Op de zeven eerdere WK’s Sprint in Thialf haalden twee Nederlandse vrouwen met horten en stoten de eindhuldiging. Annette Gerritsen stond met brons in 2008 te glunderen, en drie jaar later kreeg ze als winnaar van het zilver gezelschap van Margot Boer (brons). En nu, met minder dan drie keer twee minuten gas geven per persoon, gloort er een unieke trilogie voor Oranje. De tussenstand oogt in elk geval voortreffelijk: 1. Femke Kok, 2. Suzanne Schulting, 3. Marit Fledderus.
Óf het trio presteert geweldig, óf de verzamelde concurrentie van over de grens is het Heerenveens ijspaleis al komen binnenmarcheren met de witte vlag, als teken van opgave. De waarheid zal ergens in het midden liggen, maar deze suprematie overstijgt alle verwachtingen. Dat Femke Kok, de olympisch kampioen, de afstandswereldkampioen, de wereldrecordhouder, en noem de andere kenmerken maar op, als de ongenaakbare sprintkoningin de lijst halverwege zou aanvoeren, is geen surprise. Maar Suzanne Schulting als fiere nummer twee wekt enige verbazing, en dat geldt nog meer voor Marrit Fledderus op de bronzen stek.
Die riante uitgangsposities voor de drie van eigen bodem zorgde in elk geval boven en onder de ijsvloer voor louter vrolijke gezichten. Kok was veel te sterk geweest voor de rest op de 500 (36,67, een nieuw baanrecord) en 1000 meter (1.13,10). Pratend alsof ze net een trainingswedstrijd achter de rug had, vertelde ze over de gekte rond haar persoon die tot woensdag voortduurde. Dat leidde tot een dubbel gevoel dat andere WK-deelnemers herkenden: de impact van de Olympische Spelen was zó groot dat het nauwelijks doordrong dat er nóg een belangrijke opdracht wachtte. Als gevolg van de vele huldigingen en het bijkomende feestgedruis kwam dat besef bij Kok pas laat. Zes dagen aan een stuk had ze geen ijzers of een gladde vloer onder zich gevoeld. Sterker nog, op donderdagmorgen schoof ze met de gehele Reggeborgh-ploeg gezellig aan op het verjaardagsfeest van Stefan Westenbroek. Koffie werd er geschonken, en de taart ging er ook prima in.
“Wel met de bedoeling dat ik ’s avonds wilde laten zien wat ik kan. Gelukkig is dat gelukt. Ik moet eerlijk zeggen: het kippenvel stond op mijn armen toen ik aan mijn toernooi begon en hoorde hoe ik werd aangekondigd. Het hele lijstje kwam langs: drievoudig wereldkampioen, wereldrecordhouder en olympisch kampioen, ja, dat klonk heel vet. Daar ben ik erg trots op. Vervolgens liep mijn 500 meter heel soepel, wat ik niet had gedacht, al had ik me voorgenomen iets te laten zien. Wat wil je, ik sta hier niet voor niets aan de start. Ik wilde wel bewijzen dat ik een beetje kan schaatsen…Plus: ik wilde in Thialf ook een 36’er van mij op het bord hebben staan die een beetje in buurt zou komen van mijn olympischge 500 meter (36,49).
“De opening (10,19) was heel goed. Bovendien nam ik niet eens alle risico’s in de laatste binnenbocht, zoals ik op de Spelen in Milaan wel heb gedaan. Maar eh, ik ben er nog niet. Tijdens een toernooi moet je scherp blijven. Niet met de rem erop gaan rijden, want dan maak ik foutjes.”
Bij Schulting hoeft geen mens bang te zijn dat ze de tweede dag in de ankers gaat, oftewel vaart mindert. Ze bewees zes en vijf dagen geleden op de nationale titelstrijd dat de sprintvezels in haar onderstel nu hun werk optimaler doen. Dat besef hielp om de vermoeienissen van die vier ritten te vergeten en genoeg fysiek en mentaal op te laden voor de wereldtiteloorlog. Het was vanaf de eerste meters duidelijk dat ze er klaar voor was, getuige de knappe 37,30 op de 500 meter. Nog nahijgend van een degelijke dubbele sprint (1.14,19) constateerde ze in de catacomben zeer opgetogen dat ze ‘nog nooit zo’n hard rondje gereden op de 500’. “Over de 1000 meter kan ik ook zeer tevreden zijn. Het voelt heerlijk als je goed schaatst. Ik ben hartstikke blij, zo gemakkelijk als het gaat. Wat valt er meer over te zeggen? Niets eigenlijk”, meende de Friezin.
“Dat het vrijdag alleen maar beter kan”, sprak Marrit Fledderus op haar beurt, minstens zo content over haar eigen situatie. “Bij mij zit er zeker meer in de 1000 meter, want die reed ik vanavond technisch erg slordig. Te gehaast, te veel willen en niet voldoende mijn taken uitvoerend”, zo bekritiseerde ze zichzelf. “Ik hoop dat ik de derde plaats kan vasthouden. Daarnaast vind ik het supermooi dat ik weer in een veld met de internationale meiden kan meedoen. Het voelt een beetje als revanche”, aldus de derde van de Friese driehoek op dit WK, die met 37,50 en 1.15,16 twee keer als vierde eindigde in de rituitslag.