Ze ontvangt zelfs veel meer dan die medaille. Bloemen, een lauwerkrans, eindeloos durend applaus van het publiek in Thialf dat haar net als de voorgoed afzwaaiende Martina Sablikova en Miho Takagi gelijk een verloren kind in de armen sluit, en bovenal de traditionele ereronde in de arrenslee over het ijs, extra leuk omdat landgenoot Sander Eitrem de andere goudvink van het toernooi is. Heia Norge!
“Onvergetelijk, geweldig, te mooi om waar te zijn.” Het allemaal kreten die Wiklund slaakt na de meest memorabele vierkamp van haar leven waarmee ze een puur schaatsland dat allang in verval is geraakt, weer iets geeft om apetrots op te zijn. Goed, zegt ze, verwijzend naar haar medailleoogst van de Winterspelen (twee keer zilver en een bronzen plak), die prijzen hebben indruk gemaakt en haar bekendheid vergroot, allroundschaatsen zit echter in het hart van de Noorse fan zoals veldrijden religie is voor de Belgische wielersupporters.
“Deze titel is iets groots voor mijn landgenoten, mijn land, dat erg aan tradities gehecht is. Een ervan is deze tak van de sport: allrounden betekent alles voor ons, zeker in vergelijking met een wereldkampioenschap afstanden”, aldus Wiklund, die met haar knappe prestatie de bescheiden Noorse enclave in het stadion volledig van de leg heeft gemaakt. Oud-schaatser Sverre Lunde Pedersen – hij greep in 2016, 2018, 2019 en 2020 steeds net naast de wereldtitel allound – heeft het niet droog kunnen houden. Televisiecommentator Ida Njåtun, in 2015 de laatste Noorse podiumklant op een WK (derde) heeft haar verslag even moeten onderbreken, onder de indruk als ze is van de historische zege.
Er is zowaar een grappige link tussen Wiklund en haar voorganger Laila Schou Nilsen die zich in 1938 tot ’s werelds beste allrounder liet kronen. “Zij won toen in Frogner de titel, de plek waar ik heel veel train. Lang geleden hè”, merkt ze op. “Hopelijk duurt het nu niet zo lang tot we een volgende wereldkampioen krijgen. Volgens mij hoeft dat ook niet, want er komt een goede jeugdlichting aan, met ook een paar meisjes. We beschikken over voldoende talent, maar hebben ook de expertise nodig om dat verder te ontwikkelen en klaar te stomen voor de senioren”, is Wiklund van mening.
Het bijzondere aan haar mondiale titel is het feit dat ze die vooral dankt aan de sterke sprint, terwijl deze vrouw doorgaans uitblinkt en de winst pakt op de 1500 meter, de drie en vijf kilometer. Met een klein hartje stond ze zaterdagmiddag aan de start van de 500 meter, om na 38 seconden en ruim achttienden later met een gebalde vuist en een grijns over het hele gezicht uit te rijden. Het persoonlijk record dat er zomaar uitfloepte is de basis gebleken voor een stabiele serie van vier races die beter is geweest dan die van Marijke Groenewoud (zilver) en Miho Takagi (derde). En ook de uitgetreden wereldkampioen Joy Beune (vierde) heeft eraan moeten geloven.
“De eerste, uitstekende dag heeft me enorm geholpen met vertrouwen naar de 1500 meter te gaan. Ik ben niet als de grote favoriet aan dit WK begonnen, wat voor mij een lekker gevoel was dat ik heb geprobeerd vast te houden in het tweede gedeelte. Laat mij maar schaatsen zonder druk, dat is het best voor me.”
Daarnaast heeft ze alle keren dat ze naar de startlijn is geroepen, geweten dat ze alles onder controle had. Twee keer is Takagi zondag haar opponent geweest, in beide gevallen liep de wedstrijd zoals doorgesproken met haar coaches. “Over de vijf kilometer heb ik me heel zeker gevoeld, want die afstand is de hele winter van een leien dakje gegaan.” Ter illustratie: ze heeft er vier gereden, die van zondag inbegrepen, en drie in winst omgezet. Eerst de titel op het Noors kampioenschap, vervolgens winnaar in de World Cup, brons op de Spelen en nummer 1 in de afsluiter van het WK.
“Vandaag is er een droom werkelijkheid geworden. Daar ben ik heel trots op. Wat volgend seizoen zal brengen? Ik heb nog geen idee, zal er eerst een paar weken over moeten nadenken. Vaststaat dat ik het schaatsen nog niet gedag zeg hoor. Financieel is het geen vetpot in Noorwegen om deze sport te beoefenen en daarom niet heel motiverend. De situatie maakt ons soms onzeker. Ik hoop dat deze successen iets veranderen in onze sport, dat er meer sponsors komen. Dat zou fijn zijn. Maar eerst nu wat vrije tijd…”
Die laat nog wat langer op zich wachten, blijkt twee tellen later. Wiklund heeft zich in een gekke bui late verleiden tot deelname aan een typisch Noorse sport, trail running, oftewel hardlopen op onverharde paden, met veel hoogtemeters in het parkoers. “42 Kilometer sky racen”, zegt ze over de uitdaging van komend weekend alweer. “Ik moet er alleen nu even nog niet aan denken. Het is steeds omhoog en omlaag, in Lofoten, in het noorden van Noorwegen. Ik ben daar nog nooit geweest, dus dat is dan wel weer leuk.”
En de ontwapenende lach is direct terug op dat vrolijke gezicht bij de koningin van Noorwegen. Op de schaats.