“Het was een toernooi van ups en downs”, zucht Nuis. “Afgelopen donderdag werd ik ziek en was het onduidelijk of ik wel kon starten. Toen het inrijden zaterdag goed voelde, maakte ik de switch. Knop om en hard rijden. Maar vervolgens reed ik een slechte 500 meter.”

“Maar goed, daar zette ik me overheen. Nog drie goede afstanden en ik zou nog meedoen om de titel. En toen kwam die hele goede 1000 meter met een nieuw Nederland record. Dat was een upper. Maar vandaag begon ik weer met een slechte 500 meter met vooral een dramatische opening.”

“Die starter wachtte zo lang. Toen het startschot klonk, zat ik te ver achterop. Whitmore was al twee passen weg en toen moest ik nog in beweging komen. Gewoon een slechte focus van mij.”

“Nou, dan weet je dat de wereldtitel uit beeld is. Toen heb ik me op dat wereldrecord gericht. Ik heb steeds gezegd dat dit geen prioriteit was, maar als je ziet dat de overwinning zo ver weg is, dan stel je andere doelen. Ik wilde dat record echt graag.”

En Nuis was er bijna. Hij strandde op slechts negen honderdste van de mondiale toptijd van Shani Davis (1.06.42). “Negen honderdste. Ik was er zó dichtbij. Heel bizar. Bijna was die droom werkelijkheid. Maar helaas. Net niet. En nu heb ik dus een bronzen medaille en een nieuw Nederlands record. Maar daar kwam ik niet voor.”