Voor het eerst staat een Nederlands kunstschaats-paar op de Olympische Spelen. Michel Tsiba (28) en Daria Danilova (23) schrijven daarmee historie. Voor Danilova, geboren in Rusland en op haar vijftiende naar Nederland gekomen, voelt het olympisch ticket als de beloning voor een lange reis vol grote keuzes en uitdagingen.
Daria en Michel zitten eind december op een luchthaven wanneer het grote bericht komt. Geen ijs, geen camera’s, geen gejuich vanaf de tribune. Alleen een telefoontje met een paar woorden, gevolgd door een ongrijpbaar gevoel. “Ik begreep wat ze zeiden”, vertelt Daria. “Maar ik voelde het nog niet.” Een paar seconden later huilen ze samen. Van pure euforie, maar vooral van ontlading. Jarenlang hebben ze hier naartoe gewerkt. Naar dit ene zinnetje: jullie mogen naar de Olympische Spelen. Voor Danilova gaat dit moment terug naar een keuze die ze maakte als vijftienjarig meisje.
Daria Danilova groeit op in Moskou, waar ze rond haar vierde voor het eerst op het ijs staat. Dat doet ze op de schaatsen van haar oudere zus, die kunstschaatsen kort had geprobeerd, maar er snel mee stopte. Wanneer er vlak bij hun woning een ijsbaan wordt geopend, neemt haar oma Daria mee. “Mijn moeder zei later dat ze me gewoon ergens mee bezig wilde houden”, vertelt Danilova. Op dat moment is er nog totaal geen sprake van een groot plan of een olympische droom.
Jaren later, op haar veertiende, maakt ze de overstap van het solo kunstschaatsen naar het paarrijden. Kort daarna stopt haar partner en staat ze opnieuw voor een keuze: stoppen of doorgaan. “Het was simpel. Ik moest stoppen, of ik moest actief op zoek naar een nieuwe partner.” Die zoektocht brengt haar, via haar coach, naar Nederland. Naar een jonge Russisch-Nederlandse schaatser die een partner zoekt. Zijn naam: Michel Tsiba.
Die eerste ontmoeting is geen gelikte sportfilmromance, maar puber-ongemak in de metro van Moskou. “Ik wilde hem een knuffel geven”, vertelt ze lachend, “maar hij stak zijn hand uit. Ik dacht: een handdruk, oké.” Maar op het ijs gaan de eerste lifts en basis-elementen verrassend soepel. “Ik vond het direct heel erg leuk en ik voelde me veilig bij hem. Pas later hoorde ik dat hij nauwelijks ervaring had met paarrijden. Hij tilde me op en ik had niet eens door dat het voor hem helemaal nieuw was.”
De communicatie is in het begin minimaal. Danilova spreekt nauwelijks Engels, Tsiba een beetje Russisch. Maar het is genoeg om te trainen, om plannen te maken, om samen iets op te bouwen. Eerst in Berlijn, waar Tsiba traint. Daarna volgt Nederland. En daar gebeurt iets onverwachts.
Schaats CV Daria Danilova
- Eerste keer op het ijs
In 2006, toen ze 4 jaar oud was. Haar oma nam haar mee, omdat er een ijsbaan bij hen in de buurt werd geopend. - Eerste vereniging / eerste ijsbaan
Sinyaya Ptitsa (Синяя птица) – letterlijk ‘Blauwe Vogel’, een kleine en niet erg populaire ijsbaan. - Eerste coach
Larina Yulia Nikolaevna (Ларина Юлия Николаевна).
“Vanaf het eerste moment voelde ik een klik met dit land”, zegt Danilova. “Ik werd meteen verliefd.” Ze noemt de rust, de ruimte, de manier van leven. De architectuur, hoe schoon alles is, maar vooral de mentaliteit. “Hier draait het niet alleen om werken en presteren. Mensen leven ook.” Ze ontdekt wandelingen, gezelligheid en ‘een terrasje pakken’. Nederland wordt meer dan een plek voor haar sport. Het wordt haar thuis.
In dat proces verandert niet alleen haar relatie met het land, maar ook met de man naast haar op het ijs. Lange tijd zijn Danilova en Tsiba vooral sportpartners: professioneel, gefocust, goede vrienden. Pas later groeit dat verder. “Het was eerst heel vreemd”, zegt ze. “Je ziet elkaar elke dag en ineens verandert er iets.”
