Jorien ter Mors

 "Er is wat in gang gezet. De schaatsers stralen kracht uit op het ijs", constateert Otter in Azië tevreden.

Op weg naar Shanghai, waar komend weekeinde de vierde wereldbekerwedstrijd op het programma staat, geeft de opvolger van de Canadees John Monroe aan dat er in Nederland wat aan het veranderen is. Zijn mannen- en vrouwenselectie scoorde tijdens de eerste wereldbekerwedstrijden dit seizoen al meer toptienklasseringen dan in de twee voorgaande seizoenen in totaal. "Maar één keer de verkeerde kant opkijken en je doet niet mee in de top. Het is nog niet zo dat we structureel finales schaatsen, maar de schaatsers krijgen wel zelf in de gaten dat ze tot meer in staat zijn."

Otter werkte de afgelopen maanden aan een cultuuromslag binnen het shorttrack. Zijn schaatsers staan meer dan ooit op het ijs, doen aan langebaanschaatsen om het duurvermogen op te krikken en moeten vooral mentaal anders met de wedstrijden omgaan. "Het zelfvertrouwen en uithoudingsvermogen zijn toegenomen", zegt Otter over het feit dat zijn pupillen het afgelopen weekeinde in China op diverse afstanden tot het laatst meestreden in het mondiale topveld. De getalenteerde Jorien ter Mors reed dit seizoen individueel zes afstanden in de wereldbekerwedstrijden, slechts één keer belandde ze buiten de top tien.

"Het zelfvertrouwen is toegenomen. Ze rijden mee, worden niet meer gelost in de finale van een race. Ze kunnen de inspanning langer volhouden. De ervaringen die ze opdoen in de trainingen, moeten ze zien te vertalen in de wedstrijden. Dat gaat steeds beter, maar het zal de komende twee jaar verder moeten groeien", meent Otter.

Doorgaans is een postolympisch seizoen het moment selecties op te schonen, nieuwelingen te brengen en te experimenteren. Ook in Nederland stopten shorttrackers, maar de nieuwelingen in de selectie van Otter blijken zich vrij snel aan het hogere niveau aan te passen. "Bij de meeste toplanden is niet veel veranderd. Ook wij proberen jonge schaatsers uit, maar de groep die er nu is zal het de komende jaren waarschijnlijk moeten doen."

Het eerste grote meetpunt voor de Nederlanders is straks in januari bij de Europese kampioenschappen in Heerenveen. "De top wordt breder. Om mee te tellen moet je zorgen dat je structureel in de halve finales staat. De ervaring van die races is cruciaal. De schaatsers die daar voorheen in de buurt kwamen, komen dit seizoen wat los. Ze schrikken steeds minder als ze in een kansrijke positie komen. We maken stapjes."