De afgelopen vier jaar werkte Otter naar Sotsji toe met een kleine groep atleten. "Ik heb een paar goede schaatsers en die trekken we in één keer naar het hoogste niveau. We hebben niet de luxe van de langebaan, waar je de één voor de ander kunt vervangen. We werken vanuit een kolommodel en niet vanuit een piramidemodel met een brede basis."
Inzet bij zijn aantreden na de Olympische Spelen van Vancouver was de aflossing. Met als resultaat dat de mannenploeg als medaillekandidaat in Sotsji aan de start staat en ook de vrouwenploeg, die onlangs voor de vierde keer op rij Europees kampioen werd, kansrijk is om door te dringen tot de eindstrijd. Als coach ziet Otter het klaarstomen van vijf schaatsers voor het teamonderdeel als een mooie uitdaging.
"Vijf schaatsers moeten in vorm zijn. Vijf rijders werken als team, maar ook als individu. Vijf rijders moeten kwaliteit kunnen tonen, wanneer het op topsnelheid gevraagd wordt. Dat is wat anders dan dat je één ongelofelijk talentvolle rijder hebt, die het in een individueel gebeuren naar zich toetrekt", stelt hij.
"De vraag is wat je als staf hebt bijgedragen. Als je als team kan presteren in de relay, betekent het dat die jongens zo goed hebben samengewerkt en dat wij een omgeving hebben gecreëerd waarin ze dat kunnen doen. Dat is het summum."
Otter realiseert zich dat het winnen van een medaille een unieke prestatie zou zijn voor het Nederlandse shorttrack. Met zijn ploeg schrijft hij sowieso historie. Sinds shorttrack zich in 1992 bij de olympische familie voegde, lukte het oranje nooit eerder om zich met twee teams en het maximale aantal van tien schaatsers te kwalificeren.
Die medaille is mogelijk, maar voor zichzelf houdt Otter zich daar niet mee bezig. Hij is van mening dat zijn atleten in Sotsji finalewaardig moeten zijn. Sta je eenmaal in de finale, dan zijn medailles mogelijk. "Mijn missie is geen medailles halen, maar het zo optimaal mogelijk voorbereiden van mijn rijders. Een aantal dingen wil ik terug zien in de wedstrijd. Als ze dat doen en het resulteert in een vierde of zesde plek, omdat anderen beter zijn, dan kan ik me daarbij neerleggen."
Om optimaal te kunnen presteren in Sotsji zullen zijn schaatsers iedere race volle bak moeten rijden. Ook in ritten die op papier makkelijk ogen. "Op het moment dat je niet met volle overgave rijdt, dan ga je met een soort benepenheid schaatsen. Met geknepen billetjes", aldus Otter. "Je moet elke rit rijden als een finale. Het gebeurt wel eens dat een rijder eruit ligt omdat hij te nonchalant is."
"Het is natuurlijk een idioot programma", doelt Otter op het shorttracktoernooi dat over vijf dagen in twee weken tijd is uitgesmeerd. Normaal gesproken schaatsen de shorttrackers dezelfde afstanden in twee of drie dagen. Het is voor Otter even afwachten hoe zijn atleten daarop reageren. Ook de afstanden zijn gedeeltelijk opgesplitst.
Zo staat voor de vrouwen op de eerste shorttrackdag (maandag 10 februari) de voorronde van de 500 meter op het programma, maar worden de andere drie rondes inclusief de finale pas op donderdag verreden. Shorttrack is ook het verdelen van je krachten over de dag. Verspeel je teveel energie in de voorronde, dan kon je dat de volgende ronde wel eens opbreken. In Sotsji is dat dus anders. "Er is niets mooiers dan iemand een wereldrecord zien rijden in de kwartfinale, die niet door de halve finale heenkomt", lacht Otter.
Wat voor ijs er straks in het Iceberg Skating Palace ligt, daar maakt Otter zich niet druk om. "Het zou mij worst zijn wat ze ermee doen. Het mooie van shorttrack is, dat het voor iedereen hetzelfde is. Natuurlijk hebben we voorkeur. Iedereen wil graag zo schuin mogelijk hangen, met zo veel mogelijk grip."