De sprinter verkeert aan de vooravond van het toernooi in een prima humeur, ondanks zijn verkoudheid. “In het vliegtuig maakte ik me wel zorgen”, geeft hij toe. De eerste training op de Taerung-ijsbaan verdreef die zorgen. “Ik was heel snel vanochtend.”

In de aanloop naar het KPN NK Sprint was Nuis ziek. Toen had hij echt griep. Daarna wist hij zich via de World Cup in Stavanger toch nog voor het WK sprint te plaatsen. “Na het NK sprint ben ik geforceerd fit geworden op weg naar de WK afstanden, maar het griepje dat er zat, heeft nadat de adrenaline en spanning eraf was nog wat langer doorgewerkt.”

Echt problematisch is dat niet. Tijdens de wereldbekerwedstrijd in Noorwegen was Nuis ook niet helemaal fit en presteerde hij toch prima. “Dit jaar maakt het toch niets uit”, lacht hij.

Het belangrijkste is, zo meent hij, dat hij zich mentaal wel lekker voelt. Daarom wil hij zich niet te druk maken over verkoudheid of griep. “Hoe neurotischer je daar over doet, hoe erger het wordt. Als ik blij ben, rijd ik hard.”

Met die instelling verwacht Nuis op het WK een eind te kunnen komen. “Ik reed op het NK twee goede tijden, als ik dat nu weer doe dan kom ik gewoon hoog en ben ik podiumkandidaat. Dat is mijn doel.”

Op goud durft Nuis niet te hopen. Die medaille is in principe voor Pavel Kulizhnikov, verwacht hij. “Nu, het klinkt lullig, rijd je voor zilver.” En voor die zilveren plak moet Nuis nog met sterke mannen afrekenen, maar hij hoopt op de allerlaatste afstand het verschil te maken. “Ik hoop dat de échte sprinters op de tweede dag bij de 1000 meter ingekakt zijn en ik dan toe kan slaan.”

Dat er bij de ijzersterke Kulizhnikov ook wel eens iets mis zou kunnen gaan is geen scenario waar Nuis iets mee wil. “Mensen zeggen dat steeds: ‘hem kan toch ook iets overkomen?’ Maar ik wil alleen de beste zijn als ik de beste ben.”