Op die 1500 meter kwam Nuis niet tot de positie waar hij van tevoren op gehoopt had, maar na zijn rit was hij blij zich in ieder geval voor de World Cups geplaatst te hebben. “Ik was al blij dat ik bleef staan, want ik viel bijna bij de start.”
Vrijdag startte Nuis op de 500 meter met een driepuntsstart, met één hand op het ijs, maar dat had niet het beoogde effect en dus viel hij zaterdag terug op de traditionele start. “Dat was misschien een iets te snelle overgang”, zei hij. “Al ging het vanochtend in training wel goed, nu had ik na drie passen weer een misser. En daarna was ik net iets te traag.”
Technisch liep de race, op zijn start na, prima, maar hij reed te rustig. “Ik was te veel aan het ‘floaten’ zoals Jac het zei”, aldus Nuis. De oplossing daarvoor was na afloop snel gevonden en simpel bovendien. “Ik moet vaker afzetten.”
Al tijdens de rit merkte Nuis dat hij niet echt voluit reed, al was het deels een eigen keuze. Hij reed liever veilig naar een World Cup-plek dan door een drieste actie om het podium te halen ook dat te vergooien. “Ik heb op safe gereden.”
Het gevolg was dat hij met een beetje onvoldaan gevoel van het ijs stapte. “Conditioneel ben ik fucking sterk en ik ben nu ook lang niet zo moe als normaal. Maar ja, anders ben ik ook altijd aan het rossen in de laatste ronde.”
Dat zal op de 1000 meter wel moeten gebeuren wil hij zijn titel van vorig jaar willen prolongeren. Daar heeft Nuis wel vertrouwen in. “Ik heb in de voorbereiding al een paar goede 1500 meters gereden.”