De bondscoach weet het meeste, zo niet alles over zijn sport. Hij leest ook alles, zelfs in hectische dagen van de Winterspelen, en kreeg dus ook een artikel onder ogen waarin de vergelijking werd gemaakt de staat van dienst van Jeroen Otter. “Ik las de passage dat ik al meer olympische medailles heb dan Otter. Het heeft veel weg van een spelletje ver plassen tussen ons, maar dat is het nooit geweest. Jeroen stond drie dagen terug ook te janken op de tribune.” Zijn stem brak, in de ooghoeken verschenen kleine, glinsterende pareltjes. Kerstholt moest even terugschakelen.
Hij ging een ogenblik later verder: “We doen dit allemaal samen. Wat de atleten nu presteren is het gevolg van dingen allemaal samen doen. Wilma Boomstra (de eerste trainer van veel rijders in de huidige selectie, red.) heeft meegeholpen aan de ontwikkeling van Jens, en ook Dave Versteeg. We doen dit allemaal. Jeroen, ik doe het. Natuurlijk doen we nu heel veel dingen goed, maar hiervoor is dat eveneens gebeurd. Ja, er zijn ook zaken misgegaan, dat hoort erbij, maar dit is het resultaat van alles. Wij, de staf, zorgen nu dat het lekker loopt en dat we voortzetten wat er is gebouwd.”
In Van ’t Wout en Xandra Velzeboer – die maandagmiddag een gooi kan doen naar de titel op de 1000 meter – beschikt hij over prachtige boegbeelden, zoals Otter had met Suzanne Schulting en Sjinkie Knegt. Bijkomend voordeel: de twee zijn zó jong dat ze, mits gezond en heel blijven, nog makkelijk twee Spelen kunnen meegaan. Voorlopig draait in de Milano Ice Skating Arena het rad van fortuin nog in een razend tempo door. Er zijn pas vier van de negen beschikbare gouden plakken uitgereikt. Waarom zou Van ’t Wout geen gebruik kunnen maken van het momentum waarin hij zit en voltooit hij de trilogie? De 500 meter noemt hij niet voor niets z’n sterkste onderdeel.
“De anderen moesten”, zei Kerstholt zondagavond, verwijzend naar de druk die Van ’t Wouts concurrenten hebben gevoeld op de 1500 meter. “Jens mocht. Hij wilde. Dat is prettig schaatsen hoor. Al ben ik vooral blij dat, wanneer je zo lang aan allerlei elementen werkt en heel vaak met de hoofd tegen de muur stoot, het eindelijk allemaal in elkaar past. Dat kun je niet timen, daar kun je slechts op hopen als iemand heel erg fit is en goed in z’n vel zit.”