Itzhak de Laat, Mark Prinsen, Dylan Hoogerwerf en Dennis Visser kwamen in de halve finales tot een tijd van 4.11,420 seconden. Daarmee was het team viertiende sneller dan het nationale record van 2009 in het Italiaanse Bormio.

Het Nederlandse viertal moest de teams van Zuid-Korea en Japan al vroeg in de race laten gaan. Ook Rusland bleek te sterk. Met een vierde plaats eindigde Oranje als achtste.

Ook de Nederlandse meisjes hadden het lastig in hun halve finale. De Chinezen gingen hard van start en reden de andere teams al snel los. Suzanne Schulting, Aafke Soet, Roza Kooystra en Jessy Kaufman wisten Polen achter zich te houden, maar kwamen tekort voor een plek in de finale. Ze eindigden als zesde.

In het individuele toernooi zorgde Schulting met de vijftiende plaats voor de beste Nederlandse klassering op de sprint. De 15-jarige juniore C reikte tot de kwartfinales. In het klassement neemt ze na twee afstanden de zeventiende plaats in. Kooystra en Soet wisten niet door de eerste ronde te komen.

Voor alle Nederlandse jongens was de tweede ronde van de sprint het eindstation. De Laat werd achttiende op de 500 meter en bezet nu de veertiende plaats in het klassement. Visser en Prinsen eindigden als 25e en 31e.

Het Chinese team toonde zich bij de meisjes sterk op de sprint met een geheel Chinees podium. Het goud ging naar Yutong Han, die daarmee ook het klassement aanvoert. De Litouwse Agne Sereikaite werd vierde.

Ook bij de jongens ging het goud naar Azië. De Zuid-Koreaan Se Yeong Park bewees de snelste sprinter te zijn. Hij greep de winst in een wereldrecord voor junioren (41,412). Het zilver was voor de Chinees Tianyu Han, die wel de leiding in het klassement behield.