Met een grote grijns komt Kjeld Nuis na de prijsuitreiking van de schaatsmijl de trap van het middenterrein af. Onderaan ploft hij op een klapstoeltje en doet zijn verhaal. “Of ik lef wilde tonen? Ik dacht het wel, zeker weten.”
Hij was verrast over zijn snelheid op het ijs van de Utah Olympic Oval. “Mijn laatste ronde ging hard en ook mijn opening was sneller dan vorige week”, zegt hij.
Onderweg voelde hij het tempo in zijn bochten. “Ik kwam een paar keer verkeerd uit bij de bocht en waaierde ver uit, maar als je op de 1500 meter uitwaaiert dan weet je dat je hard gaat.”
Het doet Nuis deugd dat hij in Salt Lake City zowel de wereldbekerwedstrijd won als het Nederlands record overnam van Koen Verweij. Aangeven wat mooier is, kan hij niet. “Ik kan niet kiezen. Kijk, als ik hier vijfde wordt met een nationaal record dan is het makkelijk. Nu niet.”
Nuis herinnerde zich nog goed hoe Verweij in 2013 het Nederlands record overnam van Erben Wennemars. “Koen reed toe in een rit tegen Shani Davis. Hij had elke keer een goede kruising waarbij hij achter hem aan kon. Toen dacht ik al: als ik zulke omstandigheden heb, dan pak ik hem.”
Belangrijk volgens Nuis is een tegenstander die hem meetrekt in de race, waar hij tot op het einde toe zicht op heeft op de kruising. “Je moet jagen zonder dat je alles aanspant. ‘Snappy’ rijden, noemt Jac Orie dat.”
“En als je een goede tegenstander hebt, waar je naartoe kan rijden, waar je op kan jagen, dan vergeet je alles”, legt hij uit. Dat geldt op zo’n moment ook voor zijn tegenstander. “Je versterkt elkaar dan.”
Zijn goede prestatie op de schaatsmijl inspireert Nuis ook voor de kilometer van zaterdag. “Ik hoop op een mooi ritje met Mantia. “Als ik hard open en net zo’n rondje rijdt als vandaag dan zit ik al aal mijn tijd van vorige week. En ik kan nog sneller. Dan ga ik ook voor een nieuw Nederlands record op de 1000 meter.”
Maar voor het zover is, moet hij nog wel bijkomen van zijn rit van vrijdag. “De benen doen écht pijn”, benadrukt hij vanaf zijn stoeltje. Net als zijn longen. “Het is alsof ik een heel pakje Marlboro op heb”, zegt hij en loopt hoestend naar de kleedkamer.