Op vrijdag was ze niet bijzonder te spreken over haar 1500 meter. “Het was wel ok, maar niet zo dat ik dacht dat het me vandaag wel even zou lukken. En je weet dat al die meiden in vorm zijn. Er zijn zoveel kanshebbers.”
Toch was zij het die de anderen te snel af was met een mix van vorm, mentale weerbaarheid en improvisatie. “Ik weet dat ik fysiek goed ben en ik wist dat ik gewoon rustig moest blijven in mijn kop. En je moet profiteren van hoe je race verloopt.”
Daarbij wilde ze het debacle van vorig jaar voorkomen. Toen liep ze na een prima olympisch seizoen de World Cups op de drie kilometer mis. “Ik wist dat het nu echt moest gebeuren. Ik weet immers hoe zuur het is om ernaast te staan.”
De afgelopen zomer schakelde Nauta, net als haar sprintende ploeggenotes bij Team Continu, een tandje erbij in de trainingen. “We hebben wat harder getraind. Het zijn kleine dingetjes, maar je draait in ieder geval niet hetzelfde programmaatje als altijd af.”
Dat is een les die ze getrokken heeft uit het na-olympische seizoen. Ze dacht te gemakkelijk dat ze haar goede vorm wel door zou trekken. Trainen op de automatische piloot doet ze nu niet meer. “Dat is dodelijk”, benadrukt ze. “Als het goed gaat moet je ook scherp blijven.”
Een andere wijziging is de duidelijke ambities die ze van haar coaches Marianne Timmer en Gianni Romme heeft moeten formuleren. Al blijkt bij de KNSB Cup dat ze daar nog steeds een beetje aan moet wennen. “Ik wil bij de WK Afstanden in Kolomna op het podium”, zegt ze, maar verbetert zich meteen: ‘ehm, bovenaan.”
“Ik wil op het hoogste treetje”, verduidelijkt ze even later. En dat is niet alleen maar blinde ambitie, maar ook nog best reëel, vindt ze. “Als je in Nederland de beste bent dan zou dat internationaal ook moeten kunnen. De wil is er in ieder geval.”
“Het is misschien on-Nederlands om dat zo uit te spreken”, zegt ze. Al is het misschien meer on-Nauta om zo uitgesproken te zijn. “Dat ook, ja.”
Ze lacht en kijkt naar de bloemen in haar handen en het diploma voor het baanrecord dat ze net gereden heeft. “Het dringt nu pas een beetje tot me door.”