Het duurde even om de relay-boys van Oranje te spreken te krijgen. Net gearriveerd in de overvolle mixed zone van het shorttrackstadion voor hun rondje langs de televisie, radio en geschreven pers, vluchtte het Nederlands vijftal naar buiten. Op het ijs stond Xandra Velzeboer klaar om de jacht op haar tweede goud te beginnen. Nee, dat mocht niet gemist worden. De vijf – Jens en Melle van ’t Wout, Itzhak de Laat, Teun Boer en Friso Emons – hadden gelijk: succes moet je vieren, maar ook de weg ernaar toe moet je bijwonen.

Goed tien minuten later volgde poging twee. Lachend, grijnzend en vooral tevreden stapten de vijf als moderne Daltons het labyrinth in om de gestaakte gesprekken te hervatten. Nog voor ze ergens aan het vraag-en-antwoordspel toe kwamen, kregen ze een nieuw alarmsignaal: de huldiging van hun maatje en olympische kampioen 1000 meter. En weg waren ze, richting feestgedruis in het stadion waar de vele Hollandse fans elkaar om de nek vlogen en de kelen schraapten voor het vierde Wilhelmus binnen een week.

Relay mannen halve finaleOS 2026
Soepel naar de olympische finale, op woensdag. | Foto: Orange Pictures

De derde keer werd het scheepsrecht. “Abnormaal, dit”, opende Melle van ’t Wout, vrolijk en spraakzaam als altijd, ondanks zijn reserverol op de relay deze dag. “We zagen de race, keken elkaar aan en zeiden: wat is hier gaande?” “Ja”, nam de naast hem staande Itzhak de Laat het over voor één woord. “Ongelooflijk.” Want Teun Boer popelde ook om zijn zegje te doen. “Iets heel speciaals.” Toen Friso Emons: “We moeten hier echt elke keer van blijven genieten. Het lijkt bijna normaal, maar dat is het niet. Daarom vieren we dit steeds met z’n allen. Hier trainen we jaren voor, en dit is het resultaat.”

Melle: “Hier moeten we sterk zijn, terwijl we in de World Tour worden geacht de quota (startplekken, red.) te halen. Op de Spelen moest het gebeuren. En dat is….” Hij brak de zin af, moest even lachen en zei: "bedankt Niels, zal ik zeggen.”
Itzhak: “Alle stukjes vallen in elkaar. Ze waren er steeds wel, maar het is zo moeilijk ze in elkaar te zetten.”
Jens: “En de teamsfeer. Ik denk dat je duidelijk kunt zien dat onze teamsfeer veel beter is dan bij andere landen. Dat wij echt om elkaar geven.”

Itzhak: “Iedereen kan zien dat wij elk keer aan het einde met z’n allen langs de baan staan. Als enige ploeg. Ik heb daarnet geen enkele Canadees ontdekt aan de boarding.”
Friso: “Als Xandra zilver zou hebben gewonnen, zouden we er ook met z’n allen zijn geweest en trots zijn op elkaar. Dat laten we zien.”
Jens: “En achter de schermen.” Teun: “Ook wanneer het minder gaat, helpen we elkaar.”
Friso: “Het is begonnen met ons eerste olympisch kamp, zo noem ik het maar, waarbij we met Defensie op pad zijn gegaan. Dat is een kantelpunt geweest voor ons als team, omdat het ons zoveel meer heeft samengebracht, wat je de rest van het jaar hebt teruggezien. Daar plukken we nu de vruchten van.”

Teun: “Het is de voortzetting van wat Jeroen Otter heeft gestart, alleen in een nieuw jasje. Niels heeft daarin een heel goede keuze gemaakt.”
Teun (giechelend): “Iets meer over gevoelens praten met elkaar.”

Niels Kerstholt
De gehele ploeg beaamt: de sleutelrol in het geslaagde teamproces is voor bondscoach Niels Kerstholt. | Foto: Soenar Chamid

De bondscoach gunt alle rijders een relaymedaille

"Ja." De bevestiging van de bondscoach was even kort als krachtig, op de vraag of er bij de samenstelling van de mannenrelayploeg voor de halve finale rekening was gehouden met een 'menselijk aspect'. Daaruit viel op te maken dat Niels Kerstholt graag zou zien dat zoveel mogelijk rijders in aanmerking komen voor een olympische medaille. Immers: wie meedoet aan de halve finale maar vervolgens in de eindstrijd aan de kant moet blijven, verdient net zo goed eremetaal bij een eerste, tweede of derde plaats.
Zijn monoloog over wat er komen gaat: "Ik gun iedereen een medaille. Itzhak is ook een gevaar voor de tegenstanders. Hij kan heel goed die lijnen houden, kan de hele boel stilzetten, en daarom startte hij vandaag. Het verschil tussen Melle, Friso en Itzhak is niet heel groot. Ze hebben allemaal wat anders. Itzhak is een wapen, Melle is een wapen. In het verleden zijn ze allebei weleens wat meer stilgevallen, maar ze kunnen het wel uitbuiten. Itzhak kan heel goed zijn tegenstander stilzetten, Friso kan weer wat langer door.

