Hij deed dat onder leiding van coach Jeroen Otter, die dat in Sotsji gaat herhalen met Jorien ter Mors. Het grote verschil: Ter Mors is medaillekandidaat in beide disciplines.
Voor Otter is het maken van de combinatie met zijn pupil een leuke uitdaging. Niet in fysieke zin, stelt hij. "Hoe wissel je makkelijk, hoe blijf je geloven in de weg waarvoor je hebt gekozen, hoeveel kracht krijg je uit die combinatie en hoeveel energie gaat het je kosten? Die balans moet de juiste kant op slaan."
Had Ter Mors in beide disciplines geen zicht gehad op noteringen in de top tien, dan was Otter er niet aan begonnen. "Ze heeft een aantal keer op de langebaan laten zien dat ze in de top kan presteren en ook bij het shorttrack. De uitdaging is, kan je dat ook op de Spelen?" Dat het kan, daar is Otter van overtuigd. "Anders was ik er niet aan begonnen", zo liet hij niets aan onduidelijkheid over.
Op beide disciplines liet Ter Mors zich dit jaar al zien. Ze werd Nederlands kampioene op de 1500 meter en bij de wereldbeker begin december in Berlijn noteerde de 24-jarige Twentse op twee afstanden de snelste tijd van de dag. Als shorttrackster greep ze haar eerste grote titel: het Europese kampioenschap. Bovendien legde ze met de vrouwenploeg beslag op de vierde Europese titel op rij.
Ter Mors zelf gaf al aan dat ze in Sotsji meer waarde hecht aan een bronzen plak op de aflossing, dan een gouden plak bij de teampursuit op de langebaan. Otter kan daar wel in meegaan. "De teampursuit wint eigenlijk altijd goud." Om lachend te vervolgen: "Behalve op de Spelen dan. Je kan stellen dat als ze geen goud winnen, ze goud verliezen. In het shorttrack is het aantal keer dat die dames op het podium hebben gestaan minimaal, dus dan win je brons. Zo zou dat bij mij ook voelen."
Mocht aan het einde van de Spelen in Sotsji blijken dat Ter Mors succesvol was op de langebaan, maar niet bij het shorttracken dan zou dat een pijnpuntje kunnen zijn voor Otter. "Het hangt ervan af hoe ze heeft gereden. Maar als blijkt dat het ene negatieve invloed heeft gehad op het andere, dan zou ik niet blij zijn nee."
Dat Ter Mors, door haar drukke shorttrackprogramma, weinig tijd door kan brengen op het langebaanijs ziet Otter niet als een probleem. Na het KKT langebaan, waar Ter Mors beslag legde op een startbewijs voor de 1500 meter, liet ze haar klapschaatsen een maand lang in de kast liggen.
"Voor de wereldbeker in Berlijn was dat ook zo en daar reed ze de snelste tijd", aldus Otter. "Jorien heeft zich ook specifiek voorbereid, alleen op een andere manier."
Met Silovs lag de uitdaging vier jaar geleden in Vancouver op een ander vlak. De Let schaatste op één dag de vijf kilometer op de langebaan en de 1500 meter als shorttracker. Het betekende dat er speciaal vervoer moest worden geregeld om Silovs op tijd in de shorttrackhal te krijgen. "Het was mooi om iets te doen wat nog nooit iemand anders had gedaan. We hebben aangegeven dat dit soort dingen gewoon kunnen."
Dat Silovs al een vijf kilometer in de benen had, draaide Otter naar een voordeel. "Hij was een beetje benauwd: Nu gaat iedereen kijken hoe ik het op het shorttrack doe. Maar moet je nagaan, die rijders tegen wie je rijdt in de voorronde die willen er allemaal niet worden afgereden door een gozer die net de vijf kilometer heeft gereden", hield Otter zijn pupil voor. "Zo had hij het nog niet bekeken." Silovs eindigde als twintigste op de vijf kilometer en stond als shorttracker in de B-finale op de 1500 meter (tiende).