Het maakt hen sterker. Op het ijs en daarbuiten. “We voelen elkaar beter aan.” Ze noemt zijn werkethiek en zijn rust. “Als ik panikeer, pakt hij mijn hand en brengt hij me terug.” Fouten worden niet uitvergroot. Steun is vanzelfsprekend. “Dat hij voor me zorgt als ik ziek ben. Dat ik alles kan zeggen zonder oordeel. Dat is misschien wel het belangrijkst.”
Inmiddels woont ze samen met Tsiba in Heerenveen, op vijf minuten van de ijsbaan. Ze hebben er een appartement, vrienden, routines. De ouders van Tsiba wonen in Zandvoort, dichtbij genoeg voor kerst en spontane bezoekjes. Maar haar roots liggen nog altijd in Rusland. Haar familie woont daar, ze kookt Russische gerechten, mist haar ouders en zus. Toch voelt ze zich geen Russische atleet meer. “Mijn mentaliteit is veranderd.” Ze merkt het als ze terug is of als ze praat met mensen daar. “Daar voel ik me niet meer echt thuis.”
De afstand is meer dan geografisch. De wereldpolitiek speelt op de achtergrond mee, zonder dat Danilova er woorden aan geeft. Wat ze wél zeker weet, is hoe het voelt om voor Nederland uit te komen. “Voor mij is het een eer. In 2023 kreeg ik het Nederlands staatsburgerschap. Dat maakte officieel wat ik al voelde.” Oranje dragen doet ze nu met trots. Niet omdat ze haar verleden loslaat, maar omdat haar identiteit hier vorm kreeg. “Ik was vijftien toen ik hier kwam. Op die leeftijd word je gevormd. Nederland heeft mij gevormd.”
Maar het gemis blijft. In het voorjaar van 2025 bezoeken haar moeder en zus Nederland voor het eerst. “Ze wilden niet meer weg”, zegt ze lachend. “Ze zagen hoe goed ik het hier heb.” Na het afscheid kijken ze weer van afstand mee. Wedstrijden, uitslagen, interviews worden vanuit Rusland gevolgd. De eerste die Daria belt na het olympisch nieuws is haar moeder, die op haar werk in huilen uitbarst. Het telefoontje blijft haar bij.
Nu vertelt Daria hoe ze pas echt is gaan beseffen wat haar ouders al die jaren hebben geïnvesteerd. “Als kind besef je dat niet. Hoeveel tijd, geld en energie erin gaat.” De kwalificatie voelt ook als hún overwinning. “Ik deed dit voor mezelf, voor Nederland, voor Michel, maar ook voor mijn ouders.” Ze lacht als ze zegt dat haar familie misschien nog wel meer van Michel houdt dan van haar. “Echt waar. Ze zijn dol op hem.” Andersom geldt hetzelfde. “Zijn familie is zo warm naar mij. Dat is heel bijzonder.”
Danilova ziet ondertussen waarom kunstschaatsen in Nederland altijd klein is gebleven. “Langebaanschaatsen is hier alles. Shorttrack groeit ook. Kunstschaatsen moet je echt zoeken.” Minder trainers, minder infrastructuur, minder voorbeelden dan waar Daria vandaan komt. Juist daarom voelt dit olympisch ticket zo groots. “Ik hoop dat Nederlandse kinderen straks denken: dit kan dus ook hier.” Ze voelt verantwoordelijkheid, maar geen druk. “Dit land is mijn thuis en het gaf me een toekomst. Nu wil ik graag iets terugdoen en iets moois achterlaten.”
In Milaan wacht straks meer dan alleen hun olympisch debuut. Daar staat ook een jeugdvriendin van Danilova op het ijs. Iemand met wie ze vroeger samen trainde. Hun levens liepen uiteen. Andere landen, andere routes. En nu kruisen ze elkaar weer. “Dat voelt als een sprookje”, zegt Danilova. “We begonnen samen. En nu staan we daar allebei.”
Wat succes is, weet Daria al. “Voor mij is het al geslaagd.” Natuurlijk trainen ze elke dag ontzettend hard. Twee keer ijs, twee keer zaal. Zondag vrij. Maar het voelt rustiger. “Ik schaats nu zonder die druk in mijn hoofd. Met het gevoel: dit was niet voor niets.”
Daria Danilova is ooit naar Nederland gekomen voor het schaatsen. Wat ze vindt, is een nieuw thuis. En nu, elf jaar later, staat ze samen met haar schaats- en levenspartner op de Olympische Spelen. Wat er in Milaan ook gebeurt, deze reis neemt niemand haar meer af.