"Teun en Jens zijn twee snelle mannen voor de posities 1 en 2 in de ploeg. Het verschil is niet zo groot. Friso kan goede lijnen rijden en tot het einde knallen. Itzhak kan opschuiven, dat hebben we ook in de World Tour in Dordrecht gezien, die kan moves maken. Dat is supergevaarlijk voor andere landen. Die zien hem niet aankomen en dan BAM, kan hij hem ook nog afhouden. Als je een rit hebt waarin je denkt het hoeft niet op snelheid, dan is hij de juiste man.

"Wij hebben twee doelen staan: dat is uitstraling, wat we hier brengen en het enthousiasmeren voor de sport. Dat zit in onze missie, een positieve en professionele uitstraling. Wie wij zijn als groep, de identiteit. Ik heb het idee dat we dat neergezet hebben. Maar die andere is de relays op het podium krijgen. Dat zou ik het mooist vinden. Bij de mannen hebben we elke keer het idee dat we het kunnen, maar gaat er steeds wat mis. Nu staan we weer in de finale, net als in 2014 (toen hij zelf als rijder deel uitmaakte van het relayteam, red.). Sjinkie Knegt, Freek van der Wart en Daan Breeuwsma (zijn drie ploegmaten van toen, red.) zullen er ook bij zijn. Als het gebeurt, voelt het ook een beetje als ons ding. Ik denk dat we dat met z'n allen zullen vieren. Ik moet niet emotioneel worden, maar dan wel."

Friso: “Wat we heel belangrijk vonden was dat we uitspreken waar we mee zitten. Of durven zeggen als je iemand iets ziet doen waar je het niet mee eens bent, of wat niet in lijn is met waarvoor we als team staan. Niet allerlei meningen de wereld ingooien. Je moet het gewoon persoonlijk in je gezicht kunnen zeggen. Dat wordt niet als vervelend ervaren, maar daar groei je alleen maar van. Dat heeft ons sterker gemaakt. Ik denk dat we ook een extra bedankje aan de mannen van Defensie mogen richten, die ons in Lofer (Oostenrijk) het licht hebben laten zien.”

De meest ervaren pion van het stel dat zich een uur eerder op overtuigende manier geplaatst had voor de eindstrijd op de aflossing, luisterde voornamelijk naar zijn jongere teamgenoten. De Laat had alle reden blij én opgelucht te zijn; hij werd vier jaar geleden de schlemiel van het teamnummer door als finisher in de halve finale op de valreep de tweede plek te verspelen, en zat in Pyeongchang eveneens in de formatie die al in de heats sneuvelde.

“En nu in de finale. Na al die seizoenen waarin ik onderdeel ben geweest van de aflossingsploegen, ja, dat maakt me superblij. We waren al acht jaar goed genoeg voor die plek, eindelijk hebben we ’m. Dat is voor mij in elk geval een enorme opluchting.”

Het team, de ploeg, wij: in alle meningen vonden de rijders het van groot belang die begrippen te benadrukken. Jens van ’t Wout: “Ik weet dat voor mij wat veranderd is ten opzichte van de andere jaren; ik heb ook op het ijs alle vertrouwen in iedere jongen. En natuurlijk, in de vrouwen ook. Ik voel me heel vrij om het te kunnen zeggen wanneer ik me niet zo goed voel in een training of in een wedstrijd. Daar wordt dan prima mee omgegaan. Volgens mij voelen we ons allemaal erg vrij met elkaar. Dat is een héél groot verschil voor mij.”

Niels Kerstholt
Alle lof gaat uit naar Niels Kerstholt, aldus de mannen van de relay. | Foto: Soenar Chamid

Teun: “Daar is Niels verantwoordelijk voor geweest. Hij is de persoon die bepaalt wat er wordt gedaan. Hij heeft ervoor gezorgd dat we nu zo goed zijn. En Haralds Silovs (de assistent-bondscoach, red.).”
tzhak: “Niels is eindverantwoordelijk. Hij krijgt steeds het vuur als het wat tegenzit. Dus ik vind het voor hem heel mooi dat het momenteel voor shorttrackend Nederland zo goed draait.”
Friso: “Hij mag ook een keer de lof krijgen.”
Itzhak: “Zo is het. Het komt niet uit de lucht vallen wat er gebeurt. Vandaag was voor mij de meest beladen race in van mijn carrière, ook omdat ik naar het einde toe ga. Met zo’n knaller afsluiten zou fantastisch zijn. Dat is iets waar ik al heel lang naar uitkijk. Ik heb nog nooit zoveel spanning gevoeld toen ik daarstraks op het ijs stapte voor een relay. En ik heb er in de voorbije jaren best veel gereden. Dat het zo goed lukte, met een smooth geschaatste relay….” Hij zuchtte. “Dat is superfijn. Het was letterlijk now or never. Vandaag was het moment. Dat we erin zijn geslaagd, in de halve finale, betekent misschien wel het grootste moment van mijn loopbaan.”
Friso: “En nu met vertrouwen de finale in. Het wordt moeilijk, met de andere tegenstanders (Canada, Italië en Korea zijn de opponenten, ook in eindstrijd voor de vrouwen, red.).”

Met Jens van ’t Wout en Xandra Velzeboer die inmiddels ervaringsdeskundigen zijn op dit niveau om te kunnen vertellen hoe de weg naar de ultieme triomf loopt.
Jens: “Ik weet niet of ik dat moet doen. Meestal rijdt de relayploeg goed als ik niet van de partij ben.”
Hij weet wel beter, al was het in de laatste World Tour in Dordrecht inderdaad het geval…