Foppe de Haan was vier jaar oud toen zijn ouders hem voor het eerst schaatsen onderbonden. Met een stoel in de hand liepen ze naar een slootje om de hoek en daar moest de jonge Foppe het maar leren. “Lopen, vallen, lopen, vallen, en op een gegeven moment was ik aan het glijden. En dan gaat het snel,” vertelt de voormalig coach van sc Heerenveen en Jong Oranje enthousiast. “Al had ik ook geluk dat er toen een paar aardige winters achter elkaar waren.”
Met zijn vriendjes ging hij vaak naar de ijsbaan, waar vader De Haan bestuurslid was. “Er waren mooie lichtjes en er was altijd muziek. Het was gewoon altijd hartstikke gezellig daar.” Ieder najaar werd de baan onder water gezet. “Met behulp van zo’n ouderwetse Amerikaanse molen met wieken,” vertelt hij. Als het ijs dik genoeg was, kwam de vader van Foppe langs op de basisschool. Hij vertelde dan aan de meester dat ze ‘erop mochten’. Foppe: “Ja, dan was het feest!”
Ook moeder De Haan bemoeide zich met het schaatsen. “Zij vond dat ik schoon moest zijn op het ijs,” vertelt Foppe. “Ik weet nog goed dat ze me voor een wedstrijd in Jubbega heeft gewassen. Als er iets zou gebeuren, en ik zou naar het ziekenhuis moeten, mocht ik niet vies zijn. Die wedstrijd verloor ik overigens van goede vrienden, die steengoed waren. Dat was frustrerend, omdat ik dacht dat ik wel aardig kon schaatsen. Ik wou toen ook al altijd alles winnen.”
In die periode waren Kees Broekman en Jeen van den Berg, winnaar van de Elfstedentocht van 1954, grote inspiratiebronnen voor Foppe de Haan. “Wij volgden hen via de krant of de radio.”
Ook de voetbaltrainer van de kleine Foppe maakte grote indruk op hem en zijn vriendjes. “Wij hadden allemaal van die Friese doorlopers, maar hij was de eerste met echte noren. Daarmee maakte hij van die lange zwieren. Prachtig!”
Toen Foppe verhuisde van zijn geboortedorpje Lippenhuizen naar het waterrijke Grou kon de schaatsgekke Fries zijn hart ophalen. “We hebben daar ongelooflijk veel tochten gereden. Ja, ik heb ook de Elfstedentocht gereden.”
Foppe stond aan de start van de heroïsche tocht van 1963, maar moest ‘helaas’ van de baan af door de heftige weersomstandigheden. Hij nam revanche in 1985, toen hij wel de finish bereikte. “Ik had toen vooraf amper geschaatst en had een brakke knie, dus ik ben heel trots dat ik hem uit reed. Mijn geheim? Ik wist dat ik me aan moest sluiten bij een groep mensen die bij me pasten, qua niveau,” zegt hij. “Ik had een goede basisconditie, dat hield mij op de been.”
De uitgesproken Fries, tussen 1985 en 2004 trainer van sc Heerenveen en van 2004 tot en met 2009 bondscoach van Jong Oranje, is duidelijk over zijn mooiste schaatsmoment. “De prestatie van Ard Schenk op de Winterspelen in Japan in 1972,” zegt hij resoluut. “Hij won toen gewoon alles. Echt heel indrukwekkend.”
Ondanks dat De Haan actief werd in de voetbalsport heeft hij een voorliefde voor het schaatsen. “Als ik het vergelijk is schaatsen heroïscher.”
Foppe is inmiddels 72 jaar, als voetbaltrainer is hij niet meer actief, maar van het schaatsen kan hij nog geen afscheid nemen. Samen met zijn neefjes gaat hij geregeld nog een rondje schaatsen “Ik kan het ook nog wel heel goed,” vertelt hij trots. Toch moet hij het echte werk door een heupoperatie helaas laten voor wat het is. “Echt toeren doe ik helaas niet meer.”