Gaat voor jou een droom in vervulling?
André de Vries: “Een beetje wel, ja. Het is een opgebouwd verhaal. Ik doe dit werk als starter al sinds mijn 21ste, ben begonnen bij baan- en clubwedstrijden op Thialf. Steeds ga je een stapje hoger. Sinds 2014 draai ik mee bij grote internationale wedstrijden, waar je een constant niveau moet laten zien, want je wordt elke keer beoordeeld en geëvalueerd.”

Als je 60 bent, voert de ISU je af van de internationale lijst. Was je loopbaan zonder Spelen mislukt geweest?
“Dat niet, want ik heb in de loop der jaren heel veel mooie wedstrijden mogen doen. Veel gereisd, veel gezien, veel mensen ontmoet. Maar het was wel spannend. Het ging tussen Janny Smegen en mij. Wij draaien allebei al lang mee, volgend jaar worden we allebei 60. Het was nu of nooit. De ISU koos voor mij en niet voor Janny. Dat is sneu voor haar, maar fijn voor mij. De Spelen beschouw ik wel als kers op de taart.”

Heb je zelf ooit geschaatst?
“Zeker, bij De IJsleeuwen. Van mijn 14de tot mijn 19de heb ik wedstrijden gereden. Toen ik in militaire dienst ging en daarna bij de politie (hij werkt nu als buurtcoördinator bij de gemeente Sudwest Fryslân, red.), ben ik een tijd gestopt. Ik trouwde en we kregen twee dochters, die nu 29 en 31 zijn. Toen zij een jaar of zeven waren en op schaatsen gingen, vroeg hun trainster of ik ook weer zin had om te schaatsen. Dat doe ik nu als recreant, we trainen in de Elfstedenhal in Leeuwarden.”

Wat is er leuk aan het starter-zijn?
“Ik ben ervoor gevraagd toen ik 21 was. Ik woonde vlakbij Thialf. Daar stond ik als benjamin tussen de oudere mannen. Ik dacht zelf dat ik het wel aardig kon, was verbaal sterk aanwezig. Het waren vaak lange avonden met een hele hoop races. Maar ik vond het leuk. Je bent onderdeel van de schaatsfamilie. Liefst start ik een 500 meter, want daarin komt alles samen. Zeker als het in een vol Thialf is, uniek in de wereld. Een vol stadion geeft niet alleen rijders een enorme adrenalinekick, maar mij als starter ook.”

Hoe ga jij met die spanning om?
“Vroeger was ik twee dagen vooraf al zenuwachtig. Zo’n wedstrijd speelt door je hoofd. Wat kan er misgaan? En als het misgaat, hoe los ik dat op? Nu laad ik me twintig minuten voor een wedstrijd op. Een gezonde spanning heb je nodig. Dan zonder ik me af, of maak juist grapjes met de mensen om me heen. Soms moet ik nog naar het toilet, maar dat doe je dan niet, omdat je bang bent te laat terug te zijn. Dan stap je op de bok, geef je je eerste fluitsignaal en dan begint het.”

Soms wordt die spanning rijders te veel, zoals Marrit Fledderus bij het OKT. Hoe ga jij daarmee om?
”Zo’n OKT is altijd extra spannend. Niet alleen voor de rijders, ook voor ons. Helaas komt het voor dat je een rijder eruit moet schieten. Vals is vals. Niet leuk voor haar, maar ook niet voor mij. Ik streef ernaar om consequent te zijn. Als je de ene rijder bevoordeelt door een valse start door de vingers te zien, benadeel je een andere.”

Marrit Fledderus OKT
Marrit Fledderus wordt gediskwalificeerd op het OKT. "Niet leuk voor haar, maar ook niet voor mij", zegt De Vries. | Foto: Orange Pictures

Het publiek neemt je zo’n besluit niet in dank af. Hoe ga je om met kritiek?
“Je raakt eraan gewend. Janny en ik hebben zo onze ‘bewonderaars’, die zich vooral laten horen via social media. Die vinden ons waardeloos, horkerig, noem maar op. Dat is ook inherent aan de tijd waarin we leven. De beste starters staan op de tribune, zullen we maar zeggen. Als er vanuit het publiek iets wordt geroepen, hoor ik dat wel, maar het raakt me niet. Ik moet gewoon verder. Die volgende rijder moet eenzelfde interval krijgen, die volgens de regels tussen de 1,0 en 1,5 seconde mag duren, vanaf het moment dat beide rijders stilstaan.”

