eindig met rondjes 33.”
“Uiteindelijk rijdt iedereen voor zichzelf een zo goed mogelijk race. Iedereen rijdt zo hard als ze kunnen, zonder naar de tijden te kijken.”