In het noorden van het land liepen jarenlang opvallend veel schaatstalenten rond die later de wereldtop haalden. Sven Kramer, Ineke Dedden, Antoinette Rijpma-de Jong, Tim Prins. En ook Femke Kok. Een rode draad in hun jeugd: trainer Frits Wouda (81). Hij zag de goedlachse Friezin uit Nij Beets binnenkomen als veertienjarig meisje, lang voordat wereldrecords, wereldtitels en olympische verwachtingen een rol speelden. Wat hij toen zag, ziet hij nu nog steeds terug.
Wie Frits Wouda hoort praten, merkt al snel dat hij niet houdt van heroïsche claims of opschepperij. Zijn blik gaat steeds naar het ijs; hij analyseert hoe de rijders, onder wie enkele oud-pupillen, hun rondjes rijden en waar nog verbeterpunten liggen. Hij haast zich erbij te zeggen dat dat misschien een stap te ver is, maar als coach wordt dat 'een onderdeel van jezelf'.
Frits Wouda was altijd al een liefhebber van het schaatsen, met een uitgesproken voorkeur voor natuurijs. “De tochten op de vaarten en de sloten en de meren, dat was gewoon geweldig.” Tijdens zijn studietijd verdween het schaatsen even naar de achtergrond, maar toen zijn kinderen het ijs op gingen, keerde ook hij terug. Hij werd clubtrainer, rolde het Friese gewest in 'en toen ben ik er dertig jaar gebleven'. Daar trainde hij jongens en meisjes van veertien en vijftien jaar, op een leeftijd waarop vorming belangrijker is dan medailles.
Femke Kok, lid van STC De Kluners, kwam in die fase bij hem terecht. Niet als uitgesproken ster, wel als iemand die direct opviel. “Femke had natuurlijk van nature een hele mooie gestileerde schaatsbeweging”, zegt Wouda. Nog niet zoals nu, benadrukt hij, maar de basis was onmiskenbaar. “Femke beweegt heel gemakkelijk. Het kost haar geen moeite om de schaatsbeweging zo makkelijk uit te voeren.” Lenigheid, kracht, gevoel voor timing; eigenschappen die de ondertussen 25-jarige van nature meekreeg. “Dat zit gewoon in de genen”, zegt Frits.
Het duurde niet lang voordat hij wist dat dit geen doorsnee talent was. “Misschien twee, drie trainingen en dan wist je het wel”, vertelt hij over het spotten van aanleg. Niet dat ze toen al spraken over wereldtitels of Olympische Spelen. Maar als coach wist hij: “Als het zo doorgaat en ze zich blijft ontwikkelen, dan zou dit best wel eens een dame kunnen worden die aan de top van Nederland, en misschien wel verder, komt.”
Toch is het beeld van de jonge Femke niet dat van een meisje dat de ruimte opeist. Integendeel. “Het is gewoon een fantastische, lieve meid. Sociaal, vriendelijk, gemakkelijk in de omgang.” En vooral: plichtsgetrouw. “De schema’s, daar hoefde ik niet aan te twijfelen: wat er achter de punt en de komma stond, deed ze ook.” Geen discussie, geen halve inzet. Want: “schaatsen is haar passie. En daar wilde ze beter in worden.”
Het grotere doel zat ergens op de achtergrond. “Uiteindelijk wilde ze misschien wel de beste van de wereld worden”, zegt hij. “Dat heeft ze bij mij nooit uitgesproken. Maar ik denk dat dat wel in haar achterhoofd zat.”
In de groep voelde Femke zich snel thuis. “Femke maakt gewoon geen vijanden.” Ze bewoog zich gemakkelijk tussen ploeggenoten, jongens en meisjes door elkaar. Aardig zijn werkte in haar voordeel, maar soms ook tegen haar. Dat kwam scherp naar voren bij een Nederlands kampioenschap junioren C, ergens rond 2014 of 2015. Femke vocht mee om de titel, net als haar directe concurrente. En Wouda zag iets gebeuren dat hij herkende, maar niet meer kon beïnvloeden. “Op een bepaald moment stond ze heel leuk en geanimeerd kletsen met haar directe tegenstander.” En dat vlak voor hun rit.
