Oenema was in de ochtend tot de B-groep veroordeeld op de kilometer omdat ze dit seizoen nog niet op die afstand in actie was gekomen. Ze moest de afstand echter wel rijden omdat Nederland in Thialf nog een derde ticket voor het WK Sprint moet verdienen. Daarvoor is het van belang dat drie rijdsters zich in de top-32 rijden van een klassement over een 500 en een 1000 meter.
Daarom stond Oenema op zaterdagochtend al op het ijs voor de afstand die zij als sprintster doorgaans aan het eind van de wedstrijddag voor de kiezen krijgt. Toch reed ze een aardige tijd en won ze de B-groep. Zelf vond ze dat ze te snel was begonnen. “Na 600 meter was ik al op. Maar ik kan dan niet zomaar linksaf slaan en naar het bankje rijden. Ik reed uiteindelijk een goede tijd voor in de ochtend.”
Daarna had ze een paar uur om zich voor te bereiden op de 500 meter. Ook dat was wennen, want in een sprinttoernooi is volgen de ritten elkaar sneller op. “Ik heb heel lang uitgefietst”, vertelde Oenema. “Daarna heb ik een boek gelezen en hier in Thialf een beetje rondgehangen. Toen ben ik ruim van tevoren weer gaan inwerken.”
Toch voelde ze de 1000 meter nog doorwerken in haar 500 meter. “Coördinatief ging het een stuk slechter omdat ik die 1000 meter al in de benen had”, zei ze na afloop. “Ik ben kapot. Het was zwaar. Het was vanochtend een stuk kouder en dat sloeg op mijn longen en op mijn benen. Ik had veel verval. Ik moest er wel even van bekomen.”
Niet voor iedereen zal het zo zwaar zijn, maar Oenema als rassprintster verteerde de omkering van 500 en 1000 meter slecht. “Als je 1000 en 1500 meters rijd, herstel je beter. Normaal heb ik een nachtje herstel na een 1000 meter, maar nu maar een paar uur.”
Het geluk voor Oenema is dat ze zondag een veel vertrouwder programma voor de boeg heeft. Dan rijdt ze alleen de 500 meter. “Gelukkig”, lacht ze.