Is dat wel te doen, als mens een consequente interval van 1,0 seconde hanteren?
“Dat kun je oefenen voor de spiegel. Je roept ‘go to the start’, daarna ‘ready’. Als beide rijders stilstaan, zeg ik in mezelf ‘EN STA STIL’. Op ‘stil’ schiet je ze weg, BOEM. Het maakt wel wat uit of je dat thuis voor de spiegel doet of in een vol stadion. Maar dat is een kwestie van heel veel doen. Mensen vinden vaak dat wij te lang wachten. Als iedereen vindt dat het korter moet, prima, dan moet je binnen de ISU de regels aanpassen. Ik doe niets meer of minder dan uitvoeren wat in de reglementen staat.

Wat is je grootste nachtmerrie voor Milaan?
”Dat ik de 500 meter krijg als starter en dan een van de beste rijders een DQ moet geven. Minstens zo erg is het als je een pikstart hebt, een rijder die dus te vroeg weg is, maar jij ziet het niet en laat hem rijden. Vervolgens wordt die rijder olympisch kampioen. Fijn voor hem, maar ik zou de nacht erna niet lekker slapen, want dan heb je gewoon je werk niet goed gedaan.”

Is het je weleens overkomen, dat je een valse start over het hoofd zag?
“Het overkomt elke starter. Ik heb het ooit meegemaakt met Ireen Wüst bij een NK allround. Op de 500 meter maakte zij een pikstart die ik door liet gaan. Jan Zwier (voormalig starter) stond als waarnemer naast me. Hij zag dat ze te vroeg weg was, ik niet. Je moet als starter scherp zijn, geen gedoe aan je hoofd hebben. Kort na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne hadden we een EK of WK in Hamar. Een Poolse starter was de hele dag met de situatie thuis bezig, filmpjes checken op zijn telefoon van vliegtuigen die overvlogen. Femke Kok maakte een valse start, hij liet haar rijden en floot haar pas na vijftig meter terug. Je moet honderd procent in orde zijn en zo niet, dan moet je dat erkennen en die wedstrijd aan een collega geven.”

Heel eerlijk, zou jij dat doen als je grieperig bent in Milaan, met 38 graden koorts?
“Met een beetje koorts zou ik wel op de bok gaan staan. Paracetamol erin, jezelf vermannen, dan lukt het wel. Maar zit je echt niet goed in je vel, moet je het niet doen. Je bent er voor de rijders. Voor hen zijn de Spelen het ultieme doel, daar hebben zij jaren naartoe gewerkt. Daar moet jij als starter dus ook in topvorm zijn.”

Andre de Vries - starter langebaan
"Als er vanuit het publiek iets wordt geroepen, hoor ik dat wel, maar het raakt me niet. Ik moet gewoon verder." | Foto: Orange Pictures

Wanneer zijn de Spelen voor jou geslaagd?
“Als alles soepel verloopt. Ik hoop dat mijn intervallen goed zijn: 1,0 seconde. En dat je geen valse starts over het hoofd ziet. Niemand is perfect, maar dat probeer je wel te zijn. Je probeert mee te denken met rijders, weet dat de Spelen voor hen ook extra spannend zijn. Maar vals is vals, daar valt weinig aan te tornen. Ik maak geen valse starts, ik merk ze alleen maar aan.”

Over twee jaar moet je stoppen als starter. Ga je het missen?
“Het is wel een deel van mijn leven geworden. Elk jaar vraag je je af: waar gaan we naartoe deze winter? Wordt het Calgary, China, of een van de andere bekende plekken? Ik ken mensen over heel de wereld, we vormen samen maar een klein circuit. Dat zal ik wel gaan missen, ja. Als nationaal starter mag ik straks nog wel doorgaan, maar dat doe ik niet. Ik wil wel betrokken blijven bij de opleiding van nieuwe starters, meehelpen om die opleiding verder te professionaliseren. Maar die mensen die ik zelf opleid wil ik niet in de weg zitten. Zij moeten wedstrijden starten, ervaring opdoen.”

André de Vries is starter bij de vrouwen, die hun toernooi zaterdag beginnen met de 3000 meter. Bekijk hier het olympisch dagprogramma met de startlijsten, uitslagen en de deelnemers van de langebaanschaatswedstrijden in Milaan.

Dit is het tweede deel in een serie van vier verhalen over Nederlandse schaatsofficials op de Winterspelen. De eerste aflevering was een interview met Nicole van Gerwen - Maas en Jeroen Prins (kunstschaatsen).

Heb jij hart voor de schaatssport en wil je iets terugdoen? Als official zorg jij ervoor dat schaatsers hun sport met plezier en vertrouwen kunnen beoefenen. Benieuwd welke rol bij jou past? Laat hier je gegevens achter en KNSB-Opleidingen helpt je op weg.