Om te bepalen welk land het sterkste is in de langebaanwereld tellen we alle titels sinds de introductie van de wereldkampioenschappen in 1893 (met terugwerkende kracht zelfs naar 1889) en later dezelfde titelstrijd bij de dames (WK allround vanaf 1936), de WK sprint en de WK afstanden bij elkaar op, alsmede de resultaten bij de Winterspelen.  

Een overzicht van de wereldkampioenschappen allround in de periode 1889-2011 laat zien dat Noorwegen bij de heren en de Sovjet-Unie bij de dames verreweg de meeste titels in de wacht sleepten. Tel je de kampioenschappen van de dames en heren over dezelfde periode bij elkaar op, dan blijkt Nederland het sterkste schaatsland, met Noorwegen als goede tweede: 41 wereldtitels om 38.

Interessanter wordt het als het tijdvak 1889-2011 bij de heren en de periode 1936-2011 bij de dames in twee tijdvakken wordt geknipt: de periode voor de introductie van kunstijs in Nederland en de periode erna, dus de laatste vijftig jaar.

Bij de heren zijn de Noren tot 1961 gezichtsbepalend geweest, na ’61 is Nederland verreweg het beste land op de langebaan. Oranje veroverde in een halve eeuw – het kunstijs tijdperk – evenveel wereldtitels bij de allrounders als de Noren in de zeventig jaar daarvoor (26). Bij de dames steken de Sovjet-Unie en de DDR/Duitsland met kop en schouders boven de concurrentie uit.

Op de sprint – WK ingevoerd vanaf 1970 –  zijn de voormalige DDR-dames en sinds 1990 de Duitse dames toonaangevend. De Amerikaanse dames volgen op gepaste afstand. Bij de heren zijn het de Sovjet-Unie – na 1990 Rusland – en de Amerikanen die de meeste wereldtitels in de wacht sleepten.

Nederland heet een allroundland te zijn. Dat we ook een woordje meespreken op de individuele nummers mag duidelijk zijn uit de gigantische berg medailles die Oranje sinds de invoering van de WK afstanden in 1996 binnensleepte. Overall (dames en heren bij elkaar opgeteld) staat Nederland bovenaan met 47 keer goud, gevolgd door Duitsland (36) en Canada (18).

Op de Olympische Winterspelen moest ons land tot 1968 wachten alvorens Carry Geijssen het eerste goud voor Nederland op de langebaan in de wacht sleepte. Sindsdien kreeg de Amsterdamse navolging van 11 dames en 15 heren. Nederland is in het kunstijs tijdvak het best presterende land op de Winterspelen, zowel bij de dames als bij de heren.

Tellen we de gouden medailles van alle Winterspelen bij elkaar op, dan leidt de Verenigde Staten (29 keer goud), net voor Nederland (27).

Uit bovenstaande cijfers kan duidelijk worden gesteld dat Nederland sinds de komst van de kunstijsbanen op de langebaan is uitgegroeid tot schaatsland nummer één. Met afstand.

De gouden plakken verovert op de wereldkampioenschappen allround (37), WK sprint (4), WK afstanden (47) en Olympische Winterspelen (27) zijn bij elkaar opgeteld goed voor het indrukwekkende totaal van 115 eerste plaatsen. Tellen we er ook de door Nederland veroverde Europese titels (33) bij op, dat klonk in de afgelopen 50 jaar op een ijsbaan 148 keer het Wilhelmus. 

Meer informatie staat in het boek 50 jaar Kunstijs.

Huub Snoep is hoofdredacteur van schaatsen.nl