Zeven van de elf Nederlanders scoorden een klassering in de top vijf op een individuele afstand bij de eerste twee wereldbekers. "We zijn sterk in de breedte. Dit is nog nooit gebeurd", blikt Otter tevreden terug. "Het is mooi om te zien als de puzzel in één keer passend wordt. Daar doe je het als coach voor."
Naast topklasseringen voor de bekende namen bij de mannen (Daan Breeuwsma, Freek van der Wart en Knegt), zag Otter zijn vrouwen in Canada excelleren. Jorien ter Mors keerde na een jaar afwezigheid terug met een finaleplaats op de 1000 meter, de 18-jarige Suzanne Schulting pakte bij haar tweede wereldbeker gelijk een finaleplaats op de 1500 meter, Yara van Kerkhof acteerde voor het eerst in een wereldbekerfinale en laten we de medaille van Van Ruijven niet vergeten. "Onze beste vier dames kunnen met de besten van de wereld mee. Dat is een mooie constatering."
Ter Mors is terug op niveau en de anderen hebben een flinke stap gezet. De reden daarvoor zoekt Otter in de groep. "Tot de Olympische Spelen van Sotsji stak Jorien er ver bovenuit. Nu is er onderling ook strijd. Ze dagen elkaar uit en kunnen van elkaar leren." Bovendien geldt het goede presteren van een teamgenoot als extra motivatie, het lokt als het ware een reactie uit. Otter: "Dan denken ze: potverdikkeme. Als die het kan, kan ik het ook."
De uitbreiding van de trainingsgroep brengt de trainingen naar een hoger niveau. Vijf Kazachstaanse mannen schaatsen sinds dit voorjaar met de Nederlanders mee, net als de Israëlier Vladislav Bykanov. "We schaatsen 500 tot 700 rondjes per week. Met onze sparringpartners op het ijs kunnen we meer ronden, met meer rijders op een hoger niveau schaatsen", legt Otter uit.
De Kazakken hebben een verschillend niveau. De ene rijder is wereldtop, de andere hangt daar wat meer onder. "Eén van die jongens daagt onze toprijders uit, de ander de nummers vier tot zes of de nummers zeven en acht. Er is voor ieder wat wils. En in mijn beleving zijn dat hele belangrijke ingrediënten om op een hoger niveau de wereldbeker in te gaan."
Voor de twee World Cups in Azië rouleert Otter schaatsers binnen zijn team. Bij de vrouwen zal de 16-jarige Gioya Lancee haar debuut maken en verdelen Roza Kooystra en Rianne de Vries de twee wereldbekers. Bij de mannen gaan Leon Bloemhof (20) en Dennis Visser (20) van start in Nagoya, om in Sjanghai afgelost te worden door de 18-jarige Koen Slootweg en de meer ervaren Koen Hakkenberg.
Verschillende jonge schaatsers aan de start in de wereldbekers, het is een bewuste keuze van Otter met het oog op de Olympische Spelen van 2018 en 2022. "Nederlanders kunnen prima mee in de wereldtop, maar we hebben lang de tijd nodig om naar dat niveau te groeien. We gaan met veel te weinig ervaring het circuit in."
Zuid-Koreanen of Canadezen kunnen bij hun debuut gelijk op het hoogste niveau mee en hebben medaillekansen. Leeftijd maakt daarbij weinig verschil. "Zij hebben misschien al honderd Quebec Cups achter de rug. Binnen Nederland zullen we dat ook moeten creëren, de KNSB Cups moeten naar een hoger niveau. Als je de jeugd van twaalf tot en met achttien jaar beter kan voorbereiden, dan leidt dat sneller tot een beter resultaat."
Ook het niveau in de Europese wedstrijdserie ligt te ver af van het niveau in de wereldbekers. Bovendien is de tactiek en snelheid anders. Bij een 1000 meter gaan de eerste rondes vaak langzaam, terwijl bij een wereldbeker volle bak wordt gestart. "Dat is echt een andere tactiek. Het komt niet overeen met snel starten en snel eindigen."
Otter vindt dat zijn schaatsers zelf hun verantwoordelijkheid moeten nemen en hoopt dat ze hun ervaring uit de wereldbeker mee zullen nemen naar andere wedstrijden. "Ze moeten gaan beseffen dat ze bij de KNSB Cups en de Starclasswedstrijden anders moeten gaan rijden. Het gaat daar niet om winnen. Ze moeten zo gaan schaatsen, dat het een kopie is van de tactiek in een wereldbeker. Ze moeten het er onderling over eens gaan worden dat die wedstrijden anders moeten."