In 1924 werd er door Nederland nog geen ploeg afgevaardigd, maar vier jaar later in Sankt Moritz waren er voor het eerst zeven Nederlanders van de partij: vijf bobsleeƫrs, Henri Louis Dekking, Jacques Paul Delprat, Hubert Menten, Curt van de Sandt en Edwin Louis Teixeira de Mattos, en twee langebaanschaatsers, Siem Heiden en Wim Kos, waagden zich aan deelname.

Voor de schaatsers waren de faciliteiten overigens lang niet zo goed als dat ze tegenwoordig zijn: Nederlandse officials namen alle beschikbare bedden in beslag, waardoor Heiden en Kos veroordeeld waren tot het slapen op de grond of in de badkuip.

Over de resultaten van beide landgenoten in Zwitserland kunnen we vrij kort zijn: ze speelden geen rol van betekenis. Zowel Heiden als Kos verscheen aan de start op de 500, 1500 als 5000 meter. Heiden deed het op alle drie afstanden wat beter dan zijn landgenoot. De kortste afstand legde Heiden af in een tijd van 49,9, waarmee hij als 27e eindigde. Kos kwam, mede door een valpartij, niet verder dan de 33e plaats met 56,2 op de klok.

Op de schaatsmijl was er nog meer onfortuin voor Kos: door opnieuw een valpartij wist hij de finishlijn niet eens te halen. Heiden bleef wel op de been. Hij werd achttiende met een tijd van 2.23,1, waarmee hij twaalf seconden toe moest geven op de winnaar.

Kos wist tijdens de vijf kilometer wel overeind te blijven, maar ook daar mengde de Nederlander zich niet echt in de debatten. Hij klokte een tijd van 9.34,2 en eindigde als negentiende. Heiden schaatste op zijn favoriete afstand, zo zou hij vijf jaar later met een wereldrecord bewijzen, net niet naar een plaats in de top tien: hij werd elfde in 9.10,0.

De tien kilometer werd in Sankt Moritz in verband met dooi in de vijfde rit afgelast. Zo werden er tijdens de Spelen van 1928 slechts vier afstanden verreden. Het succesvolst was de Fin Clas Thunberg met gedeeld goud op de 500 meter en goud op de 1500 meter. De Noor Ivar Ballangrud won de 5000 meter.

Ondanks de weinig aansprekende prestaties op het ijs, waren Heiden en Kos naast de baan verantwoordelijk voor een heldendaad. Naar eigen zeggen vond Heiden na afloop van een feest na de 5000 meter samen met Kos de onderkoelde Prins Hendrik, die als toeschouwer aanwezig was, dronken in de Zwitserse sneeuw. De aanwezige alcoholische consumpties waren de prins te veel geworden, waarna beide Nederlandse schaatsers hem redden van de bevriezingsdood. Hoewel de prins het tweetal verboden had om dit verhaal naar buiten te brengen, kwam het jaren later toch via Heiden naar buiten.

Omdat ook de bobsleeƫrs niet wisten te overtuigen in Sankt Moritz, keerde de Nederlandse ploeg zonder eremetaal terug naar huis. Kos besefte toen nog niet dat hij niet nog een kans kreeg op deelname aan de Winterspelen: hij overleed twee jaar later al op 26-jarige leeftijd. Heiden, die in 1993 op 88-jarige leeftijd in Rotterdam overleed, nam echter ook nooit meer deel aan het evenement.

Aftellend naar de Olympische Winterspelen in Sotsji belicht schaatsen.nl elke dag een olympisch moment.