Volgens Wouda ging het daar fout. Femke vond haar tegenstandster gewoon 'een leuke meid'. Maar hij vermoedt dat het aan de andere kant strategischer werd bekeken. “Ik denk dat haar tegenstandster, in de voorbereiding op de wedstrijd, een beetje inspeelde op Femke.” Het effect was zichtbaar. “Femke verloor.” Naderhand legde Wouda zijn pupil uit wat hij had gezien en waarom hij dat zo beoordeelde. Femke luisterde. “Nou ja, ze zei: eigenlijk heb je wel gelijk.” Een belangrijk leermoment. “Ik denk dat ze het nog wel weet, als je het vraagt.”
Het verschil met nu is heel duidelijk zichtbaar, zegt hij, ook al staat hij niet meer dagelijks naast haar. “Dat zie ik gewoon in de voorbereiding. Hoe ze zich focust als ze op het bankje zit.” Als hij haar ziet zitten voor de start, herkent hij de focus. De sociale Femke is er nog steeds, benadrukt hij, en dat moet ook zo blijven. “Want het is een hele mooie eigenschap.” Alleen: ze heeft geleerd wanneer die even uit moet.
Die aard ziet hij ook nog altijd terug in hoe ze wint. Wouda herinnert zich momenten waarop Femke als eerste over de streep kwam, maar nog blijer was voor een teamgenootje dat tweede werd. Precies dat gebeurde tijdens het NK afgelopen najaar. Toen Femke Kok over de finish kwam, samen met haar vriendin en concurrente Marrit Fledderus, dacht ze niet eerst aan zichzelf. Ze draaide zich om naar Fledderus, wees naar het scorebord en riep 'do bist twadde', terwijl ze twee vingers opstak.
“Dat is heel kenmerkend”, zegt Wouda knikkend en glimlachend. “Ze deelt in gevoelens naar anderen toe.” Ze is ingetogen en gaat niet helemaal uit haar dak met een uitstekende prestatie.” Ze is wel blij, zegt hij nadrukkelijk. “Ze is hartstikke blij.” Alleen op haar, mooie manier.
Nu, jaren later, volgt hij haar vooral op afstand. Meestal op televisie. “Want dan kan ik het gewoon beter zien.” Soms is hij erbij, zoals bij het NK. Wat er dan door hem heen gaat? “Dat is een gevoel van trots. Het maakt me blij dat zij zo ver gekomen is en dat ik er een steentje aan heb mogen bijdragen.” Hij zegt het klein, maar het raakt hem zichtbaar. “Daar kan ik wel een beetje emotioneel van worden”, geeft hij toe.
Na haar races laat hij steevast iets van zich horen. “Ik stuur haar altijd een appje.” Geen lange analyses, geen coaching, gewoon iets kleins. “Nou meid, dit was weer top.” En hij krijgt altijd antwoord terug, vertelt hij zichtbaar dankbaar.
Met de Spelen in zicht blijft Wouda realistisch. “Het is geen kat in het bakkie. Dat is het nooit.” Ook niet als je de beste bent. “Ze kan tussentijds nog ziek worden of ze kan een valse start maken, ook al heeft ze die eigenlijk nooit.” Dingen die je niet in de hand hebt. Maar als alles klopt? “Als er niks geks gebeurt, dan wint ze.”
Wat hij haar het meest gunt, gaat verder dan prestaties. “Als ik het eentje gun, is het Femke. Het is een ongelooflijk goed mens.” Een olympische titel zou voor hem dan ook meer zijn dan sportieve bevestiging. “Dat zou een hele mooie beloning zijn.”
Op de vraag of hij haar iets zou willen zeggen, draait hij zich liefdevol naar de camera. Alsof hij haar even rechtstreeks toespreekt, en in het Fries natuurlijk. “Dan zou ik willen zeggen: Femke, ik wens je alle goeds toe in aanloop naar de Olympische Spelen. En als je wint, dan ben ik ongelooflijk blij voor je. En ik denk ook dat het je lukt. Succes.”